Koning Zaalvoetbal vindt dubbelrol geen probleem; 'De bal is mijn beste vriendje'

Het Nederlands zaalvoetbal- team speelt vanavond zijn voorlaatste duel in het EK/WK-kwalificatietoernooi tegen mede-koploper Kroatië. Bondscoach Groenewoud kan in Enschede weer een beroep doen op Edwin Grünholz, de begaafde technicus met een dubbelrol: zaalvoetballer bij landskampioen Bunga Melati en veldspeler bij eerste-divisieclub FC Den Haag.

GOIRLE, 27 OKT. Moe, doodmoe wordt hij van de talloze vooroordelen, van zoveel scepsis. Alsof een zaalvoetballer per definitie ongeschikt is voor het veldvoetbal. Alsof voetbal zonder noppen en voetbal met noppen hemelsbreed van elkaar verschillen. “In de zaal krijg je meer vrijheid en heb ik dus meer ruimte om acties te maken dan in het veld. Maar wie mij daarom als de eeuwige zaalvoetballer ziet, heeft geen verstand van voetbal. Op het veld kan ik het net zo goed. Want waarom zouden mijn kwaliteiten op het gras plotseling geen waarde hebben?”

Edwin Grünholz klinkt verbeten, een tikje verontwaardigd bijna. Weinig bescheiden ook, maar dat behoeft geen verbazing zo vlak na afloop van zijn achttiende zaalinterland. De 26-jarige Hagenaar heeft zojuist de Nederlandse ploeg tegen Tsjechië aan de eerste overwinning van het EK/WK-kwalificatietoernooi geholpen (7-4). Eén keer scoorde hij in sporthal De Haspel, vijf keer kwam de assist in Goirle van zijn voet.

Grünholz heet de maestro van de vierkante meter te zijn. Een balvirtuoos met een patent op artistieke hoogstandjes. Een speler in ieder geval met een indrukwekkende staat van dienst. Afgelopen seizoen leidde hij Bunga Melati uit Tilburg zonder puntverlies naar de eerste landstitel. In ieder duel scoorde Grünholz minimaal één keer. Koning Zaalvoetbal eindigde op 95 treffers, drie minder dan het seizoen ervoor toen hij een nationaal record vestigde.

Maar de koning wil als het even kan geen koning meer zijn. Het Five-A-Side-voetbal is niet langer zaligmakend. “Ik heb in tien jaar zaalvoetbal zo'n beetje alles gewonnen wat er te winnen viel. Het is tijd dat ik mijn ambities verleg naar het veld en de sprong maak naar een grote club, een club waar ik voor de hoogste prijs kan gaan. Als het zover komt, geef ik het zaalvoetbal op.”

Zover is het nog niet. “Want Den Haag is geen topclub, maar meer een opstapje.” De eerste-divisionist stemde afgelopen zomer in met Grünholz' eis het profvoetbal in het Zuiderpark te mogen combineren met zijn liefhebberij in de zaal. Bovendien bedong hij bij zijn overschrijving van de Utrechtse amateur-hoofdklasser Holland dat de nieuwe werkgever een gelimiteerde transfersom in zijn contract opnam. Voor anderhalve ton mag Grünholz vertrekken. “Dat is niet veel, toch?”

Een eventuele overstap zou een streep door de rekening betekenen van Theo Verlangen. De trainer heeft het spel van Den Haag dit seizoen grotendeels afgestemd op de inbreng van de creatieve middenvelder. Net als collega Ron Groenewoud, de bondscoach van het nationale zaalvoetbalteam die geen gelegenheid onbenut laat om de aanvallende kwaliteiten van zijn sterspeler te benadrukken.

Grünholz is onmisbaar, vindt zowel Groenewoud als Verlangen. Beide coaches trokken de afgelopen weken aan de voetballer. Verlangen eiste zijn speler op en schermde met competitieverplichtingen. Groenewoud deed hetzelfde, met een verwijzing naar de nationale indoor-belangen. Beiden vonden elkaar uiteindelijk in een compromis. FC Den Haag stond Grünholz alleen af voor Oranje's eerste en voorlaatste duel.

En zo speelde hij maandag in de hal tegen Tsjechië en scoorde hij. Twee dagen later trad hij op het gras van het Zuiderpark aan voor het competitietreffen met VVV (2-3) en scoorde hij. Vanavond speelt hij opnieuw in de zaal tegen Kroatië, morgen opnieuw op het veld tegen FC Zwolle. “Ik vind die dubbelrol geen probleem. Zodra ik bij Den Haag ben, vergeet ik 't zaalvoetbal. En omgekeerd precies hetzelfde.”

Als hij maar kan voetballen. Op straat, op het veld of in de hal. “Straatvoetbal blijft het mooist van allemaal. Op straat voel ik mij vrij, los van tegenstanders en medespelers.” Pingelen is zijn tweede natuur. “De bal is mijn beste vriendje”, sprak hij onlangs voor de camera's van Studio Sport. Geconfronteerd met die woorden lacht hij besmuikt. “Dat heb ik inderdaad gezegd. Daarmee doelde ik op mijn balcontrole. Want de bal en ik, wij voelen elkaar redelijk goed aan.”