Québécois bezinnen zich op het voortbestaan van Canada

MONTRÉAL, 27 OKT. Canada huilt tranen met tuiten. Tienduizenden kwamen gistermiddag van heinde en verre naar de Place du Canada in Montréal om te getuigen van hun liefde voor hun broeders en zusters in Québec, die maandag in een referendum zullen bepalen of hun provincie onafhankelijk moet worden.

De Québécois leken maar matig onder de indruk. Lucien Bouchard, leider van het separatistische Bloc Québécois, de grootste oppositiepartij in het nationale parlement, had de steunbetuigers al bij voorbaat gehoond: “Ach wat houden ze ineens van ons! Mijn hart gaat echt van boemedieboem. Maar waar waren ze in 1982?, [toen Québec als enige Canadese provincie weigerde de nieuwe grondwet aan te nemen omdat daarin geen 'collectieve rechten' voor de merendeels Franstalige provincie waren vastgelegd]. nou?”

Bouchard sniert, als altijd. De jongste opiniepeilingen laten een - kleine - winst zien voor de ja-stemmers. Québec, waar een kwart van de ruim 27 miljoen Canadezen woont, is “vernederd, verraden en uitgezogen door de andere provincies”, heeft Bouchard de Québécois voorgehouden. Een soeverein Québec zal een wondermiddel zijn voor alle kwalen: de bedreigde sociale zekerheid, nijpende begrotingstekorten, stijgende werkloosheid - en de gekrenkte trots.

Veel twijfelaars lijken zich door de charismatische redenaar te hebben laten overtuigen. Reden voor de liberale premier van Canada, Jean Chrétien, om woensdagavond voor de tv met een brok in zijn keel de Québécois te bezweren nog eens goed na te denken voor ze “het voortbestaan van Canada op het spel zetten”.

En toch is Bouchard waarschijnlijk niet helemaal gerust op de uitkomst van maandag. Want uit opiniepeilingen blijkt óók steevast dat dertig procent van de ja-stemmers gelooft dat Québec binnen de Canadese federatie zal blijven. Zij zien het referendum vooral als methode om de federale regering te dwingen tot een reeks van economische concessies.

Die 'dubbelhartigheid' is ingebakken in de intrigerende vraag die maandag moet worden beantwoord: “Stemt u ermee in dat Québec soeverein moet worden, nadat het Canada formeel het aanbod heeft gedaan van een nieuw economisch en politiek bondgenootschap, binnen de grenzen die gesteld worden door het wetsvoorstel aangaande de toekomst van Québec en de overeenkomst die is aangegaan op de twaalfde juni 1995?”

Niet alleen de Engelstalige media hebben zich vrolijk gemaakt over dit “voorstel om te scheiden en daarna onmiddellijk weer in het huwelijk te treden”.

Pagina 4: Wie wil de zekerheid van een Canadees paspoort opgeven?

De omstandige formulering van het referendum is het gevolg van een compromis dat Bouchard in juni sloot met Jacques Parizeau, die vorig jaar september werd gekozen als premier van Québec. Parizeau - leider van de Parti Québécois (PQ), een provinciale zusterpartij van Bouchards nationale Bloc - had een referendum willen houden over een simpele vraag: onafhankelijkheid ja of nee? Nee, leek zestig procent van de kiezers begin dit jaar te zullen antwoorden. Toen Parizeau toch wilde doorzetten, bracht Bouchard het compromis tot stand.

Toch geeft de huidige vraagstelling precies weer wat de nationalisten van Québec altijd hebben nagestreefd. Zoals bij een eerder referendum in 1980 over een souveraineté-association tussen Québec en de Canadese federatie. Toen werd het nee. De overgrote meerderheid van de Québécois heeft de economische en andere voordelen van de Canadese dollar en een Canadees paspoort nooit willen verliezen. En dat lijkt nog steeds het geval te zijn.

Het compromis van 12 juni tussen het Bloc van Bouchard, de Parti van Parizeau en een recent afsplitsinkje van de Liberale partij bepaalt dat het parlement van Québec de soevereiniteit zal uitroepen na onderhandelingen over een nieuw bondgenootschap met de federatie, ook als die niet succesvol zijn.

