Met de computer door het museum; De snel groeiende belangstelling voor de kunstcd-roms

Musea laten hun collectie steeds vaker op cd-rom zetten. Dit geeft de toeschouwer de gelegenheid thuis, achter zijn computer, door het museum te 'lopen', maar ook om kunstwerken naar eigen inzicht te veranderen. Cd-rom producenten gebruiken dan ook graag werk dat rechtenvrij is. “Toen we Frank Stella vroegen wat hij van een cd-rom zou vinden, stuurde hij een fax waar in grote letters NO!!! op stond.”

De National Gallery in Londen liet ruim een jaar geleden als eerste museum ter wereld de gehele collectie op cd-rom zetten. Op een schijfje dat er net zo uit ziet als een gewone cd, maar waarop behalve geluid ook beeld is op te slaan, werden door softwareproducent Microsoft de ruim tweeduizend schilderijen uit het museum en een grote hoeveelheid bijbehorende kunsthistorische informatie bijeengebracht. Van Art Gallery, zoals de cd-rom werd genoemd, waren na ruim een half jaar al 140 duizend exemplaren verkocht. “Niemand hier had gedacht dat het zo goed zou lopen”, aldus voorlichtster Miranda Ray.

Wie Art Gallery in zijn computer stopt, krijgt een digitaal museum thuisbezorgd. Met een paar klikken van de computermuis is de collectie van het museum op allerlei manieren te doorkruisen. Op vertrouwde wijze, door bijvoorbeeld voor de optie guided tours te kiezen, maar ook wat minder conventioneel. Zo kunnen met alleen het intypen van trefwoorden als 'kind', 'zwaard' of 'jaloezie' alle schilderijen uit de National Gallery waarop zulke motieven voorkomen in een mum van tijd op het beeldscherm worden bekeken. En met nog wat klikjes van de muis is daarbij de meest uiteenlopende informatie op te vragen: over het leven van de kunstenaar bijvoorbeeld, of over de tijd waarin het werk ontstond, de iconografische betekenis, of de compositie van het geheel.

Inmiddels laten ook andere musea soortgelijke cd-roms uitgeven, die meestal rond de honderd gulden kosten. Onder de titel A Passion for Art staan bijvoorbeeld 330 (post)impressionistische schilderijen uit de Amerikaanse Barnes Collectie op cd-rom, en de Tate Gallery liet op de cd-rom Investigating 20th Century Art 150 moderne kunstwerken zetten. Van de cd-rom Le Louvre, met een selectie van honderd kunstwerken uit het Parijse Louvre, werden in enkele maanden alleen al in Frankrijk vijftigduizend exemplaren verkocht. De National Gallery heeft twee nieuwe titels op de markt gebracht: op Great Artists is werk te zien van veertig belangrijke schilders uit de collectie, met daarbij extra veel informatie over het leven van de kunstenaars en de (kunst)historische context van hun werk. The complete illustrated catalogue of the National Gallery is vanwege de uitgebreide bibliografie die erop staat vooral geschikt voor kunsthistorici.

Vermeer

Ook het Mauritshuis in Den Haag brengt volgend jaar een cd-rom uit, in het kader van de Vermeer-tentoonstelling die het museum samen met de National Gallery of Art in Washington organiseert, en die vanaf maart volgend jaar in Den Haag is te zien. Alle 23 Vermeers die - afkomstig uit alle hoeken van de wereld - op de expositie bijeen worden gebracht, kunnen ook daarna nog vergeleken worden op de cd-rom.

Software-uitgevers staan voor musea in de rij om een cd-rom te mogen laten verschijnen. Ook in Nederland worden musea benaderd door talloze producenten. Bij het Amsterdamse Rijksmuseum 'lopen ze de deur plat', aldus voorlichter Theo Schoenmaker. Het museum liet wel een cd-rom uitgeven met de verzameling Marinemodellen, maar schermt de topstukken uit de collectie vooralsnog zorgvuldig af. Eerst wil het Rijksmuseum, analoog aan de 'Micro Gallery' van de Londense National Gallery, zo snel mogelijk een documentatiecentrum in het museum opzetten, waar de bezoeker per computer allerlei achtergrondinformatie over, en beeldmateriaal van de collectie kan opvragen. “Daarvan afgeleid wordt later misschien een cd-rom uitgebracht”, aldus Schoenmaker die daarnaast ook Internet als een mogelijk nieuw museummedium beschouwt. “Maar we moeten ons eigen project niet te snel overbodig maken.” Dat het museum zélf door cd-roms overbodig zou worden, zoals wel wordt beweerd, gelooft in de Nederlandse musea bijna niemand. Schoenmaker: “Over tien jaar hangen hier nog gewoon schilderijen met een ouderwets etiketje eronder”.

