Duitsland

Zoals zoveel joden sprak mijn vader beter Duits dan Engels. Ook na de oorlog ging hij regelmatig naar Duitsland en als hij terugkwam, wilde hij graag de indruk wekken dat hij zich er thuis had gevoeld. Een van zijn standaardgrapjes was: “De Duitsers zijn zo beleefd tegen mij. Als ze mijn neus zien, buigen zij als knipmessen.”

Hij had contacten met Duitse en Oostenrijkse socialisten en kende Bruno Kreisky persoonlijk. Toen Kreisky ruzie kreeg met Simon Wiesenthal, was de stemming bij ons thuis: vóór Kreisky en weg met Wiesenthal. Mijn vader vond dat iemand die een levensvervulling vond in het jagen op nazi's, eenvoudig niet kon deugen. Of hij daarin gelijk had, weet ik niet.

Er is ons vaak voorgehouden, dat onze familie van Duitse afkomst is. Omdat de 'p' via de 'ph' stamt van de Hebreeuwse 'f' zou onze achternaam een afkorting zijn van Frankfurt am Main. Ik ben er trots op een Nederlander te zijn. Ik ben er nog trotser op niet voor honderd procent een Nederlander te zijn.

De afgelopen week logeerde ik een paar dagen in Hamburg. Alles weggebombadeerd, alles deprimerend nieuw, dat wil zeggen alles na de oorlog herbouwd. In het hotel hangen foto's, die tonen hoe Hamburg er voor de oorlog heeft uitgezien. Het moet een schitterende stad zijn geweest. De huizen langs de inhammen van de Elbe deden een beetje denken aan die in de Amsterdamse grachtengordel, maar dan op zijn Duits. Op die foto's hangt een sfeer van grote bedrijvigheid en gezelligheid.

De huidige Allees van Hamburg zijn breed en winderig. Als iets in Duitsland een tweedeling tot stand heeft gebracht dan is het wel de architectuur. Er is de vrijwel ongerepte architectuur van de Altstädte en er is de naoorlogse architectuur van de gebombardeerde steden. Het winkelcentrum in Frankfurt, het nieuwe theater in Ulm, het stadshuis in Dortmund, alles licht, helder en rechtlijnig - de angst voor emoties.

's Middags rijden wij naar het zuiden om een wandeling te maken over de Lüneburger Heide. De natuur is hier overweldigend en het is werkelijk waar: vanuit de verte doemt een herder op met zijn kudde schapen. Ik begin te neuriën dat op de heide een klein roosje bloeit, dat Erika heet. Mijn vrouw stoot mij aan en zegt dat het geen pas geeft zoiets te zingen, maar aan het eind van de middag worden wij opgeschrikt door het lawaai van overvliegende straaljagers.

De volgende dag lees ik in de krant dat het oefeningen zijn geweest van de Luftwaffe. Binnenkort zal er in Bonn een parade worden gehouden ter ere van het veertigjarig bestaan van het Duitse leger en als de autoriteiten het toestaan, zal ook de Luftwaffe aanwezig zijn in het Bonner luchtruim. Soldaten zullen in een Zapfenstreichmars door de stad marcheren en aan het eind daarvan zullen zij onder het afnemen van de helm gezamenlijk in gebed gaan. Ik voel een sterke aandrang om onmiddellijk in de auto te springen en naar Bonn af te reizen, maar helaas hebben wij nog het een en ander in Hamburg te doen.

Terug in ons hotel zie ik Helmuth Kohl op de televisie. Hij is ontzagwekkend en draagt in zijn hele verschijning een tragiek met zich mee, die groter is dan hijzelf. Kohl verdedigt zich tegen de kritiek die hem verwijt dat hij niet aanwezig is geweest bij de viering van het vijftigjarig bestaan van de Verenigde Naties. Kohl zegt dat zijn agenda vol was en dat het geen zin heeft om een rede van slechts vijf minuten te houden.

Nijdig spring ik op. Kohl heeft gelijk. Natuurlijk is vijf minuten veel te weinig voor iemand van zijn statuur. Wat een staatsman, die zo'n reactie bij de kijker teweeg kan brengen, maar even later merkt een van zijn critici fijntjes op dat er misschien nog een andere reden is voor Kohls afwezigheid. De heer Bundeskanzler spreekt namelijk zijn talen zeer slecht. Eigenlijk spreekt hij alleen maar Duits en daarom zou hij zich niet erg thuisvoelen in zo'n multi-linguale omgeving.

De volgende dag rijden wij terug naar Nederland. Als ik 's avonds deze krant opsla, zie ik een foto van Kohl en Chirac tijdens een persconferentie. Terwijl zij spreken over de vriendschapsbanden tussen beide landen, dragen zij oordopjes voor de simultaanvertaling. Waarom leren zij geen Engels? Dan kunnen zij elkaar tenminste rechtstreeks verstaan.

    • Max Pam