Weglopen van iets lekkers; Dubbele bodems van Marion Bloem

Marion Bloem: De smaak van het onbekende. Uitg. De Arbeiderspers. Novelle. 54 blz. Prijs f 6,90

De smaak van het onbekende, een klein appetijtelijk boekje van Marion Bloem, is even geraffineerd als de gerechten die de Surinaamse hoofdpersoon bereidt voor haar kunstminnende gasten. Het verhaal speelt zich af in de keuken van de gastvrouw, die bezig is een kosmopolitische maaltijd van vele gangen te vervaardigen voor een niet minder kosmopolitisch gezelschap. Het water loopt je in de mond bij de gedetailleerde beschrijvingen van de recepten, maar het resultaat van de culinaire inspanningen wordt niet getoond. Het boek houdt op voordat de gasten aan tafel gaan en de schalen worden opgediend. De lezer komt kortom een kijkje nemen in het atelier van de kunstenaar en mag werk in uitvoering aanschouwen, maar wordt niet uitgenodigd voor de opening van de expositie. Er zitten talloze dubbele bodems in De smaak van het onbekende en dit is er één van: dat het scheppingsproces belangrijker is dan het resultaat.

Dat de kookkunst van de hoofdpersoon een metafoor is voor alle andere kunstuitingen ligt er dik bovenop. De gastvrouw, werkzaam bij een kunstraad, verwacht een gezelschap van hoge cultuurambtenaren, kunstkritici, conservatoren, beeldend kunstenaars en literatoren. Tijdens het koken laat ze alle genodigden in gedachte de revue passeren en probeert ze de smaak van haar gerechten af te stemmen op de persoonlijkheid van iedere gast.

Tegelijkertijd vraagt ze zich af welke gespreksonderwerpen ze bij welke gang zal aansnijden. Uiteindelijk wil ze het maar over één onderwerp hebben: bestaat er, als het over kunst gaat, een universele norm voor smaak of is smaak cultuurgebonden en is het onbekende per definitie onverdragelijk? De hoofdpersoon, zoveel wordt duidelijk, neigt met haar kosmopolitische achtergrond naar de eerste opvatting. Maar ze twijfelt over de mening van haar gasten. Het meest symbolische gerecht, de doerian, een vrucht die anders oogt dan hij aanvoelt en anders ruikt dan hij smaakt, wil ze hun niet voorzetten uit angst dat ze walgend weglopen. “Het kan namelijk net zoals in de beeldende kunst of in de literatuur ook met voedsel zo zijn dat je eerst iets moet overwinnen. (...) Dan kun je je ogen noch je reukzin vertrouwen, en je moet misschien wel ettelijke malen opnieuw een hap nemen voordat je beseft dat je bijna iets had afgewezen wat het lekkerste blijkt te zijn dat je ooit hebt geproefd.”