GroenLinks, CDA: kritiek op Rabbae en Koekkoek

DEN HAAG, 27 OKT. De fractievoorzitters van CDA en GroenLinks, Heerma en Rosenmöller, noemen het “onverstandig” dat hun fractieleden Koekkoek (CDA) en Rabbae (GroenLinks) eerder deze week het vertrek van procureur-generaal Van Randwijck hebben toegejuicht. Maar Heerma en Rosenmöller vinden ook dat het aan de parlementaire enquêtecommissie is om eventueel gevolgen te verbinden aan de uitspraken van de twee.De fractievoorzitters reageerden hiermee op uitlatingen van CDA-senator en oud-voorzitter van de RSV-enquêtecommissie Van Dijk gisteravond in het radioprogramma Met het oog op morgen. Volgens Van Dijk hebben Rabbae en Koekkoek “de commissie aanmerkelijke schade toegebracht”. “De commissie moet nu verder werken, terwijl ze nog niet eens de eindstreep van het onderzoek heeft bereikt, met een tweetal leden dat kennelijk al conclusies getrokken heeft.” Volgens de senator moet de commissie “ervoor waken dat ze een volledig onderzoek instelt, waarbij hoor en wederhoor van verschillende partijen plaatsvindt en pas daarna conclusies trekken en een oordeel uitspreken”. Van Dijk vindt daarom dat de beide Kamerleden zich op hun positie in de commissie moeten bezinnen en “mogelijkerwijs hun plaats beschikbaar stellen aan anderen”.

Volgens Heerma heeft commissievoorzitter Van Traa intussen gesproken met Koekkoek en Rabbae. “Ik deel de mening van Van Dijk dat de uitspraken van Koekkoek bepaald niet wijs waren. Koekkoek vindt dat zelf overigens ook. Hij heeft gezegd dat het niet meer zal voorkomen. Daarmee is de kous af. Nu is het belangrijk dat de commissie het onderzoek voortvarend afrondt.”

Rosenmöller zei vanochtend dat ook Rabbae inmiddels vindt dat hij “voor zijn beurt” gesproken heeft. Maar de GroenLinks-fractievoorzitter deelt niet de mening van Van Dijk dat de beide commissieleden zouden moeten opstappen. “Van Dijk is zelf voorzitter geweest van een enquêtecommissie. Dan begrijp ik niet hoe hij met droge ogen kan volhouden dat er nieuwe leden in zo'n commissie zouden moeten komen als driekwart van het werk al is gedaan. Dan vind je het kennelijk alleen maar belangrijk dat er geen lege stoelen in de commissie zijn, want nieuwe leden zouden een niet in te halen kennisachterstand hebben.”