Stabiele vrede in Bosnië vraagt om sterke legermacht x bp

Voor Europa is het tijd voor een zucht van verlichting. De Amerikanen hebben de bestrijding van de al weer jaren woedende steppebrand in Bosnië overgenomen en dragen verder de verantwoordelijkheid voor het nablussen en voor het nathouden van de belendende percelen. Het 'brand meester' heeft nog wel niet geklonken, maar in elk geval zijn de 'professionals' in aantocht. Andersom begint voor de Verenigde Staten nu de ellende, althans deskundige waarnemers in Amerika vrezen daarvoor. Zij hebben niet het blinde vertrouwen in Amerikaans vermogen waartoe Europeanen geneigd zijn te vervallen als zijzelf een klus hebben verknoeid.

Twee voormalige coryfeeën uit het Amerikaanse defensie-establishment hebben in een bijdrage aan de Washington Post (gisteren afgedrukt in de International Herald Tribune) over de voorbereidingen in Washington hun zorgen uitgesproken. Richard Perle, de man achter Reagans overbewapening, en Paul Wolfowitz, een van de plannenmakers van Desert Storm, waarschuwen dat de Verenigde Staten op het punt staan zich zonder een strategisch doel en zonder een daartoe leidend plan in de Bosnische perikelen te mengen. De voorspelling van minister Christopher dat het Amerikaanse contingent binnen een jaar weer naar huis kan terugkeren, wensen zij niet serieus te nemen zolang de bewindsman er niet aan toevoegt hoe hij denkt deze belofte te kunnen nakomen zonder dat het nog te bereiken akkoord dan weer uiteenvalt.

De zwakte van de overeenkomst die nu in de steigers staat is volgens Perle en Wolfowitz dat de grenzen die partijen straks uit elkaar moeten houden, niet verdedigbaar zijn, dat er geen machtsevenwicht bestaat en dat dit de verschillende facties zal aanmoedigen de overeenkomst te schenden. Dat plaatst de nieuwe vredestroepen, hoewel zij beter bewapend zullen zijn dan de blauwhelmen van de Verenigde Naties, opnieuw in een onmogelijke positie, niet veel anders dan die waarin hun voorgangers verkeerden. Slechts als alle partijen belang hebben bij het handhaven van vrede, zoals jarenlang het geval is geweest langs de Israelisch-Egyptische scheidslijn in de Sinaï, kan een vredesleger zijn taak vervullen, menen zij. Dan kan zelfs met een beperkt aantal waarnemers worden volstaan.

De beide auteurs betrekken een sterke stelling. Zij herinneren bijvoorbeeld aan het debâcle dat in 1983 het einde betekende van de Amerikaanse interventie in Libanon. Toen veroorzaakte een zelfmoordactie met een autobom de dood van 260 Amerikaanse mariniers. De gijzelingen en de herhaalde beschieting van blauwhelmen beurtelings door alle facties hebben aangetoond dat een vredesleger in Bosnië geen vanzelfsprekende immuniteit bezit. En ook al neemt het nieuwe vredesleger straks geen humanitaire taken meer op zich, zijn beperktere controlerende opdracht zal onderdelen en individuele militairen toch af en toe in kwetsbare situaties brengen waar 'het recht van zelfverdediging' opnieuw onvoldoende garantie biedt voor de eigen veiligheid.

Perle en Wolfowitz overtuigen minder waar zij de benadering volgen van de meerderheid in het Amerikaanse Congres. Volgens die benadering is Bosnië een eenvoudige zaak. Het internationale wapenembargo heeft vooral de Bosniërs getroffen, en daardoor hebben deze onvoldoende gebruik kunnen maken van hun recht op zelfverdediging. Maar dankzij de NAVO-bombardementen en de steun van de Kroaten zijn de krijgskansen gekeerd. Die weg moet verder worden gevolgd teneinde de Bosniërs te bevrijden uit het moslim-getto waarin zij nog steeds zitten opgesloten. Ofwel, hef alsnog het embargo op voor Bosnië.

Als het Amerika's strategische doel zou zijn om, met voorbijzien van de Servische factor, een uniforme Bosnische staat te vestigen zou deze aanpak een zekere logica hebben. Maar dan zou de bereidheid moeten bestaan de oorlog nog een tijdje te laten voortduren. Wat in de Krajina en West-Slavonië mogelijk is gebleken, de hardhandige verwijdering van de Servische bevolking, zou in Bosnië een herhaling van de ramp uit voorgaande jaren betekenen, maar dan niet met de moslims maar met de Bosnische Serviërs als slachtoffer. Voor wie geen onderscheid maakt tussen regime en bevolking zou zoiets mogelijk aanvaardbaar zijn, maar het zou niet leiden naar gezonde verhoudingen.

Het doel dat de Amerikaanse regering wèl voor ogen heeft, is beperkter en houdt rekening met de ingewikkelde verhoudingen die in Bosnië tussen de verschillende volksdelen bestaan. De eerste fase vorig jaar was de beëindiging van de parallelle oorlog tussen de Bosniërs en de Kroaten. Het geslaagde gezamenlijke optrekken tegen de Serviërs in Noord-West Bosnië deze zomer was daarvan een direct gevolg. Maar het bindmiddel tussen beide groepen is zwak, en de Kroatische dominantie binnen de Bosnische Federatie wordt in Sarajevo gewantrouwd. In de tweede fase zullen de Serviërs in een Bosnische constructie moeten worden opgenomen. De Serviërs hebben nogal wat terrein verloren en dat maakt een regeling wellicht gemakkelijker. Desondanks blijft de positie van het Bosnische 'midden', ingeklemd als dat ligt tussen Kroaten en Serviërs, penibel.

De 'etnische zuiveringen' en de misdaden waarmee die gepaard zijn gegaan, hebben de onderlinge verhoudingen voor jaren verpest. Maar de als gevolg van die zuiveringen ontstane homogeniteit van de bevolking in de verschillende delen waarin Bosnië feitelijk is uiteengevallen, biedt kansen voor een status quo die een zekere duurzaamheid zal tonen en de gewelddadigheid over en weer zal intomen. Veel individueel ondervonden onrecht kan niet worden ongedaan gemaakt, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zullen slechts met grote moeite voor een rechter kunnen worden gebracht, laat staan bestraft, maar verdere ellende moet te voorkomen zijn.

Veel meer dan een façade van een Bosnische staat zal er niet ontstaan en een centrale regering zal zich tot een symbolische rol moeten beperken. Maar de verbindingen zullen kunnen worden hersteld en langs die verbindingen zullen weer contacten worden opgenomen, al was het maar om de wederopbouw in geheel Bosnië ter hand te nemen.

Wie ervan uitgaat dat binnen een jaar Serviërs, Kroaten en moslims aan elkaar kunnen worden overgelaten, bedriegt zichzelf in ernstige mate. Daarin hebben Perle en Wolfowitz gelijk. Maar er moet een alternatief zijn voor hun simpele benadering van 'laten ze het zelf maar uitvechten'. En aan dat alternatief kan een sterk en doelgericht vredesleger een belangwekkende bijdrage leveren. Dàt rechtvaardigt het nemen van risico's.

    • J.H. Sampiemon