De Agusta-doolhof

FONS VAN DYCK: Agusta, overleven met een affaire

208 blz., Van Halewyck/Jan Mets 1995, ƒ 29,90

Er zijn weinig affaires geweest die de Belgische politiek zo in opschudding hebben gebracht als het Agusta-schandaal. België zit niet snel om een affaire verlegen. Vaak overleeft een partij of politicus de ophef. De morele verontwaardiging is er minder groot dan in Nederland; de zaak wordt er snel vergeten. Agusta raakte echter de zenuwen van de Socialistische Partij (SP). Hadden de socialisten smeergeld aangenomen van een wapenfabrikant?

SP-voorzitter Louis Tobback schetste het dilemma. “Wat is het verschil tussen een socialist en een pastoor?” zei hij tot partijgenoten. “Van een socialist wordt aanvaard dat hij achter de vrouwen aanloopt, maar niet dat hij met geld knoeit. Een pastoor mag met geld doen wat hij wil, maar hij mag niet naar de vrouwen kijken. Wij zijn dus gepakt op onze meest kwetsbare plaats.”

De woordvoerder van Tobback, Fons Van Dyck, maakte van het begin van de affaire af aantekeningen. Hij goot zijn ervaring in de vorm van een dagboek dat een beeld geeft van 'Agusta' door de bril van de Socialistische Partij. De beperking van Agusta, overleven met een affaire is dat de auteur een politieke kleur heeft. Hij kan als insider niet alles vermelden uit de interne keuken van de 'Keizerslaan', de Brusselse straat waar SP en PS, de Franstalige zusterpartij, hun hoofdkwartier hebben. Het boek is geen objectief historisch document maar geeft, met de omschreven beperking, wel een kijk op de Agusta-affaire en een aantal mechanismen in de Belgische politiek.

Het merkwaardige blijft de samenloop van de Agusta-affaire en de aankondiging van vervroegde verkiezingen in België. Op 17 februari kondigde premier Jean-Luc Dehaene de vervroegde verkiezingen aan. Vier uur later volgde de huiszoeking van de gerechtelijke politie aan de 'Keizerslaan'. De burelen werden doorzocht. Het gerecht wilde weten of de SP smeergeld had aanvaard van de Italiaanse helikopter-fabrikant Agusta.

De voorkennis van beide feiten is zeer opmerkelijk, zo stelt Van Dyck. De christen-democratische CVP-top wist al twee weken tevoren dat er vervroegde verkiezingen voor de zomer zouden komen. Tobback hoorde dit een dag voor de bekendmaking. Van de huiszoeking was Dehaene een dag tevoren op de hoogte. Hij vertelde Tobback niets en kondigde vervroegde verkiezingen aan. Hij wilde dit doen voordat de Agusta-affaire echt was 'losgebroken'. “Het is een voordeel de grootste partij in de regering te zijn en de premier in uw rangen te hebben”, zo kreeg Van Dyck van de CVP te horen. De SP zit nu eenmaal in de bijwagen.

De huiszoeking was niet ongegrond. De ex-penningmeester van de SP, Etienne Mangé, zou later toegeven dat hij ruim 50 miljoen Belgische franken (ruim twee miljoen gulden) van Agusta had aanvaard. De centrale vraag luidde: was dit een gewone partijgift, zoals partijen wel vaker geld van bedrijven kregen, of ging het om smeergeld voor de aankoop van de Agusta-helikopters?

Het boek bevat een interessant relaas over twee dramatische momenten voor de SP. Vooral in het begin was de paniek totaal. Op woensdag 22 februari zei secretaris-generaal van de NAVO, Willy Claes die tijdens de aankoop de minister van economische zaken was, dat hij “nooit, maar dan ook nooit” met Mangé over het Agusta-geld had gesproken. Mangé had aan het gerecht gezegd dat hij de “donatie” wel had voorgelegd aan de partijtop, inclusief Claes. Voormalig SP-voorzitter Frank Vandenbroucke erkende dat de SP-top was geïnformeerd. De tegenstrijdige verklaringen van Claes (“mijn naam is Claes, ik weet van niets”) en Vandenbroucke waren olie op het vuur van de Agusta-brand. Claes moest zijn uitspraak herroepen.

