Het imago van de Balkan

ANDRÉ GERRITS en NANCY ADLER (red.): Vampires Unstaked. National Images, Stereotypes and Myths in East Central Europe

248 blz., Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 1995, ƒ 80.-

De Balkan heeft de reputatie een gebied van ongebreidelde nationalistische passies te zijn, van etnische zuivering, sluipmoorden, hang naar wreedheid en geweld en van de activiteit van wat vroeger 'terroristische groeperingen' heette en wat sinds het uitbreken van de oorlog in ex-Joegoslavië bekend staat als 'paramilitaire milities'. De Balkan is, kortom, een hopeloos gebied, nog zo'n 'far away country about which we know nothing', en waarmee we ook liever niets te maken zouden willen hebben als daar niet toevallig die vreselijke oorlog aan de gang was.

Het Balkan-beeld is een stereotype. Volgens de Amerikaanse Balkan-expert Robert Hayden komt dat stereotype voort uit de bloedige Balkanoorlogen van 1912 en 1913. Weliswaar denk ik dat het evenzeer te wijten is aan het bloedige optreden van de Turken bij het neerslaan van nationalistische opstanden in de tweede helft van de vorige eeuw, aan het optreden van terreurgroepen als de Macedonische IMRO en de Servische Zwarte Hand en aan spectaculaire moorden als die op de Oostenrijkse aartshertog Frans Ferdinand in 1914, maar hoe dan ook is duidelijk dat er een vooroordeel tegenover de Balkan bestaat - en duidelijk is óók dat het de afgelopen jaren het Westerse optreden in de Joegoslavische crisis heeft beïnvloed.

Hoe gerechtvaardigd overigens het stereotype is tekent Hayden ook aan. Tegenover de veronderstelde genocidale inslag van de Balkan-bewoners stelt hij de veel omvangrijker wreedheid die de Westerse mogendheden deze eeuw bij diverse gelegenheden aan de dag hebben gelegd, waarbij “een daarvan de kunst van de etnische zuivering tot wellicht de hoogste graad van technische perfectie heeft ontwikkeld”. En wat massamoord betreft kunnen ook de Amerikanen een woordje meespreken, want in de zeventien dagen van de Golfoorlog hebben zij in 1991 - zoals een studie van Maria Todorova heeft aangetoond - twee keer zoveel Irakezen gedood als alle strijdende partijen in de twee Balkanoorlogen bij elkaar. Niettemin: het stereotype blijft voortbestaan.

Net zoals talloze andere. Vampires Unstaked is de wat frivole titel van een onfrivool boek, dat handelt over - aldus de ondertitel - National Images, Stereotypes and Myths in East Central Europe. Het door Nancy Adler en André Gerrits geredigeerde boek is de neerslag van een congres dat vorig jaar in Amsterdam is gehouden. Zeventien sprekers lichtten daar het ontstaan en de rol van imago, stereotype en mythe in Midden- en Oost-Europa toe.

De bijdrage van Hayden over ex-Joegoslavië is een van de interessantste uit het boek. Maar niet de enige. De bijdrage van de Hongaar Sándor Vogel over de geschiedenis van Transsylvanië en het 'veranderende bewustzijn van de Transsylvaanse identiteit' is een ander hoogtepunt. Net als die van André Gerrits van het Amsterdamse Oost-Europa Instituut en vooral van Krystyna Kersten (Warschau) over de stereotypen jegens de joden in Polen.

Vooroordelen

Hoe sterk vooroordelen jegens volken in het verleden het lot van hun landen kunnen bepalen maken Piotr Wandycz (universiteit Yale) en László Marácz (universiteit van Amsterdam) duidelijk aan de hand van de vredesconferenties na de Eerste Wereldoorlog en de manier waarop daarbij werd omgesprongen met Polen en Hongarije.

Polen, dat 123 jaar eerder van de landkaart was verdwenen, had een goede reputatie in Frankrijk: de Fransen liepen al een eeuw weg met de Polen, 'de Christus onder de naties'. De Britten waren minder gecharmeerd: zij kenden de Polen slechter (“Wat te denken van een land dat zich door een pianist laat vertegenwoordigen?” moet Lloyd George hebben gezegd, doelend op de Poolse premier en piano-virtuoos Ignacy Jan Paderewski), maar toch kwamen de Polen er goed van af, in 1918. De gelegenheid een ferme buffer te posteren tussen Duitsland en Rusland was hier sterker dan de Britse reserves.

De Hongaren verging het anders. In het begin van de twintigste eeuw was het positieve imago van de Hongaren in het Westen veranderd. Aanvankelijk bestond bewondering. In de romantische periode werden de Hongaren 'ontdekt' en men was stevig onder de indruk van hun huzaren, hun puszta, hun csarda, hun poëzie, hun democratie en hun muziek. De opstand van 1848 en 1849 tegen de Habsburgers leidde zelfs tot een mythe van de revolutionaire leider Lajos Kossuth.

Daar kwam een eind aan door een boek van de invloedrijke Britse historicus Seton-Watson, die in 1908 een zeer negatief oordeel uitsprak over de manier waarop de Hongaren hun minderheden behandelden. Dat boek vernietigde het bestaande Hongarije-beeld bij de Britse elite in één klap. Het viel tot overmaat van ramp samen met Britse pogingen in 1907 om Duitsland en Oostenrijk-Hongarije te isoleren door verdragen met Frankrijk en Rusland. Toen na de Eerste Wereldoorlog in Trianon over de toekomst van Hongarije - verslagen onderdeel van het vijandelijke kamp - moest worden beslist, hadden de overwinnaars geen enkel begrip voor de Hongaren. Harold Nicolson, een van de Britse delegatieleden: “Ik zag, en zie nog steeds, die stam met acute afkeer. Net zoals hun neven de Turken hadden ze veel vernietigd en niets geschapen. Eeuwenlang hebben de Magyaren hun onderworpen nationaliteiten onderdrukt. Het uur van de bevrijding en de vergelding was gekomen”. László Marácz: “Deze negatieve beelden en stereotypen hadden een beslissende invloed op het Verdrag van Trianon (1920). Ze dienden als rechtvaardiging voor de verdeling van het historische Hongarije.”