Philips gaat globaal

DE ADVERTENTIECAMPAGNE van Philips luidt tegenwoordig in het Engels. 'Let's make things better', roept Philips-topman Jan Timmer op en in het vervolg van de campagne herhalen managers van het wereldwijde elektronica-concern deze boodschap. Timmer heeft recht van spreken. Hij heeft het bedrijf met de saneringsoperatie Centurion vermoedelijk van de ondergang gered. Philips doet het goed, maar het kan altijd beter.

Zo'n Engelse campagne past in de trend van 'globalisering', het (Engelse) modewoord voor de wereldwijde vervlechting van economieën, groeiende handelsstromen en kapitaalbewegingen, de verplaatsing van produktie en de opkomst van nieuwe landen. Philips is een actieve speler op de wereldwijde markt, evenals andere industrieën die grensoverschrijdend werken wat betreft inkoop, produktie en verkoop. Dit proces is allang aan de gang en het is een gezonde ontwikkeling.

Bij de presentatie van de cijfers over het derde kwartaal heeft Philips aangekondigd in versneld tempo de produktie te willen verplaatsen naar het Verre Oosten, waar de produktiekosten lager zijn en de afzetperspectieven groter. In Nederland spelen de hoge bruto arbeidskosten en de keiharde gulden het bedrijf parten. Philips is niet het enige multinationale bedrijf dat over de harde-muntpolitiek in de kernlanden van het Europese Monetaire Stelsel klaagt. In Duitsland bijvoorbeeld liet de topman van Daimler Benz, het grootste industriële conglomeraat van Europa, zich uitermate kritisch uit over het D-markbeleid van de Bundesbank. Anderzijds hebben Groot-Brittannië en Italië na de devaluatie van hun munten in 1992 flink geprofiteerd van een concurrentievoordeel ten opzichte van andere landen in de Europese Unie.

Een harde munt heeft als voordelen dat de inflatie en rente laag zijn en dat de importgoederen (bijvoorbeeld grondstoffen) goedkoop zijn. Tegenover deze kostenvoordelen en lagere prijzen voor de consumenten staan de nadelen van hogere afzetprijzen voor producenten in het buitenland. Daarnaast hebben de loonkosten als gevolg van de hoge sociale lasten een prijsopdrijvend effect. Deze combinatie speelt wereldwijd concurrerende bedrijven parten. Daimler Benz verplaatst daarom onderdelen van de produktie naar de Duitse buurlanden en Philips gaat richting Verre Oosten.

Als gevolg van deze verschuivingen in investeringen en werkgelegenheid klinkt vaak de politieke roep om marktafscherming tegen concurrentie uit lage-lonenlanden, controle op investeringsbeslissingen van ondernemingen of een concurrerende devaluatie van de munt.

DE WERELDBANK heeft deze zomer een rapport (Workers in an intergrating world) gepubliceerd waarin dergelijke vormen van protectionisme met een reeks van argumenten worden ontraden. Om te beginnen leidt de internationale economische integratie tot een geleidelijke verkleining van de kloof tussen arme en rijke landen. Ten tweede is de verplaatsing van produktiefaciliteiten een weerspiegeling van de verschillen in economische perspectieven: de opkomende landen van Oost-Azië groeien de komende jaren harder dan de rijpe economieën van West-Europa. Met de toenemende koopkracht bevinden zich daar ook nieuwe, nog niet verzadigde afzetmarkten.

Nog belangrijker is dat marktafscherming de noodzaak tot economische aanpassingen versluiert. Bescherming van banen tegen internationale concurrentie werkt op den duur averechts: er is sprake van welvaartsverlies en de uiteindelijke aanpassingen komen des te pijnlijker aan. Tenslotte is het banenverlies in industrielanden slechts voor een klein percentage - de Wereldbank komt tot één à drie procent van de totale werkgelegenheid - het gevolg van concurrentie uit opkomende landen. De belangrijkste oorzaak voor de banenarmoede in de Europese welvaartseconomieën is gelegen in starheden in het nationale arbeidsbestel. In Nederland valt te denken aan het algemeen verbindend verklaren van CAO's, het wettelijk minimumloon en het risico-mijdend gedrag dat bevorderd wordt door de sociale zekerheid.

NEDERLAND DOET het, niettegenstaande de keiharde gulden, overigens in Europees verband heel redelijk: voor volgend jaar wordt een netto groei van honderdduizend banen voorzien. Dit neemt niet weg dat zich verschuivingen in werkgelegenheid en produktie voordoen, zoals in het geval van Philips. Van belang is dat een kern van activiteiten en besluitvorming in het thuisland van een multinationale onderneming gehandhaafd blijft. De conclusie die hieraan verbonden moet worden hoeft niet in het grenzeloze Engels van reclamebureaus gesteld te worden. In gewoon Nederlands gaat niets van de boodschap voor werkgevers, werknemers en overheid verloren: laten we de dingen beter doen.