Museum Kröller-Müller in Otterloo wordt 'hardnekkig benaderd' door een Japans bedrijf met het verzoek de oeuvrecatalogus van Van Gogh op cd-rom te mogen zetten. Het Kröller Müller wil, aldus hoofd bedrijfsvoering Vonhoff 'eerst met het Van Gogh-museum bekijken of en hoe we dat willen.' De beide musea bezitten samen zo'n zevenhonderd werken van Van Gogh. En ook het Van Gogh-museum wordt door tientallen bedrijven uit de hele wereld 'belaagd', meldt zakelijk directeur T. Boxma telefonisch vanuit Japan, en hij haast zich te zeggen dat zijn verblijf daar niets met cd-roms te maken heeft. Boxma verwacht wel dat aan de nieuwe vijfdelige bestandscatalogus van het Van Gogh-museum, waarvan vanaf 1996 jaarlijks een deel zal verschijnen, uiteindelijk ook een cd-rom wordt toegevoegd. “Een van de doelstellingen van musea is het verspreiden van beeld. Met cd-roms kun je collecties toegankelijker maken. En nu wij als Rijksmuseum door de overheid geprivatiseerd worden, moeten we ook eigen inkomsten genereren.”

Sportwedstrijden

Musea die een cd-rom willen laten uitgeven, hebben inmiddels een niet onaanzienlijk afzetgebied tot hun beschikking. Het aantal cd-rom gebruikers groeit snel. Volgens het Amerikaanse adviesbureau Freeman Associates werden er tot en met het afgelopen jaar wereldwijd 22 miljoen cd-romspelers verkocht. Dit jaar zal die verkoop, onder invloed van een sterk gestegen aanbod van cd-rom-titels, naar verwachting nog eens fors stijgen tot in totaal 33 miljoen stuks. En steeds meer uitgevers van kranten en tijdschriften schakelen over op elektronische opmaak met digitale aanlevering - dus bijvoorbeeld via een cd-rom- van hun beeldmateriaal.

Bovendien blijkt ook de interesse in musea zelf flink gegroeid. De Herald Tribune meldde onlangs dat een Amerikaans onderzoek heeft uitgewezen dat het museumbezoek in de meeste geïndustrialiseerde landen de populairste zogenoemde 'culturele' vrijetijdsbesteding is geworden. Er kijken alleen nog meer mensen televisie, maar van bijvoorbeeld sportevenementen en popconcerten wint het museum het in bezoekersaantallen. Zo trokken de musea van New York het afgelopen jaar alleen al meer bezoekers dan alle professionele sportwedstrijden van de stad bij elkaar. Als dat grote aantal museumbezoekers de collectie thuis nog eens wil terugzien op cd-rom, komt er voor musea dus een flinke markt bij.

Maar evengoed kan een museum juist de boot volledig missen door te snel een cd-rom uit te geven. Voor veel musea is het zogenoemde 'recht op beeld', het recht om kunstwerken te reproduceren, een cruciale bron van inkomsten. Vooral als de kunstenaar langer dan vijftig jaar (binnenkort wordt dat zeventig jaar) overleden is en zijn auteursrecht vervalt. Wie de copyrights van een kunstwerk bezit kan catalogi, ansichtkaarten en posters laten drukken, en je hoeft maar een half uur in het winkeltje van het Rijksmuseum door te brengen om te zien dat alleen daar al waarschijnlijk meer verdiend wordt dan met de verkoop van toegangskaartjes.

