Paardengek; Heldendaden

Hij is onder de finish begraven. Red Rum, Engelands bekendste renpaard, is vorige week doodgegaan. Zijn verzorgers brachten het dode paard naar de renbaan van Aintree bij Liverpool. Want daar vierde 'Rummy' zijn grootste triomfen. Drie keer won hij daar de zwaarste en gevaarlijkste paardenrace ter wereld, de Grand National. Op Red Rums begrafenis was het erg druk. Uit hele land kwamen mensen afscheid van hem nemen. Zijn oude trainer was er, zijn oude stalknecht, mensen die op hem haden gegokt met de rennen en geld hadden gewonnen, en veel gewone paardenliefhebbers. Er waren bloemen en gedichten, en kransen in de vorm van een hoefijzer. De vlag hing halfstok.

Red Rum is zo beroemd omdat hij razendsnel was, hoog kon springen en een vechtersmentaliteit had. Hij wilde winnen, van iedereen en overal. Red Rum was een topatleet. Maar was hij ook een heldenpaard?

Zijn oude stalknecht meent van wel. Want Red Rum was nergens bang voor. Hij durfde de hoogste en raarste hindernissen te springen en ook hele enge, zoals die met een diepe kuil vlak achter de sprong. Daar vallen en verongelukken veel paarden. Maar niet Red Rum. Hij deed heel braaf wat z'n jockey van hem wilde. Hij was dus dapper maar ook heel volgzaam.

De meeste beroemde paarden vallen in deze categorie. Het zijn de paarden die op de renbaan of het slagveld bekend zijn geworden omdat ze ondanks gevaarlijke hindernissen, kanongebulder, geschreeuw, gegil en om hun oren vliegende kogels bleven doen wat hun baas hen vroeg. Copenhagen is op die manier een heldenpaard geworden. Zijn baas was de hertog van Wellington. Samen versloegen ze Napoleon en diens paard Marengo bij Waterloo in 1815. De hele slag - vijftien uur achter elkaar - droeg Copenhagen zijn baas, zonder rust of eten. En toen de hertog 's avonds afsteeg, had hij nog genoeg energie om een trap uit te delen. Want een lieverdje was Copenhagen niet. Toch was Wellington erg aan hem gehecht, en hij liet hem uiteindelijk met militaire eer begraven op zijn landgoed Stratfield Saye.

Er zijn ook heldenpaarden die uit zichzelf dappere dingen doen. Het zijn de paarden die in gevaarlijke situaties op hun instinct afgaan. Deze heldenpaarden-zonder-naam zijn niet per se mooi of snel en hoeven geen goede stamboom te hebben. Het kan een merrie zijn die met gevaar voor eigen leven haar veulen verdedigt. Of een rijpaard dat dank zij zijn richtinggevoel zijn verdwaalde baas terugbrengt naar de stal. Het zijn ook de goedkope werkpaarden die vroeger in de mijnen werden ingezet, niet alleen omdat ze braaf de kolenwagens door de tunnels trokken, maar ook omdat ze aan voelden komen wanneer er een instorting dreigde.

Een ontroerend voorbeeld van de band tussen paard en baas geeft de schimmel van de Franse trompetter Lamont, die diende in het leger van Napoleon. De trompetter zorgde voor z'n paard alsof het z'n beste vriend was, en het paard paste op zijn baas zoals een hond past op zijn huis. Tijdens reizen en gevechten redde de schimmel wel tien keer het leven van zijn baas door op de juiste ogenblikken trappen uit te delen, schijnbewegingen te maken of hard weg te galopperen. Tot het een keer mis ging, in 1809. De trompetter werd door een kogel getroffen en viel van zijn paard. Het dier begreep niet wat er aan de hand was, maar verdedigde zijn baas als vanouds met zijn hoeven en zijn tanden. Zo ging het de hele nacht door. Pas toen de ochtend aanbrak, zagen omstanders hoe de schimmel het lichaam van de trompetter besnuffelde en omdraaide en weer besnuffelde. Toen begreep het dier dat zijn baas dood was. Volgens omstanders hinnikte het paard dof, rende naar de rivier en sprong het water in. Hij verdronk zichzelf, zeggen ze, maar dat was niet uit dapperheid, dat was uit verdriet.

Dit is de zevende aflevering van de serie Paardengek. Over twee weken: uitslag van de paardenprijsvraag. Kinderen kunnen nog tot 3 november een tekening of verhaal sturen naar Paardengek, Kinderpagina NRC Handelsblad, Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam. De mooiste inzending wordt beloond met een poetsset.

    • Lucette ter Borg