Leren van lijken; Toneelstuk in het Anatomisch Theater in Leiden

'Over mijn lijk' wordt nog gespeeld op 12 en 26 nov en op 3, 17, 27 en 29 dec. Ook volgend jaar zijn er voorstellingen. Inl.: Museum Boerhaave, Lange St. Agnietenstraat 10, Leiden, tel. 071-5214224.

Dokters kunnen ons beter maken omdat ze weten hoe we er van binnen uitzien. Daarvoor was het nodig mensen open te snijden, nadat ze dood waren natuurlijk. Iemand die heeft geleerd hoe dat moet heet een anatoom. Vroeger was dat snijden in lijken gevaarlijk: de paus was er tegen en voor je het wist stond je als anatoom op de brandstapel. De eerste die een groot plaatjesboek met opengewerkte lichamen maakte was dokter Vesalius. Dat was in de zestiende eeuw. 's Nachts struinde Vesalius de achterbuurten van Parijs af, op zoek naar dieven en moordenaars die waren opgehangen. Zodra hij een lijk zag dat niet te erg stonk en niet te oud was, haalde hij het stiekem van de galg. Thuis ging hij er dan in snijden. Zo ontdekte Vesalius waar we in ons lijf botten hebben en hoe de spieren lopen. Ook zag hij dat het hart bloed rondpompt en dat onze nieren op verbrande croissantjes lijken. Die kennis verwerkte hij in prachtige tekeningen van mensen die, ondanks de blootliggende organen, erbij stonden alsof ze nog leefden.

In 1594, toen het snijden in dode mensen niet langer verboden was, bouwde de Leidse universiteit in het koor van een oude kerk een speciaal amfitheater: het Anatomisch Theater. Daar werden in het openbaar voorstellingen gegeven, voor de studenten die het vak moesten leren maar ook voor nieuwsgierige burgers die vanaf de bovenste rijen ademloos toekeken hoe 'slagers met een pruik op' het menselijk lichaam onder handen namen. Vanwege de stank waren er alleen 's winters voorstellingen. De rest van het jaar stonden in het theater skeletten opgesteld die uit Nederlands Indië waren meegenomen en die vaantjes droegen met deftige spreuken als homo bulla, Latijn voor 'de mens is een zeepbel'.

Om college te geven moest een anatoom eerst zorgen dat hij een lijk had. Dat was in de begindagen niet eens zo eenvoudig. Maar voor 80 gulden wilde een waaghals wel een begraafplaats binnendringen om een net begraven dode te stelen. Om het geluid te dempen gebruikte hij een houten schop. Vanzelfsprekend waren het de arme sloebers die het gelag betaalden: een rijk lijk lag veilig op slot in een ijzeren kist.

In Museum Boerhaave in Leiden is het Anatomisch Theater netjes nagebouwd, inclusief skeletten. Ter gelegenheid van de tentoonstelling 'Lijf & leed' speelt de wetenschapstheatergroep Pandemonia er de voorstelling 'Over mijn lijk'. Als toeschouwer zit je met je neus bovenop de snijtafel met daarop Ken, een leeg model-lijk. Terwijl een meneer in een groen jasje smakelijk vertelt over de handel in lijken, komt Miep Oudshoorn binnenvallen met een koffertje organen die ze aan kinderen op de eerste rij uitdeelt. Een voor een stopt de dokter die losse onderdelen vervolgens in de pop. De lever, een soort oliefilter dat de troep uit je bloed haalt, als laatste. Ook wordt een tuinslang van zeven meter doorgegeven om een idee te geven van de darmen die in onze buik huizen. Een leukere biologieles kun je je niet voorstellen.

    • Dirk van Delft