Musea vrezen met het uitgeven van een cd-rom het zicht op reprodukties te verliezen. De beelden op cd-roms zijn vaak van uitstekende kwaliteit, en zijn bovendien in een handomdraai te verveelvoudigen. De produktie van het eerste exemplaar kost tonnen, maar als die eenmaal af is kan de rest goedkoop en door bijna iedereen worden gekopieerd. Daardoor zijn de produktie en de verkoopcijfers van cd-roms veel moeilijker te controleren dan die van bijvoorbeeld een catalogus. En bovendien kan iedereen met een goede printer en een cd-rom gemakkelijk zelf Rembrandt-placemats voor de verkoop drukken. Over de hoeveelheid geld die musea van een uitgever kunnen vragen in ruil voor het recht om kunstwerken op cd-rom te reproduceren, bestaat door dit alles nog veel onzekerheid. De prijzen van de rechten op beeldmateriaal zijn met de opkomst van de nieuwe media in ieder geval razendsnel gestegen.

Oliemagnaat

Dat kwam vorig jaar pijnlijk duidelijk aan het licht, toen Microsoft-oprichter Bill Gates op een veiling een recordbedrag van bijna 31 miljoen dollar betaalde voor de Codex Hammer, een geïllustreerd manuscript van Leonardo da Vinci uit 1510. In 1980 betaalde de Amerikaanse oliemagnaat Armand Hammer er nog 'maar' zes miljoen dollar voor - ruim vijf keer zo weinig dus. Dat juist Gates, die het manuscript inmiddels weer zijn oude naam Codex Leicester heeft gegeven, er zoveel geld voor over had, lijkt alles behalve toevallig. Gates richtte namelijk zes jaar geleden een bedrijfje op dat handelt in de digitale rechten op alle mogelijke soorten beeldmateriaal. Corbis, zoals de onderneming tegenwoordig heet, heeft een database met digitale reprodukties van vooralsnog voornamelijk portretten, persfoto's en wetenschappelijke illustraties. Maar Gates lijkt zich ook steeds meer op het reproduceren van kunstwerken te willen toeleggen. Naast Da Vinci's Codex, heeft hij met zijn bedrijf inmiddels een elektronische gebruiksrecht over een aantal belangrijke kunstcollecties, waaronder die van voormalige Russische staatsmusea, de Amerikaanse Barnes Collectie (die door Corbis op cd-rom werd gezet) en ook de Londense National Gallery. Toen Microsoft de cd-rom Art Gallery wilde uitgeven, moest het dus met Corbis onderhandelen. De National Gallery kreeg zelf een, aldus voorlichtster Miranda Ray, 'aanvaardbaar percentage': “En de rechten liggen in principe nog steeds bij ons. Corbis moet ons voor iedere nieuwe digitale uitgave om toestemming vragen.”

Toch wordt Corbis langzamerhand machtig genoeg om musea de stuipen op het lijf te jagen. Hoeveel de digitale rechten op kunstwerken nu werkelijk waard zullen zijn, weet nog niemand, maar vast staat wel dat wie de meeste of belangrijkste rechten tot zijn beschikking heeft, die prijs bepaalt. En Corbis lijkt daartoe erg gemotiveerd. Een aantal Europese kunstinstellingen en musea die onder de naam RAMA (Remote Access to Museum Archives) samenwerken om hun elektronische databases op elkaar aan te sluiten, houden het bedrijf van Gates daarom angstvallig buiten de deur. “Corbis heeft al bij RAMA aangeklopt”, aldus conservator Friso Visser van het Haagse Museon, één van de deelnemende musea. “Maar het komt er niet in. Want Corbis krijgt macht, en kan dus voorwaarden gaan stellen om je tot het project toe te laten.”

“Meneer Gates wil niemand ergens toe dwingen hoor!”, roept Corbis-woordvoerder Tony Bing door de telefoon, en vervolgens schetst hij een hoogst-idyllisch beeld van het digitale museum van de toekomst waar 'Mr. Gates' iedereen een plaatsje gunt. Vanuit Amerika zijn daartoe inmiddels medewerkers naar het Europese continent gezonden die permanent dienen te onderhandelen met de belangrijkste musea. Zij komen 'absolutely' ook naar Nederland, zegt Bing, om daar betekenisvol aan toe te voegen dat ze er misschien al wel zijn aangekomen.

Kinderschoenen

Dat blijkt te kloppen, zij het op uitnodiging. “Ik heb Corbis zelf benaderd”, zegt zakelijk directeur Boxma van het Van Gogh-museum. “Ik hoorde van de National Gallery dat ze tevreden zijn met het bedrijf. Vroeger probeerde Corbis nog exclusieve contracten te sluiten, maar tegenwoordig kun je als museum zelf bepalen waarvoor je wel, en vooral waarvoor je geen toestemming geeft. Maar ons contact staat nog in de kinderschoenen hoor, er valt nog niets zinnigs over te zeggen.”

