Stormvlag gaat in top over Belastingdienst

DEN HAAG, 27 OKT. Staatssecretaris Vermeend (Financiën) zit met een politiek probleem. Het is niet zo dat hij een aanvaring heeft met de Tweede Kamer; daar eet men uit zijn hand. Ook in het kabinet is Vermeend getapt. Zijn hoofdambtenaren hebben evenwel moeite met de politieke invloed op hun doen en laten. Dat lieten ze vandaag weten aan hun hoogste ambtelijke baas: de directeur-generaal der belastingen mr. J.N. Van Lunteren. Het rapport waarin ze hun wens tot verzelfstandiging uiten, komt enkele maanden nadat staatssecretaris Vermeend (Financiën) duidelijk heeft gemaakt dat hij meer greep op het uitvoeringsbeleid opeist.

Zo'n tien jaar geleden heeft de inspecteursvereniging het onderwerp ook al eens aan de orde gesteld nadat de toenmalige staatssecretaris Koning zich persoonlijk had bemoeid met de belastingaanslag van tv-persoonlijkheid Wibo van der Linden. Bij die gelegenheid bevestigde de Tweede Kamer evenwel het primaat van de politiek. Onder Konings zwakke opvolger Van Amelsvoort, voerde de krachtige topambtenaar Boersma een reorganisatie van de Belastingdienst door. Als onderdeel daarvan kregen groepen belastingambtenaren eigen verantwoordelijkheid voor nieuw beleid. Het kwam de bewindslieden van Financiën eigenlijk wel goed uit, want zo kon het ministerie gemakkelijk en pijnloos voldoen aan harde afslankingsnormen.

Tweede-Kamerlid Ybema (D66) stelde de verschuiving van verantwoordelijkheden in 1992 aan de orde in een kamervraag, maar berustte in een ontwijkend antwoord. In 1993 verschenen rapporten van commissies, geleid door de Groningse hoogleraar Scheltema en de Friese Commissaris van de Koningin Wiegel, waarin de zegeningen van verzelfstandiging van overheidsdiensten breed werden uitgemeten. Toen het regeerakkoord in 1994 een bestuurlijke vernieuwing in het vooruitzicht stelde en aankondigde dat “de beleidsuitvoering zoveel mogelijk wordt losgemaakt van de beleidsvorming” was het voor de inspecteurs hoog tijd hun dienst te laten profiteren van de paarse vernieuwingsdrang.

Er waren al bevoegdheden en budgetten vanuit Den Haag naar onderdelen van de dienst verplaatst. Dat smaakte naar meer. Uit het vandaag aangeboden rapport blijkt bijvoorbeeld hoezeer de hoofdambtenaren snakken naar de mogelijkheid een eigen personeelsbeleid te voeren, waarin zij overeenkomstig de hogere normen van het bedrijfsleven worden gehonoreerd. Ook willen ze vrijheid bij het vaststellen van uitvoeringsregels. Maar de paarse wind bleek uit een heel andere hoek te waaien. Staatssecretaris Vermeend pakte de teugels op die Van Amelsvoort uit handen had laten glippen en eiste de zeggenschap op over alle beleidsbeslissingen die er onder zijn verantwoordelijkheid worden genomen.

Dat heeft de hoofdambtenaren niet afgeschrikt bij hun studie naar verzelfstandiging. In hun analyse beschouwen ze verscheidene veranderingsmogelijkheden. Privatisering van de Belastingdienst, zoals bij de PTT en het loodswezen, achten ze “in het huidige tijdsgewricht” niet mogelijk. Een andere mogelijkheid is de omvorming tot een zelfstandig bestuursorgaan, zoals dat is gebeurd bij het KNMI, de Verzekeringskamer en het Kadaster. Daarin ziet de inspecteursvereniging enige duidelijke voordelen maar anderzijds is ze pessimistisch over de bereidheid van de politiek om voldoende ruimte voor zo'n operatie te geven. De Vereniging zet haar kaarten daarom op een verzelfstandiging waarbij het politiek gestuurde deel van de Belastingdienst wordt ontkoppeld van “het bedrijfsproces”. Het rapport gaat vooral in op de voordelen van zo'n ontkoppeling op managementgebied. In het voorwoord maakt voorzitter Hofstra duidelijk dat bij de verzelfstandiging ook hoort dat er autonomie komt bij het ontwikkelen en vaststellen van fiscaal beleid.

Politici en maatschappelijke organisaties reageren als door een wesp gestoken op dit pleidooi. De Belastingdienst heeft de laatste jaren steeds meer macht gekregen. Het vertrouwen dat de staatssecretaris voor de uitvoering aanspreekbaar is, heeft de Kamer verleid tot het accepteren van royaal geformuleerde bevoegdheden. Bovendien is het te verwachten dat de Belastingdienst nog voor het einde van de eeuw de heffing van premies werknemersverzekeringen overneemt van de bedrijfsverenigingen. Zo'n machtige overheidsdienst is al snel een staat-in-de-staat. De ongekend lage toevoer van vers bloed in de dienst bevordert een cultuur van isolement. Daarbij komt dat het fiscale strafsysteem met boetes tot 100 procent van de ontdoken belasting draconisch kan uitwerken en dat een inspecteur op kruistocht een bedrijf naar de ondergang kan helpen. Bovendien bepleit de inspecteursvereniging in een vorige week aangeboden rapport dat de burger een zwaardere verantwoordelijkheid krijgt bij het vaststellen van de eigen aanslag.

Als zo'n dienst ook nog eens heel efficiënt blijkt te werken, is alertheid geboden en scherp toezicht gewenst. Trouwens, nog geen maand geleden werden vanuit het belastingkantoor in Deventer 80.000 ondernemers in het hele land fikse boetes in het vooruitzicht gesteld bij de eerstvolgende kleine vergissingen in BTW-opgaven. Ingrijpen van Vermeend en een verontschuldiging van Van Lunteren konden de zaak recht trekken.

Al met al is het begrijpelijk dat op tal van plaatsen de stormvlag uitgaat als de verenigde hoofdambtenaren van zo'n dienst blijken te streven naar minder toezicht en meer autonomie. De verontrusting is terecht, zeker als men beseft dat het rapport van die leidinggevenden wel is doordrenkt van managementvisies maar dat het de hiervoor genoemde bijzondere karakteristieken van de Belastingdienst ongenoemd laat. De alarmbel krijgt een extra toon door een eerdere mededeling van voorzitter Hofstra dat zijn leden aanhikken tegen een keuze tussen de wensen van hun werkgever, die van de wetgever en die van de steeds meer vragende burgers. Hofstra heeft daar moeite mee in het licht van democratische en rechtsstatelijke beginselen. Dat doet zozeer denken aan de verantwoordelijkheidsproblemen bij die andere grote organisatie, de politie, dat het Kamerlid Ybema het tijd vindt voor een bezinning over de organisatiestructuur bij de Belastingdienst. Het zou passend zijn als de Tweede Kamer daar niet alleen de verantwoordelijke bewindsman bij betrekt, maar ook de hoofdambtenaren die de discussie nu aanzwengelen. Nadat ze de steen in de vijver hebben gegooid, hebben ze er recht op met hun wensen en noden naar voren te komen. Een open contact tussen de politiek en de machtigste rijksdienst is heel belangrijk.