The Next Next Big Thing; Het snelle succes van de Britpop

Net als in de swinging sixties is Engeland weer het centrum van de popmuziek. Oasis en Blur verkopen honderdduizenden singles en elke week wordt er wel een nieuw bandje ontdekt. De meeste schrijven opgewekte liedjes met bijdehante teksten en een enkel afwijkend element als een vuige gitaarriff. “Na het succes van groezelige Amerikaanse bands als Nirvana en Pearl Jam willen de kids weer hitgevoelige Engelse groepen,” zegt discjockey Steve Lamacq.

De radio-studio's van de BBC in Londen zijn gehuisvest in een statig gebouw aan Regent Street, maar popzender Radio 1 zit in een afgeleefde flat aan de overkant van de straat. Popmuzikanten maken er hun opwachting in oude jeeps, vertegenwoordigers van platenmaatschappijen lopen in en uit en overal staat de radio aan. Het is vier uur 's middags als dj Steve Lamacq (30) opduikt in een walm van sigaretterook en alcohol. Lamacq, met leren jack en versleten broek, is een kleine man bij wie het licht door zijn uitstaande oren valt.

Lamacq heeft iedere doordeweekse avond een radio-programma en daar draait hij de nieuwe platen van groepen waarvan hij denkt dat ze zullen doorbreken. Hij 'maakt' hits door bepaalde singles elke avond te draaien, soms zelfs twee keer. Vergenoegd vertelt Lamacq over de singles die hij hielp een succes te worden, zoals het debuut van de jonge Britse groep Supergrass. “I hammered it,” zegt hij.

Sinds ongeveer twee jaar krijgen Britse popgroepen die voorheen als 'alternatief' golden, in hun vaderland plotseling ook commercieel succes. De opwinding over het succes van de jonge gitaarpop-groepen bereikte een voorlopig hoogtepunt toen de twee populairste bands van het moment, Blur en Oasis, in de week van 14 augustus tegelijk een nieuwe single uitbrachten. Niet eerder in de geschiedenis van de popmuziek werden er in Engeland in één week zoveel singles verkocht. Bijna een half miljoen fans spanden zich in om hun favoriet naar de eerste plaats van de hitparade te kopen.

Bij Ladbrokes-kantoren werd geld ingezet op de winnaar, inwoners van Londen (de woonplaats van Blur) en Manchester (Oasis) gingen met elkaar op de vuist en de parallel met de dagen van The Beatles en The Rolling Stones was snel getrokken - al gaat die vergelijking niet op; want in de jaren zestig bespraken Mick Jagger en John Lennon gewoon in de pub wie op welke datum een volgende single zou uitbrengen, zodat beide groepen ongestoord de eerste plaats konden bereiken.

Het was Blur die uiteindelijk de eerste plaats bereikte, met 270.000 verkochte singles tegen Oasis met 220.000. Het doordringen van deze popgroepen tot het commercieële circuit doet denken aan de ontwikkeling in Amerika aan het van begin van de jaren negentig toen grunge-groepen als Nirvana en Pearl Jam plotseling een massa-publiek bereikten - met het verschil dat de muziek van de Engelse bands niet zo agressief of desperaat is.

De muzikanten van Blur, Elastica of Supergrass zijn bijna allemaal beïnvloed door de Engelse muziek van de tweede helft van de jaren zeventig. Ze verwerken punk, new wave en ska-kenmerken tot nieuwe composities, waarbij niet zelden rechtstreeks van oude helden wordt geciteerd. Het resultaat van deze nostalgie is veelal een opgewekt popliedje met een enkel afwijkend element: een vuige gitaarriff of een cynisch stemgeluid - terwijl de muzikanten van The Stranglers of Wire, die in de punktijd furore maakten, regelmatig een refrein of orgelloopje van hun hand in de nieuwe hits zullen herkennen.

Maar een eventuele twijfel aan de oorspronkelijkheid kan de Engelse euforie over 'hun' nieuwe popmuziek niet verstoren. De muzikanten die nu liedjes schrijven waren twee toen punk doorbrak, en sinds Van Gogh hebben toch wel meer schilders met geel gewerkt? Na een periode van frustratie, toen deAmerikaanse grunge-groepen de Engelse popmuziek overschaduwden, zijn pers en publiek nu onvoorwaardelijk solidair met hun landgenoten; Engeland is het centrum en Londen het hoofdkwartier van de hedendaagse rock 'n' roll, net als in de swinging sixties. Zelfs de verzamelnaam voor deze nieuwe oogst aan bands is even enthousiast als nietszeggend; het is Brits, het is pop - we noemen het Britpop.

Supersoakers

In geen land is de muziekwereld zo verstrengeld met de schrijvende pers als in Engeland, waar twee muziekbladen wekelijks het nieuwe talent presenteren. De New Musical Express en Melody Maker 'ontdekken' bijna iedere week een onbekende groep en wijden cover-stories aan muzikanten van wie nog niet eens een debuut-cd is verschenen. 'Ash shoot to the top!' is het onderschrift bij een foto van de groep Ash, die drie singles, oftewel 7 minuut muziek heeft gemaakt. En we zien drie verlegen tieners met supersoakers in hun handen.

