Wachtlijst in speciaal onderwijs wordt korter

DE MEERN, 27 OKT. De wachtlijsten in het speciaal onderwijs zijn korter geworden. Op 1 oktober stonden 562 probleemleerlingen op zo'n wachtlijst. Dat is een daling van 37 procent ten opzichte van vorig jaar, toen 898 scholieren moesten wachten op toelating.

Niet overal en niet in ieder schooltype zijn de wachtlijsten geslonken. Voor afdelingen met 'in hun ontwikkeling bedreigde kleuters' (iobk) en 'zeer moeilijk lerende kinderen' (zmlk) zijn de lijsten toegenomen, van respectievelijk 66 naar 86 leerlingen en 14 naar 26 leerlingen.

Dit blijkt uit een inventarisatie van de Onderwijsinspectie, die staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het gaat om leerlingen die officieel zijn toegelaten op de speciale school maar vanwege plaatsgebrek op een wachtlijst belanden. De grootste groep - 440 leerlingen - staat op een wachtlijst van een school voor kinderen met leer- en opvoedingsproblemen (lom), moeilijk lerende kinderen (mlk) en in hun ontwikkeling bedreigde kleuters (iobk). In 1992 verplichtten deze speciale scholen zich niet meer te groeien vanwege het project Weer Samen Naar School.

In totaal hebben 115 van de 1.005 speciale scholen een wachtlijst, op 32 scholen bevat de lijst vijf of meer leerlingen. Uit het inspectieonderzoek blijkt dat het aantal leerlingen op een wachtlijst per regio sterk varieert. Zo zijn de wachtlijsten voor speciale scholen in Almere, en de provincie Limburg gegroeid ten opzichte van vorig jaar, terwijl die in Amsterdam en Noord-Brabant zijn geslonken en in Rotterdam zelfs zijn gehalveerd. Niettemin is het absolute aantal wachtlijstleerlingen in Rotterdam en Amsterdam nog steeds relatief hoog: respectievelijk 61 en 121 leerlingen.

Verklaringen ontbreken in het onderzoek. In een toelichting schrijft de inspectie dat de druk op speciale scholen in sommige stadwijken is vergroot door groei van de bevolking en/of wijziging van de bevolkingssamenstelling.