'Strijkeiland' is voorbeeld globalisering

SINGAPORE, 27 OKT. In het Verre Oosten hebben Philips-medewerkers het wel eens grappend over 'het strijkeiland', als zij praten over het Indonesische eiland Batam dat een paar kilometer voor de zuidkust van Singapore ligt. Sinds een paar jaar staat op dit eiland een grote fabriekshal waar duizend Philips-medewerkers jaarlijks een paar miljoen strijkijzers produceren. De produktie van deze low-tech-apparaten, die voor een groot deel nog bestaat uit handwerk, is op Indonesisch grondgebied een stuk goedkoper dan in Singapore, de goed geoutilleerde basis waarvandaan de verantwoordelijke Philips-managers opereren.

Philips' strijkeiland is een voorbeeld van de grootscheepse produktieverplaatsing naar Azië waarmee het concern een aantal jaren geleden is begonnen. Financiële analisten verwijzen graag naar Philips op Batam als zij moeten verklaren waarom Azië een goedkopere en dus aantrekkelijker produktiebasis is dan West-Europa. Het Verre Oosten kent voor Philips grote voordelen: de groei van de economie is er een stuk hoger en de perspectieven aanmerkelijk gunstiger dan rondom de thuisbasis Eindhoven. En verder is er qua afzetgebied op dit moment nergens ter wereld een aantrekkelijker consumentenmarkt dan die in Azië te vinden.

Het is daarom niet verwonderlijk, zeggen analisten in Singapore, dat Philips het Verre Oosten zowel als produktielokatie als ook als afzetgebied als de belangrijkste regio ter wereld beschouwt en Europa voor nieuwe investeringen in versneld tempo wil verruilen voor Azië. Maar die strategie behelst meer dan strijkijzers maken op Batam.

Veel valuta van landen in Azië zijn zwak, althans een stuk minder sterk dan de Duitse mark en de Nederlandse gulden. Voor Philips zitten er veel voordelen aan om produktie te verplaatsen naar landen met 'zwakke' valuta: de produktie is er minder kostbaar waardoor de export relatief goedkoper wordt.

Hoewel de binding met de Japanse yen steeds belangrijker wordt, zit het gros van de Aziatische valuta voorlopig nog op een of andere manier vast aan de Amerikaanse dollar. Omdat die munt de afgelopen jaren eigenlijk alleen maar zwakker is geworden, staan ook de meeste Aziatische valuta in de financiële wereld als zodanig te boek. Daar komt bij dat landen waarvan de economie nog in volle ontwikkeling is, doorgaans een vrij gunstige (want niet sterke) munteenheid hebben. Voor Philips zijn landen als China, India en Vietnam om die reden aantrekkelijke landen om te produceren of te investeren. Bovendien zijn de arbeidskosten in deze landen nog erg laag.

Philips coördineert het gros van haar activiteiten in het Verre Oosten uitgerekend vanuit een land met een sterke munt: Singapore. De dollar van deze stadstaat is sterker dan ooit. De elektronicafabrikant beschouwt het land als de ideale uitvalsbasis voor het Verre Oosten en als springplank voor expansie van de activiteiten naar met name China. Bovendien biedt Singapore met haar goed opgeleide arbeidspotentieel en perfecte infrastructuur, aan Philips een basis voor vervaardiging van hoogwaardige technologische produkten. De produktie van high-tech in Singapore is weliswaar relatief duur, maar hier staat voor het concern meer dan de prijs, de kwaliteit van het gefabriceerde voorop.

Naast valutavoordelen, gunstiger afzetperspectieven en goedkopere produktie staat bij sommige van Philips' investeringen in het Verre Oosten puur en alleen het strategische belang centraal. Zoals in China waar het concern de afgelopen tijd een aantal fabrieken voor produktie van computerchips en andere hoogwaardige technologische produkten heeft neergezet. De infrastructuur in China is nog lang niet van het niveau van Singapore, maar het feit dat Philips aanwezig is in het land is van groot strategisch belang. Zo'n miljoenen investering betaalt zich, verwacht men in Eindhoven, over een paar jaar met gemak terug.

    • Max Christern