De hangmat, ach de hangmat; Rascha Pepers hoofdpersoon vergroeit met de tsarenfamilie

Rascha Peper: Russisch blauw. Uitg. Veen. 260 blz. Prijs ƒ 34,90.

De eerste dag op het vreemde, angstaanjagende lyceum in de vreemde, angstaanjagende stad. De kinderen die zich verdrongen voor het lokaal dat op zijn papiertje vermeld was, waren dus zijn nieuwe klasgenoten. Iedereen stond met iemand te praten. Iedereen kende elkaar al. Hij ging zwijgend, de zware, nieuwe tas voor zijn buik geklemd, terzijde van de groep een paar posters aan de muur staan bekijken, totdat hij in het gelach en gepraat om hem heen een stem hoorde die hem deed opkijken. Te midden van een rumoerig groepje stond een stevige, blonde jongen die net iets beweerd had waar de anderen erg om moesten lachen. Hij herkende hem direct: de jongen van koninginnedag! Die zat dus bij hem in de klas!

De jongen zag hem op hetzelfde moment en riep 'hai' in zijn richting. De andere jongens uit het groepje draaiden zich om en keken naar hem.

'Hai,' wilde hij terugroepen, maar zijn stem was zo hees dat er vrijwel geen geluid uit zijn keel kwam.

UIT: RASCHA PEPER, RUSSISCH BLAUW

In haar deze week verschenen derde roman Russisch blauw is Rascha Peper op zoek naar de wetten van de verbeelding. Een jonge historicus past in zijn geboortedorp op een villa en probeert zich daar op verschillende manieren voor te stellen dat hij iemand anders is. Een man die beter in zijn vel zit, makkelijker in contact komt met meisjes, een man die beter in zijn tijd en omgeving past.

Hij wordt daarbij geholpen door zijn dromerige aard. Hij heeft, zoals het boek op diverse plaatsen terloops laat zien, van nature de neiging om af te dwalen. Maar het zijn de omstandigheden die zijn fantasie pas goed op drift doen raken. Het in de jaren twintig in grootse stijl gebouwde huis, dat Peper met veel aandacht en liefde voor het tijdperk beschrijft, helpt de hoofdpersoon zich in te leven in het bestaan van de beter gesitueerden in het dorp. Zelf afkomstig uit een benauwend naoorlogs communistisch gezin, begint hij zich bijvoorbeeld verschrikkelijk op te winden over de bouwvakkers die zonder toestemming de parkachtige tuin zouden kunnen binnendringen.

Op dezelfde manier helpt het fraai uitgevoerde privé-zwembad naast de villa hem om zichzelf als een gezonde, atletische figuur te zien. In het water kan hij enige afstand nemen van de hemofilie waaraan hij lijdt en de daarmee gepaard gaande angst voor bloedingen, kneuzingen en besmettingen. En pas bij het zwembad overwint hij zijn verlegenheid tegenover meisjes. Het bad is voor hem een tweede baarmoeder geworden, beschermend en bevrijdend tegelijk.

Van geheel andere aard is de verplaatsing die de meeste aandacht krijgt in het boek, naar de Russische adelstand aan het begin van de eeuw. Van een vroegere hoogleraar krijgt de historicus tijdens zijn verblijf in de villa onverwacht het verzoek een hoofdstuk te schrijven voor een boek over de twintigste eeuw. Zijn taak is om zich in de recente publikaties over de moord op de Russische tsaren te verdiepen. Juist deze historische bronnen blijken zijn verbeelding bijzonder te prikkelen. Rijker worden, gezonder en voornamer, dat is, kort gezegd, wat Pepers hoofdpersoon voor ogen staat, maar pas als hij de historische tekst van de dagboeken van de tsaar in huis heeft, lijken zijn verlangens de verwezenlijking nabij. De verhalen over de tsaar en zijn familie en zijn eigen geschiedenis beginnen steeds meer door elkaar te lopen, wat nog versterkt wordt door de wetenschap dat de zoon van de tsaar aan dezelfde bloedziekte heeft geleden als hij. Wat, als hij de achterkleinzoon van de tsaar zou zijn?

