De Belgen houden niet genoeg van zichzelf; Pierre Mertens over zijn Belgische koningsdrama Une paix royale

Zelf dacht de Belgische schrijver Pierre Mertens met zijn boek 'Une paix royale' een liefdesroman te hebben geschreven waarin een poging wordt gedaan tot begrip van koning Leopold III. Daar dacht Leopolds echtgenote prinses Lilian anders over: zij spande een proces aan. “Men heeft het boek niet serieus genoeg gelezen,” zegt Mertens.

Uitgeverij Thoth in Bussum bereidt de door Ernst van Altena te maken Nederlandse vertaling van 'Une paix royale' voor die in maart 1996 zal verschijnen. De 'verminderde', tweede versie is inmiddels verschenen bij Uitg. Seuil, 492 blz., Prijs ƒ 52,-

De schrijver Pierre Mertens is aan het Belgische hof definitief in ongenade gevallen. 'Heeft niet elke onderdaan van de koning het recht op zijn eigen waarheid?', laat Mertens zijn romanfiguur Pierre Raymond zeggen, wanneer deze nog onbekende documenten wil inzien, betrekking hebbend op de omstreden Belgische vorst Leopold III. De aide de camp bij wie de romanfiguur deze inzage bepleit, laat zich niet overtuigen. Het plan een roman te schrijven waarin de persoonlijke geschiedenis van Leopold III verweven wordt met die van Pierre Raymond, komt hem heilloos voor. En eerdere toezeggingen van prinses Lilian, de tweede echtgenote van Leopold III, dat Pierre Raymond de papieren mag inzien, blijken in het gesprek tussen schrijver en aide de camp zonder waarde. Het hof heeft besloten aan een dergelijk projekt geen medewerking te verlenen, punt uit.

De lotgevallen van romancier Pierre Mertens vertonen een opvallende gelijkenis met die van Pierre Raymond, hoofdfiguur in de kloeke roman Une paix royale. Maar liefst twee kort gedingen zijn in Parijs tegen het boek, preciezer gezegd tegen zijn Franse uitgever Seuil, aangespannen door prinses Lilian en haar zoon prins Alexander. Steen des aanstoots waren passages waarin Lilian sprekend wordt opgevoerd. Seuil heeft beide zaken verloren. En waar in de eerste zaak de uitkomst nog wel meeviel (betaling van het symbolisch bedrag van één Franse frank schadeloosstelling), liep de uitspraak in de tweede uit op censuur.

In de tweede 'verminderde' druk van Une paix royale zijn 56 regels weggelaten en vervangen door wit en een kadertje dat verwijst naar de gerechtelijke uitspraak. Prinses Lilian geeft in die regels onder andere weinig vleiende impressies ten beste over Boudewijn, die in 1951 Leopold III opvolgde en vorig jaar de laatste adem uitblies. Prinses Lilian, de tweede echtgenote van Leopold III, zegt over Boudewijn, een zoon uit het eerste huwelijk van Leopold III, bijvoorbeeld dat deze 'een vrijwel ongeletterde (was), die uitsluitend stripverhalen las'. Zijn echtverbintenis met Fabiola heet in de woorden van prinses Lilian een huwelijk zonder liefde met een onvruchtbare vrouw, tot stand gekomen onder druk van de Belgische clerus en voorwerp van afkeuring door Leopold III. Boudewijn was, volgens prinses Lilian, 'un roi dont la modestie frisait l'inexistence' (een koning wiens bescheidenheid grensde aan het niet bestaan).

Pamfletten

De 'zaak' rond La paix royale lijkt de bekendheid van boek en schrijver geenszins te schaden: goed ontvangen door de kritiek, een verkoopsucces in Frankrijk en België. Ook de omvang van de door de rechter opgelegde censuur valt nog mee: 56 regels, waar aanvankelijk het weglaten van zestien hele pagina's was geëist. Maar de auteur Pierre Mertens, gezeten in een kantoor van de Vrije Universiteit in Brussel waar hij een centrum voor literatuursociologie leidt, moppert. “Men heeft het boek niet serieus genoeg gelezen”, zegt hij, gevraagd of hij zich gevleid voelt door zoveel koninklijke aandacht. “En waarom vervolgt men een roman, wanneer zoveel historische verhandelingen en pamfletten, waarvan de auteurs pretendeerden zich met de historische werkelijkheid bezig te houden, en die veelal beledigend en te kwader trouw waren jegens Leopold III, ongemoeid zijn gebleven? ”

