De omzet van mozzarella

Justin Cartwright: In Every Face I Meet. Uitg. Sceptre, 218 blz. ƒ 50,35

De van oorsprong Zuidafrikaanse auteur Justin Cartwright woont in de stad die hem in hoge mate fascineert: Londen. In de roman Look At It This Way schilderde hij een portret van zijn geliefde stad dat niet op alle plaatsen even vrolijk was. Vooral de teloorgang van Londen als gevolg van bevolkingsgroei en immigratie werd belicht, zo zelfs, dat hij af en toe aandeed als een vroegoude mopperkont. De Sunday Times roemde het boek met 'Does for London what The Bonfire of the Vanities did for New York'. Het frappante is dat nu zijn nieuwe roman, In Every Face I Meet, vriendelijk gezegd sterk geïnspireerd lijkt door juist die roman van Tom Wolfe. Alleen is Cartwright een veel cynischer observator dan Wolfe, of het nu om de stad Londen gaat of om willekeurig welk ander onderwerp: de wereld wordt er almaar slechter op. “England was a leafy place, and in the glades frightened people huddled. Now their troubled descendants go into sex shops to buy popper to dilate their anuses.”Een oud-rugbyspeler wordt in zijn eigen auto verkracht door een aan crack verslaafde hoer waarbij opeens de pooier van het meisje opduikt, een grote neger met een geweer. Ze bedreigen en beroven hem, een vechtpartij ontstaat en er vallen dodelijke slachtoffers. Maar daar gaat het allemaal niet om in In Every Face I Meet. Wel om post-Thatcheriaans Londen ('Things are on the slide'), gedepriveerde zwarten, rugby, Nelson Mandela, ware vriendschap, en aforistische bedenksels als 'Jews are like other people only more so' of 'Design is to art what air-fresheners are to lavatories'. De titel is ontleend aan het gedicht 'London' van Blake: 'And mark in every face I meet / Marks of weakness, marks of woe'. Weakness en woe te over in deze voor de Booker-Prize genomineerde roman, die echter anders dan The Bonfire of the Vanities nergens grappig is. Behalve dan in de sterke beginzin: “The boom in mozzarella, trade or consumer led?”