Het nieuwe verdrag met 'de rest van Canada' moet behelzen: een douane-unie, vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal, een gezamenlijke monetaire politiek, arbeidsmobiliteit en burgerschap. Québec zal de Canadese dollar aanhouden, evenals het Canadese paspoort.

In het begin van zijn campagne heeft Bouchard nooit over soevereiniteit willen spreken, maar uitsluitend over de aantrekkelijkheid van het nieuwe verdrag. Hij en andere separatisten zeggen dat de rest van Canada uiteraard zal instemmen omdat ze eenvoudig te veel economisch belang hebben bij goede en nauwe betrekkingen met het nieuwe Québec.

Haast stikkend van woede bestrijden de federalisten binnen en buiten Québec de zonnige en succesvolle eenvoud van het separatistische voorstel. Ze houden de kiezers voor dat een ja een werkelijke breuk met Canada betekent. De werkloosheid zal stijgen, bedrijven zullen Québec ontvluchten, zoals in 1976 al eens gebeurde, toen de Parti voor het eerst de provinciale verkiezingen won. En met wie moet Québec precies onderhandelen over dat verdrag? Hoe zal de rest van Canada zijn onderhandelingspositie bepalen - na eerst algemene verkiezingen te hebben gehouden, of alleen na overleg tussen de provinciale regeringen?

De rest van Canada lijkt vooralsnog te geloven dat een echtscheiding in de maak is. Maar Canada is niet alleen bang voor de emoties die na maandag hoe dan ook zullen losbarsten. Sinds 1 januari 1994 maakt Canada met Mexico en de Verenigde Staten deel uit van het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag (NAFTA). De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, heeft vorige week gezegd dat men er niet van moet uitgaan dat NAFTA ongewijzigd kan blijven als Québec zich zou afscheiden. Het verdrag bepaalt immers dat nieuwe partners pas na onderhandelingen kunnen worden toegelaten en de rest van Canada kan dergelijke onderhandelingen niet in zijn eentje voeren.

De separatisten wuiven zulke bezwaren weg. Bouchard zegt dat de Québécois na honderden jaren van vernedering eindelijk trots en zichzelf zullen zijn - binnen NAFTA, de NAVO en de Verenigde Naties. Veel Québécois willen hem graag geloven, maar het risico is toch te groot. Zoals voor de 22-jarige studente die het ja-standpunt zo verleidelijk vindt omdat “het je een veel mooier gevoel geeft dan het kille rationele nee, dat alleen maar op eigenbelang is gebaseerd”. Nee is “vluchten voor verantwoordelijkheid”, zegt ze. Maar ze durft “verantwoordelijkheid echt niet aan”. En daarom vlucht ze maar.

Een ander, een oude man, zal ja stemmen. Hij weet dat er moeilijkheden zullen komen - hij trapt niet meer in de praatjes van de separatistische leiders. Hij rekent op vijf jaar economische ontberingen. Maar daarna is het tenminste afgelopen met het gechicaneer van de rest van Canada, zegt hij. Dan zullen zijn kindskinderen zich nooit miskend hoeven voelen, en dat is wel wat waard.

Eigenlijk zijn bijna alle Québécois, inclusief de federalisten, de nee-stemmers, ervan overtuigd dat Québec niet zonder de speciale status kan die het de laatste vijftien jaar door de rest van Canada in mislukte akkoorden en verloren referenda is geweigerd. En zullen de nee-stemmers na een overwinning van het ja in goed-Canadese traditie toch weer niet eendrachtig proberen het beste ervan te maken? Nee, zegt John Parisella, een van de leiders van de nee-campagne. “Dan denk ik alleen nog maar aan mijn eigen gezin, dan zal ik er alleen maar voor zorgen dat ik zelf het hoofd boven water houd.”

Maar bij de andere partij ligt het even existentieel. Yves Martin, voormalig adviseur van premier Parizeau, zegt zonder een spoor van fanatisme: “Bij een beslissende nederlaag breekt een lange tijd aan van stilte en somberheid. De onafhankelijkheidsbeweging zal uitsterven, en de Franse taal en cultuur ook. In dertig, veertig jaar tijds zal het hier net zo zijn als in de Amerikaanse staat Louisiana, waar de Franse cultuur niet meer is dan een beetje cajun-folklore.”