Arrangeur

Het is jammer dat Van Dyck dit voorval niet uitwerkt. Claes en Vandenbroucke zijn nooit grote vrienden geweest. De ongrijpbare Claes was altijd de 'arrangeur' en Vandenbroucke de 'Prinzipienreiter' van de SP. Claes was nooit vies van bijzaakjes; in België kwam hij vaak in opspraak, maar wist altijd te overleven. Zo keerde Vandenbroucke zich fel tegen wapenleveranties, terwijl Claes de Waalse wapenfabrikanten graag een graantje liet meepikken. Johan Delanghe, de ex-kabinetschef van Claes, vertelde het gerecht dat zijn baas een compensatie-order van Agusta wilde plaatsen in Belgisch-Limburg, de politieke machtsbasis van Claes. Dit ontkende Claes in alle toonaarden. De verhouding tussen Claes en de SP werd in de loop van Agusta slecht. De SP kreeg alles op het dak, terwijl Claes zich verschanste in zijn NAVO-bunker. Nogal wat socialisten kijken met zeker leedvermaak naar de 'final battle' van de arrangeur in nauwe schoentjes.

Een ander dieptepunt is 23 maart, wat Van Dyck de 'zwarte woensdag' noemt. Mangé had het geld in een kluis gelegd om het alsnog te gebruiken. Hij vond het zonde de franken naar Italië terug te sturen, want de SP, met haar grote netwerk van stichtingen, leefde in chronisch geldgebrek. In 1992 liet hij Vandenbroucke weten dat het geld “nog altijd” in de SP-kluis lag. De jonge partijvoorzitter, die in zijn morele zuiverheid iets heeft van een Hollandse calvinist, zei in paniek: “Dat geld moet weg, steek het desnoods in brand.” Vandenbroucke had dit al in zijn verhoor toegegeven, maar het lekte uit. Zijn positie als minister van buitenlandse zaken werd onhoudbaar. Vandenbroucke trad af en nog steeds heeft hij de klap niet verwerkt.

Deze pyromane neiging in de SP had een anekdotisch gevolg. De socialisten moesten hun verkiezingscampagne bijstellen. Op ontwerp-affiches was te zien hoe de liberalen pensioengelden in brand staken. Een hand hield een aansteker bij een pensioenbrief. Tekst: “Dit gaat er gebeuren als de liberalen regeren.” De ontwerp-affiche moest direct worden vernietigd.

Agusta domineerde vrijwel dagelijks de nieuwsberichten. Mangé stak de Agusta-gelden niet in brand, maar gebruikte ze voor de betalingen onder de tafel. Zo ontstond er een socialistisch zwart-geldcircuit. Werknemers van de SP kregen een 'zwarte premie' en een politicus kreeg geld om aandelen in een krant te kopen. Hij wil de koers van De Vrije Waaslander in zijn voordeel bijsturen. Niemand vroeg zich echter af waar de noodlijdende SP dat geld vandaan haalde. Van Dyck gaat ook wel eens te makkelijk om deze feiten heen en hij doet alsof de SP enkel slachtoffer was.

