Egalisatie bedreigt Utrechts landschap

RHENEN, 28 OKT. Geomorfoloog H. Wolfert zet zijn auto stil op een weggetje midden tussen de weilanden bij de Grebbeberg. Hij wijst naar een lichte knik in een omheining: een aardkundig verschijnsel. Eens liep hier dwars door het weiland een stroomgeul van de Rijn. De glooiing in het terrein heeft zo'n duizend jaar van menselijke arbeid doorstaan. Op het perceel ernaast is iedere oneffenheid verdwenen. Het weiland is 'opgewaardeerd' en oogt als een biljartlaken.

“Je ziet steeds vaker dat percelen geëgaliseerd worden”, zegt Wolfert. “Er gaat veel reliëf verloren. Ik kan het van die boeren wel begrijpen, maar je krijgt een eentonig landschap.”

De egalisatie van Nederland is een 'hot item' in kringen van deskundigen, stelt Wolfert, hoofd van de afdeling geomorfologie van het Staring Centrum in Wageningen. Dit instituut is onderdeel van het ministerie van landbouw en verricht toegepast onderzoek op het gebied van landschapsontwikkeling. Niet alleen boeren, maar ook wegenbouwers en stadsuitbreiders hebben een voorliefde voor vlakke bodems. “Als dit zo doorgaat, blijven alleen robuuste structuren over en verdwijnt zeventig procent van het reliëf van Nederland.”

Tot de robuuste structuren behoort in ieder geval de Grebbeberg bij Rhenen. Deze stuwwal uit de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, is gisteren door de provincie Utrecht uitgeroepen tot het eerste 'aardkundig monument' in Nederland. Het uitverkoren gebied betreft de zuidflank met het uitzicht op de Rijn. De benoeming gebeurt in het kader van het Europees Natuurbeschermingsjaar 1995 en is mede bedoeld om bij overheid en publiek meer aandacht te wekken voor de niet-levende natuur. “Het reliëf hier is niet zo spectaculair als in de Alpen”, erkent Wolfert. “Maar internationaal gezien mag het Nederlandse landschap er best zijn.”

Bij aardkundige monumenten gaat het om zichtbare fenomenen van de ontwikkeling van de aarde. Allerlei landschappen komen in aanmerking, zoals stuifduinen, rivierbeddingen en stroomruggen. Bescherming is een delicate zaak, omdat eigenaars vaak uiteenlopende belangen hebben.

De mens wist handig gebruik te maken van aardkundige verschijnselen. Zo liggen dorpen en wegen vaak op stroomruggen. De befaamde landgoederen in het Kromme Rijngebied liggen vooral op de grens van de klei en het zand van de Heuvelrug, omdat daar de grootste variëteit is.

De Grebbeberg (52 meter) verenigt de geschiedenis van de Nederlandse aarde en menselijk nut. Er zijn veel stuwwallen in Nederland maar de confrontatie met de Rijn heeft voor een zeldzame steile formatie gezorgd. De scherpe overgang tussen laag en hoog, nat en droog zorgt voor een ecologisch eldorado.

Ondanks zijn robuuste karakter behoeft ook de Grebbeberg bescherming. De steile helling is een bron van vermaak, maar vertoont sporen van erosie. Ook de ringwalburcht is maar nauwelijks bestand tegen het recreatiegeweld. Helling en wal zijn vooral in trek bij mountainbikers. “Dat is een ramp die zich overal voltrekt”, zegt B. Bastiaan, secretaris van het comité Europees Natuurbeschermingsjaar. Bastiaan hoopt dat de benoeming tot aardkundig monument de Grebbeberg kan behoeden voor verder verval. Maar de plechtigheid heeft ook tot doel om de belangstelling voor het aardkundig verschijnsel in het algemeen te vergroten.