De schijnbaar eindeloze stroom nieuwe talenten die de Engelse media weet aan te voeren, wekt argwaan. Vooral als blijkt dat de groep die eerst zoveel promotie kreeg even later niet meer in de kolommen van het betreffende tijdschrift is terug te vinden. Zijn de nieuwe Engelse groepen allemaal werkelijk even fantastisch, of regeert de waan van de dag?

Steve Lamacq van Radio 1 zegt dat het een kwestie is van 'momentum'. “De Next Big Thing wordt niet achter een bureau uitgedacht, die krijgt zijn stuwkracht door een aantal factoren. Neem bijvoorbeeld de band Marion, vijf jongens uit Manchester. Ze maken een paar fantastische singles, ze treden veel op, ze zien er goed uit, ze zijn jong; de kids lusten er wel pap van. Dus de journalisten gaan er over schrijven, ik draai hun plaat op de radio. Creëren we dan een hype?

Lamacq is alleen maar tevreden dat de groepen die hij altijd al draaide nu tot de 'mainstream' van de Britse pop behoren. De bloei schrijft hij onder andere toe aan een herwaardering van songteksten. “Het Engelse publiek houdt van slimme teksten en de nieuwe groepen voldoen daar aan. Engelse tekstschrijvers zijn in twee dingen uitzonderlijk goed: in ironische, observerende teksten en in recht-voor-zijn-raap geschreven ontboezemingen. Het eerste hoor je bij Blur, waarvoor zanger Damon Albarn afstandelijke, vaak grappige verhaaltjes schrijft in de derde persoon enkelvoud. Bijvoorbeeld in het nummer Top Man: 'In a crowd it's hard to spot him, but anonymity can cost/ he's never cheap 'n cheerful, he's Hugo and he's Boss/ he's riding through the desert on a camel light/ and on a magic carpet he'll fly away tonight'

“De hartekreten komen van Oasis. Hun teksten gaan over 'Wij!', 'Ik!', 'Jij!'. Het zijn club-liederen, waardoor we ons allemaal ergens deel van kunnen voelen. ”

Maar behalve opgewekte muziek en bijdehante teksten stelt het Engelse publiek nog een andere eis aan zijn popsterren, en wel 'integriteit' - credibility. Al sinds The Beatles is een working class-afkomst 'credible' evenals opstandig gedrag. Maar wat tot voor kort vooral geloofwaardig maakte, was kleinschaligheid. De 'Do It Yourself'-mentaliteit, een erfenis van de punkbeweging, heeft zo'n twintig jaar de Engelse popwereld geregeerd. Groepen verbonden zich bij voorkeur aan kleine 'onafhankelijke' platenmaatschappijen, in plaats van aan EMI of Sony Music, en een notering in de 'independent-charts' gold als sjieker dan een in de reguliere hitparade. Commercieel succes was 'not done'.

“Die onafhankelijke status is nu geen punt van discussie meer,” zegt Steve Lamacq. “Het verveelde de mensen. Na het succes van Amerikaanse groepen als Nirvana en Pearl Jam willen de kids succesvolle Éngelse groepen. Sinds punk voelden muzikanten zich schuldig als ze populair werden. Maar na die hele stroming groezelige Amerikanen waren de vlot geklede, hitgevoelige Engelse popsterren meer dan welkom. Succes is weer 'credible'.”

Verkreukelde pakken

Wat Chelsea was voor jonge muziekliefhebbers in de jaren zestig, is Camden voor de aanhang van Britpop. In deze wijk ten noorden van het centrum komt men in het weekend samen in oud-Engelse pubs als The Laurel Tree en The Good Mixer. Zaterdagavond staat voor The Laurel Tree een rij mensen tot de volgende hoek. Binnen is het biljart opzij geschoven, jongens en meisjes dansen op de hits van sixties-groepen als Small Faces en The Kinks, en van de nieuwste aanwas. De fans van Oasis zijn te herkennen aan de frisse Adidas t-shirts, die van Blur aan hun verkreukelde pakken.

“Dit is een gewone pub, maar omdat we al die Britse succesnummers draaien vind iedereen het fantastisch,” zegt de portier van The Laurel Tree. “Ja natuurlijk ook omdat de zanger van Pulp hier wel eens komt, en die van Blur.”

Een van de mensen die naar eigen zeggen 'succes' een criterium voor geloofwaardigheid heeft helpen maken, is de hoofdredacteur van NME, Steve Sutherland (39). Sutherland vertelt over de toestand in de Britse muziekwereld toen hij drie jaar geleden aantrad. “Het was frustrerend, jonge Engelse groepen kregen geen enkele aandacht in de media. Voor de Brit-awards, de jaarlijkse prijzen voor de beste artiesten, waren voor de zoveelste keer mensen als Rod Stewart, Sting en Phil Collins genomineerd. Uit woede daarover heb ik toen met de NME de 'Brat-awards' ingesteld en die uitgereikt aan beginnende bands als Suede en Elastica. En van de ene dag op de andere was erkenning weer oké.”

