PvdA wil minder riante regeling voor Van Randwijck

DEN HAAG, 27 OKT. PvdA-fractieleider Wallage vindt dat minister Sorgdrager (justitie) opnieuw met de Amsterdamse procureur-generaal mr. R.J.C. van Randwijck moet onderhandelen over diens afvloeiingsregeling. Dit zei Wallage vanochtend in een reactie op de brief die Sorgdrager gisteren over deze kwestie aan de Kamer zond.

Op schriftelijke vragen van het Kamerlid Sipkes (GroenLinks) bevestigt Sorgdrager dat Van Randwijck is voorgedragen voor eervol ontslag per 1 januari 1996. De procureur-generaal ontvangt een bruto bedrag gelijk aan zijn salaris tot hij in het jaar 2002 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Daarboven ontvangt hij een eenmalige uitkering van 500.000 gulden bruto en blijft zijn pensioenvoorziening op peil. Voorts krijgt Van Randwijck een vergoeding voor kosten van juridische bijstand die hij heeft gemaakt om tot deze afspraken te komen. Over deze regeling stak afgelopen dagen een storm van kritiek op in de Tweede Kamer.

Sorgdrager motiveert het ontslag van de justitiële topambtenaar door te verwijzen naar het feit “dat er steeds meer sprake is van schadelijke defecten in het justitieel bestuur in het ressort Amsterdam”. De minister wijst er bovendien op dat sinds het zogeheten “functioneringsgesprek” met Van Randwijck na de IRT-affaire vorig jaar “de situatie is verslechterd”. Uit een brief aan de Tweede Kamer blijkt dat zij maanden met Van Randwijck heeft onderhandeld om de topfunctionaris uit zijn ambt te kunnen zetten. Sorgdrager laat doorschemeren dat zij ontslag wegens disfunctioneren heeft overwogen “maar dit leek geen begaanbare weg”. De sterke rechtspositie van Van Randwijck noopte Sorgdrager tot het treffen van de uiteindelijke regeling met de procureur-generaal.

Wallage vindt dat de brief meer vragen oproept dan beantwoordt. “Het is mij niet duidelijk waarom de minister een vrijwillige regeling treft als er sprake is van disfunctioneren.” De PvdA-fractievoorzitter vindt dat een “soberder regeling in de rede had gelegen”. “Nu krijgt Van Randwijck een bedrag ineens van om en nabij de twee miljoen gulden,” aldus Wallage, die er ook op wijst dat er kennelijk geen “anti-cumulatiebeding” is afgesproken. Dat laatste is een, volgens Wallage, in dit soort gevallen gebruikelijke bepaling die er voor zorgt dat toekomstige inkomsten worden afgetrokken van de schadeloosstelling. Als de hele Kamer zich op dit standpunt stelt, ontstaat er volgens Wallage een “nieuwe situatie voor minister en procureur-generaal”. “Dat wil zeggen dat zij nog eens moeten praten over hun afspraak. Juridisch zal dat wellicht moeilijk zijn, maar de Kamer kan een beroep doen op het verantwoordelijkheidsgevoel van de betrokkenen.”

Ook CDA en VVD vinden Van Randwijcks afkoopsom buiten alle proporties. CDA-fractievoorzitter Heerma zei vanochtend “dat hij de regeling nog steeds niet uit te leggen vindt”. D66-woordvoerder Dittrich vindt dat de minister “maar eens goed moet uitleggen hoe zij aan dit bedrag is gekomen.”

Overigens is de brief van Sorgdrager, die zich in Indonesië bevindt, bij haar afwezigheid ondertekend door de hoogste ambtenaar van het ministerie van justitie, secretaris-generaal Suyver. Gebruikelijk is dat de minister van binnenlandse zaken bij afwezigheid van zijn collega de stukken tekent. De brief is nu getekend door de SG “conform telefonische opdracht”. Justitie-woorderder Istha erkende vanochtend dat dit ongebruikelijk maar zei ook dat “hieraan geen politieke betekenis moet worden toegekend”. Istha: “We wilden gisteren de brief snel de deur uit en minister Dijkstal was in de Tweede Kamer. Die ondertekening heeft dus puur praktische redenen. Dijkstal was overigens wel akkoord met de inhoud.”