De gedeelten waarin Rascha Peper haar hoofdpersoon laat wegdromen in het leven van de tsaar behoren onmiskenbaar tot de sterkste gedeelten van het boek. De schrijfster heeft hier een gevarieerde, levendige stijl die veel indruk maakt en noodt tot doorlezen. 'De hangmat, ach, ja, de hangmat,' zo begint het tweede hoofdstuk, waarin de historicus na jaren van niets doen over de treurige geschiedenis van de tsaren begint na te denken. Hij geeft een citaat uit een brief die de tsaar in 1914 aan zijn vrouw schreef, en vertelt hoe hij kort na de Russische revolutie in de tuin van zijn tijdelijk verblijf in zijn hangmat placht te schommelen. 'Nicolaas de Bloeddorstige,' zo denkt de historicus, 'door zijn vijanden naar zijn laatste gevangenis overgebracht, en wat is het eerste dat hij doet? Hij hangt zijn hangmat in de tuin. Om buiten Tsjechov te lezen of de bijbel.'

Ook de - veel kortere - gedeelten over het geluk dat de hoofdpersoon in de beschutting van het water vindt, zijn over het algemeen heel geslaagd. Daar in het water, denkt hij, komt hij in aanraking met wat hij 'de kern van alle dingen' noemt. Peper weet hier goed te treffen hoe haar historicus op zulke momenten, in een bijna gewichtloze toestand los komt van het aardse getob.

Tegenover deze sterke gedeelten staan helaas ook enkele beschrijvingen die wat prozaïscher zijn. Peper gaat bijvoorbeeld vrij uitgebreid in op het kleinburgerlijke milieu waarin de historicus is opgegroeid en waarin hij steeds weer terugkeert. Dat levert stukken op die soms schrijnend van saaiheid zijn. Hoewel ze haar best doet om ze door middel van mild ironisch commentaar van de historicus nog wat op te vrolijken, houden ze iets verschrikkelijk grauws en ongeïnspireerds.

Datzelfde geldt voor de schaarse gedeelten waar Peper, zonder een zweem van ironie, in een of ander populaire frase vervalt. Wanneer ik over een arme weduwe met een ongelukkige zoon ook nog moet lezen dat ze een 'prachtige, droevige, sensuele glimlach' heeft, moet ik toch eerst wel even wat wegslikken voor ik verder kan.

Maar gelukkig zijn dit, vergeleken met wat er wel is gelukt, kleinigheden. Rascha Peper bevestigt in Russisch blauw haar reputatie als een geroutineerd en onderhoudend schrijfster die wat te zeggen heeft. Haar boek heeft een verrassende opbouw en zit over het algemeen vol kleine, goed gekozen observaties. Ze weet de vele momenten van spanning zorgvuldig over de roman te spreiden en maakt een uitgekiend gebruik van veelzeggende, en steeds terugkerende beelden. Zo wordt de aarden geluidswal die tijdens het verblijf van de historicus in de villa achter het hek wordt opgeworpen, niet alleen weerspiegeld door het steeds maar hoger wordende hek om het huis waar de tsaar voor zijn dood gevangen werd gehouden. Het is duidelijk ook een symbool van het toenemende isolement waarin de historicus raakt.

Door de verwerking van enkele recente kranteberichten over de vondst van het stoffelijk overschot van de tsarenfamilie krijgt het boek bovendien iets intrigerends. Binnen de roman ontstaat zo een bijna op zichzelf staande reconstructie van de laatste dagen van de tsaar en zijn familie. Met veel gevoel voor drama beschrijft Peper in deze gedeelten hoe de revolutionairen in een kelder de gehate tsaar en zijn gevolg om het leven brengen, waarna ze een bizarre tocht over het duistere platteland aanvangen om de resten van de Romanovs voor de oprukkende volgelingen onvindbaar te maken.

Hier is de verbeelding al bijna geen verbeelding meer. Dit is echter dan echt.

    • Reinjan Mulder