Het kantoor van de NME, aan de zuidoever van de Theems, ziet er uit alsof er zojuist een bom is ontploft. Overal dwarrelen papiertjes en zitten foto's schots en scheef aan de muur geprikt. Mannen en vrouwen met verwilderde haardossen lopen druk pratend door elkaar en uit een kast steekt het grijnzende hoofd van een cd-recensent. Is dit het hoofdkwartier waar carrières worden gelanceerd? Kijkt die jongen daar misschien zo slaperig omdat hij gisteravond in een uithoek van het land The Next Big Thing heeft moeten ondervragen?

Dat het succes van vele bands het gevolg was van kortstondige jubelcampagnes van de NME wijst Sutherland van de hand. De aanpak van NME noemt hij 'pro-action'. “NME reageert niet alleen op wat er gebeurt, wij hèlpen dingen gebeuren. Doordat wij een bepaalde groep, bijvoorbeeld Ash, in een vroeg stadium oppikken wekken we nieuwsgierigheid; het publiek komt kijken en er is misschien een platenmaatschappij die de groep een contract aanbiedt. Zo krijgen de muzikanten gelegenheid zich te ontwikkelen en uit te groeien tot een succes.”

Maar wat na twee singles nog als een 'ontdekking' gold, kan bij het verschijnen van de debuut-cd al weer over boord worden gegooid, zoals in het geval van de nieuwe Londense groep Menswear. De groep had de cover al gehaald maar kreeg over de debuut-cd Nuisance te lezen: “Nuisance' is exactly what Menswear are, and exactly what the Good Lord intended them to be. Only problem is, by their very nature they may not be for much longer. Their debut album is so completely of its time that it often verges on the ridiculous.'

“Men verwijt ons van de NME altijd dat we mensen verraden. Maar de gang van zaken is als volgt: als de band waar wij eerst heel enthousiast over zijn geweest al wat bekender geworden is, en weer met een nieuwe cd of tournee komt, dan komt er wel eens iemand naar mij toe die zegt 'Luister, ik vind die groep helemaal niets en ik wil opschrijven waarom'. Tja, dat is de kritische fase.

“Het is een natuurlijke proces; àlles wordt geboren, het groeit, het raakt in verval en het sterft,” zegt hij fatalistisch. “Zo ook het vermogen van muzikanten om goeie muziek te maken. En wij werken hier niet ten bate van de platenmaatschappijen, wij zijn journalisten. Het kan ons niet schelen of mensen carrière maken of niet. Het maakt mij niet uit of Blur nog vijf geweldige platen maakt, ze hebben nu vier goede cd's gemaakt en daar hebben we van genoten. Maar nu ben ik geïnteresseerd in een volgend nieuw talent. Dat is voor mij journalistiek.”

Springen

De groep Marion, die op basis van drie singles door Melody Maker, NME en Steve Lamacq tot 'The Next Big Thing' is uitgeroepen, speelde vorige week vrijdag in The Londen Astoria, met Northern Uproar (getipt als 'The Next Next Big Thing') in het voorprogramma. Voor het optreden vertelden zanger Jamie Harding en gitarist Brian Grantham (beiden 20) over de interesse van platenmaatschappijen. “Vorig jaar, nog voor onze eerste single, ontstond er een 'bidding war' tussen al de platenmaatschappijen die ons wilden hebben. We hebben toen gekozen voor een grote maatschappij, wij willen gewoon zo veel mogelijk succes,” zegt Harding. Geven de hoge verwachtingen van de pers na slechts drie singles de groep een extra druk? “Nee, wij doen dit al sinds we twaalf zijn. Voor ons komt die aandacht dus helemaal niet zo snel.”

's Avonds bij het concert, als de zaallichten in The Astoria uitgaan en Leonard Cohens 'So Long Marianne' de opkomst van Marion aankondigt, blijkt het enthousiasme van het Engelse publiek. Engelsen gedragen zich bij een popconcert als Nederlanders bij het voetbal. Niet gehinderd door enige reserve of kritische zin stort men zich in het gewoel. Een meisje laat zich op de schouders van haar vriend hijsen, ze tikt op mijn schouder en steekt een hand uit: “Hai, ik ben Mindy. Als ik straks op je val, dan spijt me dat.”

Bij de eerste maten van Marions dramatische rocksongs beginnen de bijna tweeduizend aanwezigen te springen. Mindy vliegt van haar hoge zitplaats. Even later vlijt zanger Jamie zich behaagziek over de voorste rijen van het publiek en wordt onmiddellijk door graaiende handen naar beneden gesleurd. Het duurt een paar minuten voordat hij door roadies het podium weer op gehesen kan worden. Jamie's overhemd is verdwenen en de zwarte oog-make up zit op zijn wangen. Er is geen twijfel aan, hier wordt een ster gebore Oasis treedt op 8 november op in Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht. Het concert is uitverkocht.

    • Hester Carvalho