Mertens (56) vertelt dat hij de kritiek eerder uit een andere hoek had verwacht: van links, waar Leopold III, de koning die aanbleef tijdens de Duitse bezetting en voor de oorlog al antiparlementair optreden werd aangewreven, immer in een kwade reuk stond. Une paix royale is namelijk, indien geen rehabilitatie, dan toch een 'poging tot begrip' van Leopold III. En wel van de zijde van romanfiguur Pierre Raymond, die net als de schrijver Pierre Mertens als kind de heftige politieke strijd rond het koningschap in 1950 heeft meegemaakt. Zo herinnert hij zich als kind het woord 'non' op muren te hebben gekalkt, toen in 1949 een volksraadpleging werd georganiseerd over een mogelijke terugkeer van de koning op Belgisch grondgebied.

“Mijn boek is fictie, maar het is ook een eerbetoon aan het menselijk begrip”, aldus Mertens. “Mijn ik-figuur Pierre Raymond heeft een beetje dezelfde psychologische structuur als ik: het is een man die een afkeer heeft van grove simplificaties, waarin dingen uitsluitend sneeuwwit of pikzwart kunnen zijn. Als schrijver heb ik mij steeds beijverd tegenstrijdigheden aan het licht te brengen, de onverklaarbare kant van de dingen, de moeilijkheden verbonden aan een leven onder ongunstige voortekenen. Dat van Leopold III is, meen ik, gekenmerkt door wat wel bijna een vervloeking lijkt. Hoe had hij kunnen slagen als koning, waar hij als mens zo'n pechvogel was? Het beste bewijs daarvoor is nog wel, dat Leopold pas na zijn troonsafstand als geleerde zijn ware bestemming lijkt te hebben gevonden”.

De meer notoire episoden uit 's konings leven, bijvoorbeeld diens beslissing om bij de nederlaag in 1940 bij zijn troepen te blijven, of zijn bezoek aan Hitler later dat jaar, blijven bij de invoelingsoperatie in Une paix royale vrijwel onvermeld. Of het moest zijn de observatie dat de reputatie van Leopold III als 'gekroond landverrader' al in 1940 is gevestigd door Franse politici, die hun eigen falen tegen de Duitse inval wilden maskeren en spoedig, met de vestiging van de fascistische Vichy-staat, zelf veel erger ten beste zouden geven.

“Ik ben advocaat noch aanklager”, zegt Pierre Mertens. “Ik ben een romanschrijver, ik laat de dingen zien zoals ik ze aanvoel. Ik doe een poging rekenschap te geven van de complexiteit van het lot van Leopold III. Dat is mijn beroep als romanschrijver. Ik laat zien dat niets eenvoudig is in een leven van Shakespeariaanse afmetingen: de sleutelmomenten, de perioden die voor Leopold III het moeilijkst zijn geweest”.

Reconstructie

Mertens, een van de aanzienlijkste franstalige auteurs van België, is de auteur van acht romans, zes verhalenbundels, één opera, twee toneelstukken en vijf essaybundels, zijn publikaties als oud-hoogleraar in het internationaal recht en literatuursociologie even buiten beschouwing gelaten. Niet voor het eerst begeeft Mertens zich met Une paix royale op het pad van de historische reconstructie. In Letters clandestines (1990) stond de componist Alban Berg centraal, in Les éblouissements (Prix Médicis 1987, in het Nederlands vertaald als De begoochelingen) gaat het om de Duitse expressionistische dichter Gottfried Benn, die enkele jaren met het nazisme heulde.

De door Mertens in deze romans gevolgde werkwijze is steeds dezelfde en bestaat eruit, zegt de auteur, “de geschiedenis niet alleen te bezien door het oog van degene die haar maakt, maar ook van degene die haar ondergaat. En te komen tot een interactie van deze twee visies”. Voor wat Une paix royale betreft, een boek van bijna vijfhonderd pagina's, betekent dit dat de lezer zeer diep wordt ingevoerd in de denkwereld van de hoofdfiguur Pierre Raymond, geboren op de dag in 1939 waarop Hitler de principebeslissing nam België binnen te vallen. In een welhaast hallucinerend verteltempo, lijkt geen verwikkeling in het leven van de ik-figuur geschuwd te worden.