In het Rotterdamse Museum Boymans-van Beuningen werkt Chris Will aan een project dat eerst een cd-i moest opleveren, maar dat waarschijnlijk toch voor cd-rom bestemd zal zijn. Een belangrijk deel van de collectie van Boymans bestaat uit werk van nog levende kunstenaars. “En die gruwen vaak van cd-roms”, aldus Will. “Want de gebruiker kan hun werk ook heel gemakkelijk verminken.” Will laat dat zien met behulp van de cd-rom Mondriaan, waarop de schilderijen staan die vorig jaar tijdens de overzichtstentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum waren te zien. Bij een afbeelding van de Victory Boogie Woogie vraagt de cd-rom ons of we soms zin hebben om het schilderij te veranderen. Met een bijbehorend schilderprogramma zijn de vlakjes vervolgens opnieuw in te kleuren en te bekladden, en wel zo geavanceerd dat het zou kunnen lijken alsof de kunstenaar het zo in een vlaag van verstandsverbijstering heeft bedoeld.

Will: “Frank Stella en David Hockney willen daarom absoluut niet dat hun werk op cd-rom komt. Toen we Stella vroegen wat hij van een eventuele cd-rom zou vinden, stuurde hij een fax waar in grote letters NO!!! op stond.” Daarom besloot Boymans aanvankelijk om voor de veel moeilijker te manipuleren cd-i te kiezen. “Stella gaf daar ook wèl toestemming voor.” Maar inmiddels blijken voor het uitbrengen van een cd-i nauwelijks nog sponsors te vinden, omdat cd-roms beter verkopen. Vier films over Bruegel, Saenredam, Bosch en Rubens zullen dit jaar nog wel op cd-i verschijnen (totale kosten: 30 duizend gulden), maar voor het veel kostbaarder topstukken-project waarvoor het museum ongeveer 250 duizend gulden denkt nodig te hebben, is inmiddels een producent van cd-roms gevonden. Over de auteursrechten wordt onderhandeld met de Stichting Beeldrecht, die internationaal zo'n 25 duizend kunstenaars vertegenwoordigt. “Kunstenaars willen nog wel eens op tilt slaan, maar het auteursrecht is best toegesneden op digitale media”, aldus Beeldrecht-directeur Kees Berendsen. “Het draait nog steeds op reproduktie en openbaarmaking. Dat kan met een cd-rom alleen wat sneller en gemakkelijker. Of de auteurswet daaraan moet worden aangepast, daar zijn we hier nog niet helemaal over uit.”

In het Van Abbe-museum in Eindhoven vallen álle kunstwerken nog onder het auteursrecht. “We hebben her en der de auteursrechtenvraag laten vallen. Maar niemand heeft er een echt duidelijk antwoord op”, aldus adjunct-directeur Frank Lubbers. De museumdirectie heeft daarom besloten 'de wal het schip maar eens te laten keren.' Lubbers: “We brengen over ongeveer een jaar gewoon een catalogus op cd-rom uit en dan zien we wel wie er een claim indient. Maar link is dat natuurlijk wel.”

Op het ministerie van OC&W blijkt er desgevraagd weinig bekend over recente digitale ontwikkelingen in musea. “Nuis en Sorgdrager hebben voor eind volgend jaar een notitie toegezegd over het auteursrecht op nieuwe media. Maar verder is er hier eigenlijk nog niemand mee bezig”, aldus de voorlichtster.

Marus Brinkman van de Nederlandse Museum Vereniging noemt het 'heel heikel' dat het ministerie nog geen fonds voor nieuwe media in musea heeft. Brinkman wil een subsidie om zo snel mogelijk 'structureel te onderzoeken' waar de Nederlandse musea nu op het gebied van cd-roms en andere digitale media mee bezig zijn. “We spreken er wel over als we bijeen komen, maar concrete plannen om samen te werken zijn er nooit. Iedereen experimenteert op eigen houtje. En nu allerlei bedrijven zich op het digitale reproduktierecht gaan storten, zou dat inderdaad wel eens heel hachelijk kunnen zijn.”