De familie Khan; Imams in maatkostuum

ANNE EDWARDS: Throne of gold, the lives of the Aga Khans

346 blz., geïll., HarperCollins 1995, ƒ 63,-

Hij bezat huizen in Antibes, Gstaad en Bombay, een appartement in Parijs en een suite in het Londense Ritz-hotel. Hij had 350 renpaarden, bewoog zich met grote overgave temidden van de beau monde, deelde het leven met diva-achtige dames en figureerde veelvuldig in de kolommen van de society-bladen. Hoewel hij 'imam' was, leek de Aga Khan in zijn dure maatkostuums en limousines in niets op zijn fundamenteler ingestelde geloofsgenoten. Zijn rijkdom was spreekwoordelijk: alleen al de waarde van de robijnen in zijn uitgebreide juwelencollectie werd geschat op 200 miljoen dollar. Zijn inkomen - deels uit slimme belegging van zijn geërfde vermogen, deels uit de belastingen die zijn volgelingen aan hem betaalden en deels uit zijn zakenimperium bestaande uit mijnen, uitgeverijen, vastgoed en kunst - werd geschat op zo'n tien miljoen dollar per jaar.

Slechts weinig in de levensstijl van de Aga Khan III herinnerde er aan dat hij de geestelijk leider was van de vijftien miljoen Ismaili moslims, een verlichte groepering die zich in de achtste eeuw afscheidde van de Shi'iten en over het gehele Midden-Oosten en een deel van Afrika verspreid is. Zijn denken was Westers, zijn nationaliteit Brits, zijn levensstijl extravagant. Toen hij na de moord op Gandhi, zijn gewaardeerde tegenstander in de onafhankelijkheidsstrijd van India, last kreeg van depressies, besloot zijn vrouw Yvette een safari te organiseren voor haar echtgenoot. Behalve enkele vrienden ging er een lijfarts mee, een verpleegster, veertien vrachtwagens met voedsel, vier blanke bedienden, vijf jagers en zestig zwarte bedienden onder wie zes koks en zes mensen om de was te doen. Yvette nam een collectie avondjurken mee en de vooraf uitgezochte 'kampeerplaatsen' werden voorzien van elektriciteit en porseleinen baden met warm en koud stromend water. Dagelijks werden vers brood, vis, boter en eieren ingevlogen, alsmede gerookte zalm, kaviaar, foie gras, asperges, champagne, wijnen en brandy.

Britse gouvernantes

Prins Sultan Mohammed, geboren in 1877 in Karachi, was min of meer toevallig Aga Khan (Khan betekent leider) geworden. Na de dood van zijn twee stiefbroers en het overlijden van zijn vader werd het lelijke, sterk bijziende jongetje op 8-jarige leeftijd geestelijk leider. Zijn Westers georienteerde opvoeding, bestierd door Britse gouvernantes, zou bepalend zijn voor het verdere verloop van zijn leven. Na een mislukt huwelijk met zijn nichtje Shahzada trok de Aga Khan naar Europa, waar hij het grootste deel van zijn leven zou doorbrengen. In 1908 ontmoette hij er de Italiaanse ballerina Theresa Magliano, Ginetta genaamd. In 1911 werd hun zoon geboren, Aly Solomon Khan.

De verbintenis met Ginetta was maar matig gelukkig. Hij richtte zijn gunsten vervolgens op de 18-jarige Andrée Carron, met wie hij een relatie begon nadat hij eerst een kortstondige affaire had gehad met haar zuster Gabriella. In 1926 overleed Ginetta, 37 jaar oud, aan de gevolgen van een abortus. Ze was zwanger geraakt van haar chauffeur. Het patroon huwelijk/maîtresse zou zich nog vaak herhalen in het leven van de Aga Khan. In 1929 trouwde hij met Andrée - als huwelijkscadeau kreeg ze een villa in Cap d'Antibes - maar in 1933 werd hij al weer verliefd op de volgende schoonheid, de voormalige Miss France Yvette Labrousse. Tien jaar later ruilde hij Andrée, de moeder van zijn zoon Sadruddin, na een scheiding in voor Yvette, de nieuwe Begum Aga Khan.

Om contact te houden met zijn volgelingen maakte de Aga Khan enkele malen per jaar een reis langs Ismaili-gemeenschappen in het Oosten. Zijn ideeën waren opvallend voor die tijd: hij schafte kinderhuwelijken af, verbood het wassen van kleding in vervuilde rivieren en hamerde op goed onderwijs en vertelde gezinshoofden dat als ze moesten kiezen tussen onderwijs voor hun zoon of voor hun dochter, ze dan hun dochter naar school moesten sturen. Vrouwen, meende hij, hebben immers een grotere invloed op de volgende generatie dan mannen. De Ismaili's gelden tegenwoordig als de best opgeleide en meest welgestelde moslims ter wereld.