De treurige carrière van Raymond als 'beëdigd gids' bijvoorbeeld, en zijn verveelde reisindrukken in Egypte: “wat te denken van een beëdigd gids die niet in staat is zichzelf door het leven te gidsen?”. De wereldreis die de ik-figuur maakt met zijn ex-vrouw Rebecca en die ten doel heeft te leren elkaar minder lief te hebben. Joy, de nieuwe liefde. Samuel, haar zoontje, in de observatie van wie de ik-figuur een mogelijkheid lijkt te zien, zijn eigen ongelukkige jeugd goed te maken. Die jeugd, met een moeder zonder liefde en een vader die niet van hem wil weten.

Sportwagen

Tussen dit alles door wordt dan het verhaal verteld van Leopold III en de rest van de koninklijke familie. De ik-figuur komt met hen al vlug in contact, daar hij op achtjarige leeftijd door een koninklijke sportwagen met zijn fietsje van de weg wordt gereden. De ontmoeting met prinses Lilian, aan wie de ik-figuur al die smakelijke bijzonderheden over Boudewijn en Alexander in de mond legt, is een toevallige: Pierre Raymond wandelt in de buurt van een paleis waar de prinses op zoek is naar een weggelopen hert. De ik-figuur ontmoet trouwens ook Boudewijn persoonlijk, wanneer hij als een vooraanstaand schrijver van toeristische reportages ten paleize wordt ontboden. De beschrijving van deze ontmoeting is overigens zo mogelijk nog verwoestender voor de reputatie van de vorst dan al hetgeen prinses Lilian in de mond wordt gelegd. Zo jankt Boudewijn, die in 1950 na het gedwongen aftreden van zijn vader Leopold III de troon besteeg: “Mijn woede, meneer, over het onrecht mijn vader aangedaan, bestaat er in de eerste plaats uit dat mij mijn jeugd is ontnomen”.

Zo rijk, of in ander ogen wellicht chaotisch, is de stof die door Mertens in Une paix royale wordt aangedragen, dat het deze lezer pas na honderden pagina's begon te dagen omtrent thematiek en structuur van het boek: de empathie van de ik-figuur Pierre Raymond voor Leopold III berust mede op een aantal overeenkomsten tussen zijn eigen leven en dat van de vorst. Daaronder zijn bijvoorbeeld het gevoel een leven te leiden waartoe men geen roeping voelt (als respectievelijk beëdigd gids en koning) en - dat vooral - de durf zichzelf een tweede kans te gunnen. Nadat koningin Astrid, naar hedendaagse begrippen een cult-figuur onder het Belgische volk, in 1935 bij een verkeersongeluk om het leven was gekomen, hertrouwde Leopold in 1941 met Lilian Baels - intens gehaat door dezelfden die eerder Astrid hadden verafgood.

Na de bezetting, na zijn ballingschap van vijf jaar buiten België's grenzen, en na zijn smadelijke troonsafstand in 1951 tenslotte, gunde Leopold III het zichzelf een nieuw bestaan op te bouwen, als ontdekkingsreiziger in alle uithoeken van de wereld, niet zozeer schrijvend alswel fotograferend. “Etnologen als mijn vriend Michel Leiris zeggen dat Leopolds verdiensten niet onaanzienlijk zijn”, vertelt Pierre Mertens, “hij fotografeerde en filmde volkjes waar nog nauwelijks iemand van gehoord had”.

Ik-figuur Pierre Raymond waardeert de manier waarop de vorst zich een tweede kans gunt in het leven, zoals hij zelf immers zichzelf een tweede kans gunt in de met ontroerende eenvoud beschreven liefde voor Joy en haar zoontje Samuel. Pierre Mertens: “Pierre Raymond heeft bewondering voor de man die niet blijft steken in de schande van de troonsafstand, en zichzelf het recht geeft op een tweede leven. Mij persoonlijk ontroert dat ook zeer”.

Keizer

Er is in het boek echter ook een subtiel element van revanche: boven de koning van België staat een keizer, en wel de door Pierre Raymond geïnterviewde en bewonderde 'keizer van Herentals', de befaamde wielrenner Rik van Looy. Ook Eddy Merckx komt in het boek uitvoerig aan de orde - het lijkt niet ver gezocht dat Pierre Raymond hier wraak neemt voor het verlies van zijn fietsje.

