Agent heeft op feestjes veel uit te leggen

De 'pet op straat' is niet blij met de parlementaire enquête. “Door de tv lijkt het nu alsof alle politie corrupt is.”

ROTTERDAM, 28 OKT. Surveillant M. van Baren (21) van het Rotterdamse bureau Maashaven kuiert over de markt in de verpauperde Afrikaanderbuurt en maant twee junks een andere stek te zoeken. Hij houdt van zijn werk, hij wil bereiken dat “mensen zich veilig voelen”. Om die reden is hij niet blij met de parlementaire enquête opsporingsmethoden. “Een hoop burgers horen die dingen en zien de politie als boeman. Straks komen ze nog minder snel naar ons toe.”

Via de televisieverhoren van Van Traa zijn de meer dan dertigduizend Nederlandse politie-ambtenaren indirect getuige van ruzies in de top en deals met drugs en informanten. De meesten van hen hebben er niets mee te maken. Wat betekent de enquête voor de pet op straat?

Hoofdagent A. van der Heide van bureau Buitenpost (Friesland) vindt het een goede zaak dat de onderste steen boven komt. “Af en toe krijgt de politie op zijn sodemieter maar dat moet kunnen. Wij leven in een democratie, wij zijn aan parlementaire controle onderhevig.” Bij wachtcommandant J. Klumpje van politiebureau Hoogeveen overheerst verbijstering. “Ik had nooit verwacht dat er zoveel boven water zou komen. In de volksmond hoor je: Nou nou, criminelen die miljoenen toegestopt krijgen...”

Hoofdagent D. Bult, voorzitter van de Amsterdamse Politie Vakorganisatie: “Het is een klap in het gezicht van de hele Nederlandse politie. Qua reputatie zet dit de politie op een achterstand van tien jaar.” Surveillant Van Baren geeft vooral de media hiervan de schuld. “Door de tv lijkt het nu net alsof alle politie corrupt is. Ik zeg niet dat er nooit wat gebeurt, maar het zal wel opgeklopt worden. De media maken alles erger dan het is.”

In Amsterdam, een van de hoofdrolspelers in de IRT-affaire, wordt de parlementaire enquête bij de politie zeer goed bekeken. “In de kantine van het hoofdbureau is een televisie neergezet en die staat dag en nacht aan”, zegt hoofdagent Bult. In de rest van het land is de belangstelling wisselend. H. van der Westen, voorlichter op bureau Den Bosch: “Collega's op de werkvloer hoor je er niet over. Ze weten eigenlijk helemaal niet wat er allemaal gebeurt in die IRT's. Het is heel ver van hun bed.” î

Na hun werk merken agenten dat de beroepsgroep in de schijnwerpers staat. “Het is zo langzamerhand een poppenspel in dertien bedrijven”, zegt H. van Rijn, inspecteur bij de Amsterdamse politie en voorzitter van de afdeling Amsterdam van de Nederlandse Politiebond. “De gemiddelde diender wil gewoon op een normale manier zijn werk doen. Die heeft er geen zin meer in om elke keer bij zijn familie en op feestjes te komen en dan te horen te krijgen: 'Nou, bij de politie is het ook een klerezooi'.” En ook wetsovertreders kijken tv. “Collega's geven iemand een verbaal en die staat meteen weer op straat. Die zegt dan: Zeg, moet je mij hebben? Kijk eens naar wat jullie zelf hebben gedaan!”

Voor D. Bult heeft de enquête één positief effect. Als Amsterdams agent heeft hij veel te verduren gehad van de Utrechtse hoofdcommisaris Wiarda, die het Amsterdamse korps in januari vorig jaar beschuldigde van corruptie. “Als je zat te kaarten kreeg je van die geintjes als: Nou jij zal wel vals spelen, jullie zijn toch al zo corrupt. Mensen zeggen dat zomaar, ze weten niet wat een impact dat heeft.” Recentelijk ziet Bult, die zeer te spreken is over de commissie-Van Traa, een kentering in de stemming. “Nu zeggen ze: Godskanonnen, het is wel een zootje, jullie hadden toch wel gelijk.”

Van der Heide in Friesland ontvangt naar aanleiding van de enquête veel solidariteitsbetuigingen van burgers. “'De politie mag toch wel verrekte weinig', zeggen ze dan. 'Jullie moeten veel meer bevoegdheden krijgen.' Dan zeg ik altijd: 'Maar stel dat ik nu je zoon kwam ophalen.' Ja, dan blijkt het toch weer iets anders te liggen.” Zelf heeft hij geen behoefte aan verruiming van zijn bevoegdheden. “We hebben ons te houden aan het wetboek van strafrecht.”

Hebben de agenten na alle onthullingen nog vertrouwen in de top van politie en justitie? Surveillant Van Baren wel. “Een dealertje dat hier in zo'n pandje zit kun je oppakken, maar als je één dealertje oppakt zit er morgen weer een ander. Je moet geen dingen doen die niet door de beugel kunnen. Maar dingen doen om de grote jongens te pakken, daar ben ik wel voor.”

Bult: “Het blijkt dat er vier,vijf mensen zijn waar alles om draait, die zich hebben beziggehouden met CIA-achtige toestanden en dat erg ver hebben doorgevoerd. Die zijn in feite bezig de wet te overtreden. Dan zeggen ze: 'Dat doen we met een achterliggend doel'. Ja, zo lust ik er nog wel een. Dan kun je alle wetten wel negeren.”

Van Rijn: “Dat aftreden van Van Randwijck. Wij zien dat en denken: Die wordt beloond omdat hij zijn werk niet goed gedaan heeft. Terwijl er bij ons maar het minste of geringste hoeft te zijn en het geeft aanleiding tot een onderzoek.”

Eén man komt telkens weer spontaan ter sprake: Nordholt. Zijn populariteit lijkt grenzeloos. Van der Heide: “Ik heb hem vrij hoog. Het is ook een noorderling en ik heb veel goede dingen van hem gezien.” Bult, een directe ondergeschikte: “Het korps staat als één man achter Nordholt.” Van Rijn: “Hij heeft fouten gemaakt, maar hij is toch wel de man die zijn nek heeft uitgestoken voor de positie van de politieman in de Nederlandse samenleving. Dat heeft uitstraling gehad op het hele land.”