Victoria

Zijn ontmoeting met koningin Victoria, op haar vakantie-adres aan de Rivièra,betekende het begin van een levenslange hechte band met het Britse koningshuis en een verwoede strijd van de Aga Khan om Indië te behouden voor het Britse imperium. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, reisde hij spoorslags naar Londen waar hij de regering liet weten dat hij zijn laatste druppel bloed zou vergieten voor het Britse Rijk. In zijn boek India in Transition (1918) beschreef hij het groeiend verlangen in India naar zelfstandigheid. De Aga Khan was van mening dat een modern India, na Groot-Brittannië, de sterkste pilaar zou zijn van het Britse Rijk.

De Britten maakten dankbaar gebruik van de toewijding van de Aga Khan: zijn invloed werd gebruikt om de macht van de Turkse Sunnitische moslims, die samenwerkten met de Duitsers, te breken en een heilige oorlog te voorkomen. Ook in Egypte, dat eveneens naar Duitsland neigde, boekte hij succes. De pro-Duitse kedif Abbas II werd afgezet en Egypte werd een Brits protectoraat. De populariteit van de Aga Khan bereikte ongekende hoogten in Groot-Brittannië. Zijn succes als 'diplomaat' had echter ook een keerzijde: nadat hij gewaarschuwd was voor een Duits complot trok hij zich terug in Zwitserland, waar tot tweemaal toe een aanslag op hem werd gepleegd. Maar de bom die naar zijn auto werd gegooid, explodeerde niet en het vergif in zijn koffie miste zijn werking doordat hij van zijn dokter geen koffie mocht drinken.

Na de Eerste Wereldoorlog namen zijn politieke sympathieën een keer. In de tweede helft van de jaren dertig betoonde hij zich opvallend pro-Duits. Er is wel beweerd dat de arrogantie van het Foreign Office, dat openlijk betwijfelde of de vierde Begum Aga Khan ook weer de titel Her Highness moest krijgen, hem in de armen van de Duitsers dreef. Waarschijnlijker is dat het korte bezoek dat de Aga Khan in 1938 samen met zijn vrouw aan Hitler in Berchtesgaden bracht hem Duitsgezind maakte. Over politiek werd bij die gelegenheid niet gesproken, wel over de renpaarden van de Aga Khan. Het verhaal gaat dat de Führer tijdens het gesprek vroeg of hij één renpaard kon ruilen tegen veertig Mercedessen. Waarop de Aga Khan vroeg wat hij in hemelsnaam met veertig Mercedessen moest doen. De bewondering van de Aga Khan voor Hitler ging zo ver dat hij zijn vrienden adviseerde hun geld in Duitsland te beleggen,daar hij ervan overtuigd was dat Duitsland de oorlog zou winnen. Andrée omschreef Hitler als de meest charmante man die ze ooit had ontmoet.

Theevisite

In de latere jaren veertig ontpopte de Aga Khan zich opnieuw tot diplomaat, ditmaal tussen de regering in Londen enerzijds en Gandhi en Nehru anderzijds. Tussen de Aga Khan en Gandhi zou zich een vreemde haat-liefde verhouding ontwikkelen. De Aga Khan respecteerde Gandhi's principiële houding, maar geloofde niet in diens vrijheidsstrijd. Na afloop van de officiële onderhandelingen over India's onafhankelijkheid in St. James Palace in Londen spraken ze elkaar dagelijks in de suite van de Aga Khan in het Ritz Hotel. Een grotere tegenstelling was nauwelijks denkbaar: de 125 kilo wegende Aga Khan in zijn fraaie kostuum en de broodmagere Gandhi in zijn zelfgefabriceerde kleding, waarin hij ook op theevisite ging bij koning George. Gevraagd door verslaggevers of hij zijn kleding geschikt vond voor een bezoek aan Buckingham Palace, antwoordde Gandhi: “De koning draagt genoeg kleren voor ons beiden”. Nadat Gandhi door de Britten was opgepakt wegens opruiing werd hij op voorstel van de Aga Khan gevangen gezet in diens paleis in Poona, dat al geruime tijd leeg stond. Toen Gandhi's vrouw Kasturbai ernstig ziek werd, stuurde de Aga Khan medicijnen. Het mocht niet baten: in februari 1944 stierf zij, 62 jaar oud, in het paleis van de Aga Khan.