Koningen, wielrenners - Une paix royale wordt veelal een zeer Belgisch boek genoemd. België vergaat op de laatste bladzijden - verzwolgen in het jaar 2000 door de elk jaar krachtiger buiten hun oevers tredende rivieren, een natuurverschijnsel dat, begrijpt de lezer, staat voor een veel verdergaand verval van morele afmetingen. Het treurig lot van koning Leopold III wordt voorgesteld als een voorteken van België's ondergang: “dit alles was zeer Belgisch, want hoe zou een land dat niet in zichzelf gelooft, zichzelf een waarlijke koning gegund kunnen hebben?”

“Ook op dit punt heeft Une paix royale wellicht misverstanden gewekt”, zegt Mertens. “Niet als burger geloof ik in de noodzakelijke ondergang van België, maar wel als dichter. Ik ben geen realistisch schrijver. Maar het is waar: Une paix royale is een nostalgisch boek over een land dat uiteenvalt, dat uiteenrafelt. Het is ook een boek dat drijft op de liefde voor dit land, een dubbelzinnige liefde, want hij is vermengd met haat. Of misschien is wrok een beter woord, wrok tegen de wijze waarop dit land is verspild. De Belgen hebben zichzelf verspild, omdat ze niet voldoende van zichzelf gehouden hebben. Gebrek aan eigenliefde - dat is de voornaamste Belgische zonde”.

Guillotine

Mertens acht zichzelf een Belg bij uitstek: “geboren in Vlaanderen, Brusselaar door adoptie, Franstalig, heb ik alle componenten van België in mij en dus geen andere keuzemogelijkheden dan Brusselenaar en Europeaan te zijn. Ik heb ook evenveel vrienden in Vlaanderen als in Wallonië. Ik persoonlijk voel mij wél in dit land en zijn tegenstrijdigheden, en ik bemin evenzeer de zee als de Ardennen. Dat dit land door middel van een guillotine in tweeën gedeeld zou kunnen worden, kan ik mij moeilijk voorstellen”.

Dat die mogelijkheid - middels de in België veelbesproken 'mislukking van het federalisme' - toch steeds dichterbij komt, is in Une paix royale aanleiding tot bittere commentaren, waarbij de ik-figuur staande voor het raam van zijn geliefde Joy, zijn eigen geboortehuis aan de overkant in het oog heeft, en zich voorstelt dat de staatsgrens midden over het plein zal lopen. Zolang zulks nog niet geval is, voelt de schrijver Pierre Mertens zich in ieder geval thuis in Brussel: “de interessantste plaatsen zijn die waar de dingen elkaar kruisen”.

“Toch protesteer ik altijd een beetje als men Une paix royale als een strikt-Belgisch boek beschouwt”, zegt Mertens. “Het is alsof men van Honderd jaar aanzaamheid van Gabriel Gárcia Márquez zou zeggen dat het een zeer Colombiaans boek is. Natuurlijk heb ik mijn stof gezocht in de Belgische folklore, maar om daar vervolgens in poëtische zin te ontsnappen. Ik had zelfs gewild dat in de flaptekst van het boek België en Leopold III niet zouden worden genoemd, dat er slechts zou worden gerept van 'een klein koninkrijk' en 'een koning', alsof het geheel zich ook ergens bij Oostenrijk had kunnen afspelen. Mijn uitgever zag dat anders. Maar ik betreur dat de affaire rond het boek de aandacht heeft afgeleid van het feit dat Une paix royale eigenlijk een liefdesroman is. Mijn advocaat voor het gerecht heeft dat ook betoogd, 'het is een liefdesroman', en dat was niet louter een holle frase”.

Uitgeverij Seuil heeft in beide zaken hoger beroep aangespannen, reden waarom Pierre Mertens op dit moment liever niet in detail ingaat op het gerechtelijk oordeel en de overeenkomsten tussen zijn persoonlijke belevenissen met het Belgische koningshuis en die van zijn romanfiguur Pierre Raymond. Maar inderdaad, bevestigt hij desgevraagd, hij heeft Boudewijn tweemaal ontmoet en heeft een aantal malen, zij het vluchtig, contact gehad met prinses Lilian. “Ik koester geen werkelijke gevoelens van wrok jegens haar. