Philips worstelt met grote paradoxen in zijn resulaten over het derde kwartaal

Philips worstelt met een kopersstaking op de consumentenmarkt, met de dure gulden en de verleidingen van de hoge economische groei in het Verre Oosten. De glans van Philips in Singapore en China, de paradoxen in de resulaten over het derde kwartaal en vijf vragen voor financiële topman Eustace.

EINDHOVEN, 27 OKT. Financiële roerganger Dudley Eustace van Philips heeft de wind tegen. Beleggers joegen de koers na publikatie van de derde-kwartaalcijfers gisteren met twaalf procent omlaag naar 60,10 gulden. Philips worstelt met zijn eigen revitalisatieproces en een kopersstaking op de consumentenmarkt.

Wat is uw grootste probleem op dit moment: de dure gulden of de oplopende voorraden?

“Onze voorraadpositie. In het derde kwartaal is die gestegen naar 21,9 procent van de omzet. Wij moeten de extra voorraden financieren, dat betekent meer rente en hogere opslagkosten. Het vergt meer managementtijd, want straks moeten die voorraden weer verkocht worden. Dat kan ten koste gaan van de marge. Het is teleurstellend. Vooral omdat wij de voorraadgrootte tot voor kort wel in de greep hadden.”

Amerikaanse giganten als AT&T en Unisys breken zichzelf op. Philips lijkt te volgen. Dochter ASML is naar de beurs gebracht, vorige week was er de bundeling van dochter C&P (systemen, software) met BSO, met een beursgang van de nieuwe combinatie in het verschiet. Is dit een Europese variant van de 'break up'?

“Nee, absoluut niet. Praten over kernbedrijf en niet-kernbedrijf doe ik niet. Dan lijkt het alsof er eerste- en tweederangsburgers zijn. Wel kijk je of je bepaalde activiteiten moet bezitten. Transport bijvoorbeeld kun je heel goed van derden betrekken. Je eigen geld maak je vrij voor investeringen in snelgroeiende markten met hoge marges.”

“Wat AT&T doet is niet exclusief Amerikaans. Het Britse chemiebedrijf ICI heeft zichzelf ook gesplist in chemie (ICI) en farmacie (Zeneca). De kernvraag is telkens: kan zo'n afzonderlijk deel op eigen benen staan. Philips heeft activiteiten die dat niet niet kunnen. Splitsing zou contraproduktief zijn.”

Is bijvoorbeeld de lichtdivisie niet af te scheiden?

“Dat zou niet worden gepikt. Er zit steeds meer elektronica in verlichting. Daardoor groeit de afhankelijkheid van andere bedrijfsonderdelen. Vergeet ook niet dat je veel produkten samen verkoopt. Medische systemen en verlichting aan ziekenhuizen, tv's en verlichting aan hotels.”

“Wat AT&T doet is heel begrijpelijk. De markt voor telecommunicatiediensten wordt geliberaliseerd. Daar ontstaat een heel andere dynamiek dan in de produktie van telefooncentrales, waarin AT&T ook actief is. In feite hebben wij Polygram indertijd ook apart naar de beurs gebracht, omdat de media- en amusementsmarkt hele andere eisen stelt en door beleggers veel hoger gewaardeerd wordt dan de rest van Philips toen. Dat was voor Philips een grote psychologische stap. Voor Polygram betalen beleggers nu 19 of 20 keer de winst, voor Philips 8 of 9 keer.”

“Philips kan dat niet met alles doen. Je zou jezelf tweemaal tekort doen: je verliest de greep op hun kasstroom en zij komen buiten de fiscale eenhoud. Verlies bij een dochter in Frankrijk valt dan niet te verrekenen met winst van de moedermaatschappij daar, al zeg ik niet dat die stuatie zich nu voordoet.”

En BSO?

“De transactie met BSO, waarin wij al een belang hadden van 41 procent, is niet op een achternamiddag bij elkaar gedroomd. Daar is tijden over gepraat. Het kan dezelfde route nemen als ASML. Klanten willen een automatiseringsbedrijf dat van alle markten thuis is.”

Straks verdient Philips een mooi bedrag aan de beursgang, terwijl het samengaan nu nauwelijks een cent kost?

“Wij rekenen erop dat Newco, zoals wij het bedrijf nog noemen, winstgevender wordt. Maar of het naar de beurs gaat hangt af van zijn financiële prestaties en of er dan een gunstige markt is.”