Van het volk

Irene die nog alleen van boom tot boom droomt, Beenhakker met de mond vol tanden, Marijnissen die wel eens onder de rok van Steffi Graf zou willen knutselen, er is geen houvast meer in het mega-dorp Nederland. Gelukkig is er Simon Kistemaker nog. De coach van FC Utrecht houdt niet van mietjes, zijn jongens moeten buffelen. Dat is de taal van de echte sportman: elk woord moet naar zweet ruiken.

Frans Körver is ook zo'n prachtige man uit de oude doos. Op de vraag of hij niet verrast was amper een week na zijn ontslag weer bij een nieuwe club te zitten, zei Frans: “Daar kan ik ook niets aan doen. Ik had ook een jaartje thuis kunnen gaan zitten, maar wat lost dat op? Als ik het niet doe, doet een ander het.” Perfect antwoord. Aan de korte, vierkante zinnen, dwars tegen elke mediatraining in, herken je de grote trainer. Körver heeft geen modieuze rel met het Egyptische blad Al-Aharam nodig om te zijn wie hij is. Hij verliest zich niet in beledigingen aan het volk, grote beleidsverklaringen, sprookjesachtige psycho-analyses van routiniers of pseudo-poëtische mijmeringen over de warme appeltaart van de vrouw van de voorzitter. Nee, hij zegt wat iedere man denkt: thuis zitten lost niets op.

Kistemaker en Körver zijn, in tegenstelling tot die gelikte proleet van de SP, Marijnissen, nog echt van het volk. Hun bestaan staat in het teken van de verheffing van de schoffelaars. Een lotsverbondenheid waar geen enkel palmares tegenop kan. Met Steffi Graf in het bubbelbad? Zo ze al vreemd willen gaan, zal het met Letitia Vriesde of met Anky van Grunsven zijn. Steffi klinkt te veel naar bestuurskamers, naar Monaco, naar zijden ondergoed. Zonder bloemetjesbehang is er voor Simon en Frans geen liefde.

Zeker nu Beenhakker en Haan weer in het land zijn moet de geliefde voetbalsport dringend gedecoiffeerd worden. Het is daarom van kapitaal belang dat types als Kistemaker, Körver, Foppe de Haan en zelfs Issy ten Donkelaar in het zadel blijven zitten. Piet Schrijvers kan ook. Niet die wereldse bohémiens met het gezicht van een fax geven licht en kleur aan het karakter van het Nederlandse voetbal, dat doen de mannen van het rijtjeshuis-geluk. Voor wie een beetje succes ook al mooi is en een geföhnd kapsel zonde van het geld.

Nederland schreeuwt om authentieke opwinding, om de rauwe eenvoud van verdriet en teleurstelling. Te veel bestuurders en coaches hebben zichzelf en hun gevolg verintellectualiseerd, vermarketingd en verpavlovd. De bovenlaag van het voetbal is een reservaat geworden van ingestudeerde emoties, becijferd geluk, gedempte kreten en scheten. Over voetbal hoor je de heren op het ereterras nog zelden. Ze kijken aandachtiger naar de lintjesdragers om hen heen dan naar de bal. Competitieve koketterie met een air van: het verraad van vrouwen kennen we, het verraad van vrienden deert niet. Superieur in de eenzaamheid, zo zitten ze daar.

Frans Körver heeft daar geen last van. Hij gaat zijn weg, nu weer als een bonkige pendelaar van Doetinchem naar Maastricht. Thuis wacht zijn vrouw, anoniem maar met heupen die het land en dus ook Frans dragen. Zij weet dat haar man eerst van de jongens moet genieten, dan pas van zichzelf. Aan Körver kleeft geen leugen, geen Florentijns gekonkel. Zijn ogen zwemmen in het absint en hij is er gelukkig mee. Ik blijf me verbazen over die wonderlijke discipline van hem om toch weer bijtijds de snor wat bij te knippen. Te woordeloos zijn om op zondag de snedige grapjes van Jack van Gelder te kunnen pareren en toch altijd weer oprijzend met het intuïtieve vakmanschap, ook indrukwekkend.

Frans, Simon, Foppe en de anderen zijn geen ridders van de graal en juist daarom zitten ze als gegoten in die dug-out. Over hun semantische beperktheid hoeven ze zich niet langer te bekreunen. Vorig weekend werd Johan Cruijff met een rode kaart naar de tribune gestuurd. Hij had iets als hoerenjong tegen de scheidsrechter geroepen. Dat nu zelfs Cruijff al aan één woord genoeg heeft om zijn mening te vertolken mag een opsteker heten voor de Kistemakers en de Körvertjes. Als zelfs de Verlosser de (war)taal loslaat en de dingen met een vloek en een snauw kan gezegd krijgen, zit het met hun toekomst als trainer wel goed.

Straks blijft alleen nog Arie Haan over die als een gedopeerde vleermuis langs en over de zijlijn staat te kwetteren en te schetteren. En nog steeds verzaligd door de bravoure in woord en gebaar 's avonds aan zijn vrouw vraagt: Heb je mij gezien?

    • Hugo Camps