Naarmate zijn leven vorderde, maakte de Aga Khan zich steeds meer zorgen over zijn opvolging. Zoon Aly gedroeg zich meer als een playboy dan als een geestelijk leider en er gingen weinig dagen voorbij zonder dat de roddelpers over hem schreef. In 1934 verwekte Aly een schandaal toen hij een verhouding begon met Lady Furness, een getrouwde vrouw en de minnares van Edward, de Prince of Wales. Een jaar later was hij opnieuw in het nieuws door een relatie met een getrouwde vrouw, Joan Guiness. Ze trouwden en in 1936 werd hun zoon Karim geboren. Het huwelijk eindigde in een scheiding toen de filmster Rita Hayworth in zijn leven verscheen, met wie hij in 1950 trouwde. De huwelijksplechtigheid was over heel de wereld voorpaginanieuws: de bruidstaart werd aangesneden met een antiek glazen zwaard, de vijfhonderd gasten dronken zeshonderd flessen champagne en nuttigden onder meer 25 kilo kaviaar. Het zwembad van Aly's kasteel, waar het feest werd gehouden, was voor de gelegenheid gevuld met parfum.

In zijn testament had de Aga Khan (die in 1957 overleed) bepaald dat het geestelijk leiderschap van de Ismaili's niet op zijn zoon Aly, maar op zijn kleinzoon Karim zou overgaan. Karim gold, anders dan zijn vader, als een ingetogen, serieuze en harde werker. Maar ook Karim was meer een man van de wereld dan een geestelijk leider, ondanks zijn trouwe bezoeken aan Ismaili-gemeenschappen in Azië en Afrika. In plaats van in de roddelbladen figureerde de nieuwe Aga Khan veelvuldig in The Economist, The Wall Street Journal en de Financial Times in zijn hoedanigheid van topman van een wereldomvattend zakenimperium met 250.000 werknemers. Hij zette bedrijven op voor Ismaili's en investeerde de winst in onderwijs en gezondheidszorg.

Renpaard

Net als zijn grootvader heeft de nu bijna 60-jarige Karim de kritiek dat hij niet temidden van zijn volgelingen leeft, altijd weten te weerleggen. “Ik zie mijn volgelingen meer dan de paus de zijne ziet”, zei hij eens. En: “Mijn grootvader geloofde dat de Derde wereld, vooral de islamitische wereld, meer vooruitgang zou boeken als ze de lessen van de geïndustrialiseerde wereld zou leren”. Karim vergat erbij te vertellen dat zijn grootvader van vrouwen en van luxe hield, twee voorkeuren die zich nu eenmaal wat makkelijker laten combineren in het rijke Westen dan in het minder welgestelde Oosten. Voor Karim zelf gold dat hij zich met een Engelse moeder, een half Italiaanse vader en een Engelse vrouw volledig Europees voelde.

Ondanks zijn serene uitstraling beweegt ook Karim zich in de wereld van de jet set, zij het met mate. Met zijn privé-vliegtuig vliegen Karim en zijn vrouw 's avonds regelmatig uit Zwitserland naar partijtjes in Londen of Zuid-Frankrijk. Gaf hij zelf een feest, dan stonden er op de gastenlijst niet zozeer vrienden alswel hooggeplaatsten en beroemdheden die het echtpaar nimmer had ontmoet. Tot de intimi behoorden de familie De Rothschild, George Pompidou, Valéry Giscard d'Estaing en Rainier en Gracia van Monaco.

Ook Karim maakt kennis met de keerzijde van het succes en de roem: in 1983 wordt zijn favoriete renpaard Shergar door de IRA ontvoerd. Het dier is nooit teruggevonden. In 1993 ontmoet de Aga Khan opnieuw tegenslag: zijn vermogen, dat omstreeks 1980 werd geschat op 1 miljard dollar, loopt een gevoelige deuk op na een mislukt vastgoed-avontuur met Fiat-topman Gianni Agnelli. Zijn persoonlijk verlies wordt geschat op 500 miljoen gulden.

De biografie van Anne Edwards, die zich eerder boog over het leven van Katharine Hepburn, de Grimaldi's en de royal sisters Elizabeth en Margaret, is amusant en lichtvoetig, maar weinig diepgravend. Het is een sfeervol boek met veel wetenswaardigheden en aandoenlijke foto's, maar men kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de auteur zich te veel heeft geconcentreerd op het society-leven van de familie. Het lijkt alsof ze daar uitsluitend bezig waren met feesten, vrouwen en geld. Het leiderschap van de Ismaili's komt slecht uit de verf. Kritische kanttekeningen ontbreken. Zoals bij een opmerking van Karim,die in een interview zei: “Eigenlijk ben ik geen entrepreneur. Ik ben in de eerste plaats een geestelijk leider.”

    • Friederike de Raat