Industrie kreunt onder 's werelds hardste munt

AMSTERDAM, 27 OKT. Fokker, KLM, Philips, Tulip: in één week tijd maakten vier toonaangevende bedrijven maatregelen bekend om de gevolgen van de opwaardering van de Nederlandse gulden te ontlopen of te neutraliseren.

De Nederlandse industrie kreunt onder de opwaardering van de gulden, die in de loop van dit jaar met vier procent is gestegen tegenover de munten van de belangrijkste handelspartners. Die zijn niet alleen te vinden in Europa (het pond, de lire en de peseta) en in Noord-Amerika (de Amerikaanse en Candese dollar), maar zeker ook in Latijns-Amerika en Verre Oosten, waar de wisselkoersen doorgaans nauw samenhangen met de dollar. Zelfs tegenover de harde Japanse yen is de gulden met 11 procent gestegen. Samen met de Zwitserse franc en de Duitse mark is de gulden dit jaar de hardste munt ter wereld geworden.

Tegen zo'n opwaardering is geen kruid gewassen. Philips' financiële topman Dudley Eustace kwam gisteren uit eigen beweging met de schatting dat de harde gulden het concern dit jaar al 700 miljoen gulden bedrijfsresultaat heeft gekost.

De valutarisico's, die in drie soorten zijn te verdelen, werken eendrachtig samen bij het drukken van het bedrijfsresultaat. Allereerst is er het transactie-risico, samen te vatten als het verlies dat wordt geleden wanneer de export van in Nederland gemaakte produkten terugvertaald in guldens minder oplevert. Veel bedrijven, en zeker ook Philips, dekken zich daar tegen in met financiële instrumenten zoals valutaruilcontracten (swaps), termijncontracten en opties. Eind 1994 had Philips voor omgerekend 8,6 miljard gulden aan koop- en 8,8 miljard gulden aan verkoopverplichtingen van vreemde valuta's uitstaan, en nog eens 2 miljard gulden aan gekochte opties. Dat is meer dan een zesde van de totale omzet. Maar dergelijke overeenkomsten zijn eindig. Als ze aflopen en de buitenlandse valuta's staan nog steeds laag, dan zal het verlies alsnog moeten worden genomen. De omgerekend twee miljard gulden aan valuta-opties die Philips eind 1994 had uitstaan lopen alle nog dit jaar af, en de gulden is in de tussentijd gemiddeld zo'n 4 procent in waarde toegenomen ten opzichte van de munten van de balangrijkste handelspartners. In de loop van volgend jaar zal pas blijken welk verlies Philips bij het verlengen of opnieuw aangaan van die optiecontracten heeft moeten incasseren.

Translatierisico's vormen het tweede probleem waarmee bedrijven kampen: de resultaten van buitenlandse dochters vallen in guldens uitgedrukt lager uit. Dat lijkt een cosmetisch probleem, maar is het maar ten dele. De twee andere Nederlands-Britse giganten Shell en Unilever hebben het voordeel dat ze hun resultaten naast guldens ook in de veel zachtere Britse ponden kunnen uitdrukken. Hoe harder de gulden wordt, hoe meer ze de nadruk leggen op hun winstrapportage in ponden. Hier is zelfs cosmetisch voordeel te behalen: in ponden uitgedrukt vallen de resultaten van activiteiten in landen als Duitsland, Nederland en Frankrijk hoger uit.

Philips heeft dat voordeel niet, en dekt de translatierisico's af door de financiering van buitenlandse activiteiten zoveel mogelijk in lokale valuta's te doen. Zo vallen de kosten in guldens omgerekend mee wanneer de inkomsten omgerekend tegenvallen. Een dergelijke strategie is gemeengoed onder Nederlandse bedrijven. KLM sloot gisteren met 32 banken een overeenkomst om indien nodig per direct 700 miljoen dollar te mogen lenen. De uitgaven die KLM met die kredietlijn wil doen, zijn ongetwijfeld in dollars of gerelateerde valuta's.

Als de gulden hard blijft, zal het internationaal georiënteerde Nederlandse bedrijfsleven vroeg op laat moeten reageren op de economische risico's die dat met zich meebrengt. Die economische risico's zijn samen te vatten als een verlies aan internationale concurrentiekracht, en de oplossingen daarvoor zijn niet langer financieel maar bedrijfseconomisch. Het Duitse Daimler-Benz lanceerde deze zomer haar dollar low rescue plan Dolores, en daarin neemt het concern zich voor een groot deel van de productie te verplaatsen naar het buitenland, waar onder goedkopere omstandigheden kan worden geopereerd. Fokker maakte deze week bekend dat, in het kader van moedermaatschappij Daimlers Dolores-plan, alle toeleveranciers zullen worden afgerekend in dollars - de munt waarin het vliegtuigbedrijf zijn produkten aan de man brengt. Het valutarisico wordt daarmee op de toeleveranciers afgewenteld. Computerfabrikant Tulip bevestigde vanmorgen de uitbreiding van de assemblage van computers te zoeken in China, en Philips' Dudley Eustace kondigde gisteren aan dat het concern de verplaatsing van de produktie naar lage-lonenlanden in Oost-Europa en Azië zal versnellen. Alle maatregelen van Philips' meesterplan Centurion ten spijt, lijkt onder de huidige omstandigheden een verdere stijging van de productiviteit in Nederland geen oplossing meer.