De Agusta-affaire genereerde in de loop der maanden enkele principiële vragen. De eerste betreft de verhouding tussen gerecht en journalistiek. Het is opvallend hoe vaak er uit gerechtelijke kringen lekken werden georganiseerd naar de pers. In België is een persofficier onbekend. Van Dyck geeft zelf enige voorbeelden. Zo was de Franstalige krant Le Soir op de hoogte van de huiszoeking bij de SP voordat Tobback ervan wist. Het gerechtelijk verslag waarin Vandenbroucke sprak over het 'verbrande geld' lekte uit. Ook bij de overige huiszoekingen (bij Tobback in Leuven, en Claes in Hasselt) kreeg de pers een tip 'uit Luik'. Het resultaat was dat televisieploegen op de stoep stonden. Er werd zelfs een 'vals proces-verbaal' in omloop gebracht. Mogelijk hebben de advocaten van verdachten met de lekken te maken, maar ook het gerecht zelf is niet waterdicht. Het hoopt via lekken de bal aan het rollen te brengen. De mediadruk moet SP-topfiguren kraken. De pers laat zich in dit machtsspel manipuleren, zo vindt Van Dyck.

Een andere verhouding is journalistiek-politiek. Tijdens de hoogtepunten van de Agusta-affaire was het privé-leven van verdachten vogelvrij. Het gerecht zelf had een aandeel in het criminaliseren van verdachten, zoals Mangé. Hij werd in de boevenwagen van de Rijkswacht afgevoerd terwijl de camera's draaiden. De verdachten werden met naam en toenaam genoemd, hun adressen en huizen staan in veel kranten. Het kasteel van de een, of de Zuidfranse villa van de ander - bescheiden optrekjes waren het niet. Er is in België nauwelijks bescherming van privacy voor verdachten. Volgens Van Dyck pleegde de ex-stafchef van de luchtmacht, Jacques Levebvre, zelfmoord in een Brussels hotel nadat hij in opspraak was geraakt en de RTBF beelden van hem had uitgezonden.

Immuniteit

Deze aspecten hebben in België een debat op gang gebracht over de positie van het gerecht en de rol van de pers. Er zijn voorstellen om in de toekomst de onschendbaarheid van parlementsleden of ministers gemakkelijker op te heffen. Nu genieten zij immuniteit voor vrijwel alles. Dit moet worden beperkt tot daden die met de functie te maken hebben. Voor verdachten is er ook iets in petto. Nu zijn ze weerloos en kunnen ten hoogste een 'recht op antwoord' eisen. Als het betrokken medium dit niet toekent, kunnen ze dat recht afdwingen via de rechter; een omslachtige procedure. Volgens de plannen mogen verdachten schadevergoedingseisen indienen bij media-organen als er sprake is van “onjuiste informatie”. Dit kan echter de persvrijheid aanmerkelijk inperken. Zo krijgt de pers het op zijn brood en niet het gerecht, dat lekte met manipulatieve doeleinden.

De SP heeft de stembusslag van 21 mei overleefd. Zij richtte haar verkiezingscampagne helemaal op sociale zekerheid en op de figuur van Tobback. Hij werd in 'Agusta' vrijgepleit en kreeg het statuut van 'Rode Mozes'. Toen Agusta losbrak zag hij de hoge Berg. 'Was ik nu maar geen SP-voorzitter geworden', dacht hij nog in februari, 'dan zou ik hier rustig zitten als burgemeester van Leuven en senator.' Maar Tobback voerde een uitgekiende campagne. Hij plaatste de SP op sociaal-economisch gebied 'links' (behoud van de sociale uitkeringen), maar op het gebied van justitie en binnenlands bestuur 'rechts' (law and order, vreemdelingenstop). Daarmee wierp hij een dam op tegen het Vlaams Blok, maar hield ook de traditionele 'volkshuissocialisten' tevreden. Voor de SP was er bij de verkiezingen van 21 mei zelfs nog een kleine winst. Tobback leidde de SP zo naar een nieuwe coalitie met CVP. De SP overleefde Agusta, terwijl voor Claes de affaire nog niet af is. Het boek van Van Dyck biedt een inzicht in de Agusta-doolhof, met veel namen en verwikkelingen. De weg is niet altijd duidelijk, maar de leestocht de moeite waard.

    • Derk-Jan Eppink