The Carpenters: broer en zus tot de dood erop volgt

Vanavond gaat The Carpenters in premiére, een voorstelling van theatergroep Carrousel over het in de jaren zeventig wereldberoemde muzikale duo. Regisseur Matin Van Veldhuizen, die samen met hoofdrolspeler Frank Houtappels, het stuk schreef, dacht in eerste instantie: “Nou ja, The Carpenters, pffff.”

'Richard en zijn mollige zus Karen'. Meer dan een zinsnede uit een recensie is het niet, maar de rest hoort Karen al niet meer. Terwijl Richard verder voorleest, loopt zij aangeslagen naar voren, stapt uit haar jeans, bekijkt minzaam haar lichaam en markeert dan met een blauw potlood de helft van haar heupen en dijen. Anorexia nervosa in één beeld gevangen.

De scène maakt deel uit van de nieuwe voorstelling van theatergroep Carrousel, over het leven van de Carpenters, het muzikale duo dat in de jaren zeventig uitgroeide tot supersterren. Wereldwijd verkochten zij meer dan zeventig miljoen platen. Richards arrangeerkunst faalde nooit: hij wist zelfs een scheurende gitaar nog te laten eindigen in koorzang. Zijn talent gaf de Carpenters hun gelikte sound, waarin de kristalheldere stem van Karen alle ruimte had om te domineren. Met de tragische dood van Karen in 1983, het gevolg van haar jarenlange hongeren, eindigde het Carpenters-sprookje abrupt.

Terwijl hun liedjes luid door het Carrouselpand aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal schallen en de spelers zich in de zaal gereed maken voor de repetitie, licht regisseuse Matin van Veldhuizen haar keuze voor de Carpenters toe. “Frank Houtappels, die Richard speelt, en ik zochten naar een alternatief voor de geijkte hetero- of homo-relatie, en toen kwamen we uit op broers en zussen. Toepasselijke toneelstukken bleken niet voorhanden: dan ging het altijd over incest, zoals in Agatha van Duras. Terwijl we juist wilden laten zien dat het ook anders kan.”

Na een aantal beroemde broers en zussen - zoals Shirley MacLaine en Warren Beatty - te hebben overwogen, kwamen de theatermakers uit bij de Carpenters. “In eerste instantie dacht ik: nou ja, de Carpenters, pffff”, zegt Van Veldhuizen. “Ik hield niet van hun muziek. Maar hun relatie bleek intrigerend. Tot de dood erop volgde zijn ze bij elkaar gebleven en dat vind ik het spannende: dat broers en zussen langer bij elkaar blijven dan gewone partners.”

Houtappels en Van Veldhuizen schreven uiteindelijk het grootste deel van de teksten. Het beschikbare materiaal over The Carpenters bleek minimaal. “Er is één biografie, van Ray Coleman. Saai! Er staan alleen maar feitjes in. Richard heeft streng toezicht gehouden. Maar het gaf ons de ruimte om het universele broer-zus-gegeven vrij in te vullen. Het is theater, fictie, dus hebben we geïmproviseerd en gekeken naar hoe we vroeger zelf waren. Hoe was het bij ons thuis, hoe stonden we tegenover onze ouders?”

The Carpenters begint met een opname van de echte Richard, die een karakteristieke uitspraak doet: “Terwijl anderen vochten op straat en in oorlogen, vochten wij voor the right sound.” Vervolgens wordt in grote lijnen het leven en de carrière van het duo uiteengezet; de vroege nummer één-hit (met de tweede single, Close to you), de verslaving van Richard aan slaappillen en het fobische vermageringsverlangen van Karen (pas na haar dood ontmaskerd als de ziekte anorexia nervosa). De sketches worden afgewisseld met liedjes uit het hitrepertoire, vertolkt door zangeres Annemieke Tetteroo, bijgestaan door de twee acteurs.

Op de vraag hoe de vrolijke liedjes zich verhouden met haar oogmerk de verstikking in de relatie tussen broer en zus bloot te leggen zegt Van Veldhuizen: “Ze waren een gevangenis voor elkaar. Karen is de blikvanger, maar hun moeder noemt Richard een genie en Karen voelde dat ook zo. Daardoor had ze haar hele leven het gevoel tweede garnituur te zijn. Zonder dat ze van de groep weg kon of wilde. Dat is een benauwenis, waaraan ze ontsnapte met het enige waarover ze macht had: haar lichaam.”

Een ander thema in het stuk is het imago van de Carpenters. Temidden van de psychedelia van de jaren zeventig, de androgyne acts en metal rock vormden hun parelende tanden en korte haar, de verstaanbare, meerstemmige zang en de mierzoete harmonieën een belediging van de hippe, politiek-bewuste smaak. De doodskus kwam van president Nixon, die hen ontving op het Witte Huis. “Het beste dat jong Amerika op dit moment te bieden heeft”, zei de man die de Vietnam-oorlog op dat moment naar een hoogtepunt voerde. Richard zegt in de voorstelling dat 'iedereen' zou zijn gegaan, maar Van Veldhuizen weigert genade te verlenen: “Zingen op het Witte Huis was nu eenmaal een politieke daad. Reactionairder kon niet.”

Voor Houtappels en Denier van der Gon, die Karen speelt, zijn de Carpenters van een andere generatie. Niettemin onthult Houtappels dat hij als puber al stiekem fan was. “Ik was helemaal gek van Song for you. Daarop zwijmelde ik weg als ik in Amersfoort was wezen pogoën. En dan dacht ik: waarom kan ik niet net zoveel van punk houden?”

    • Ron Rijghard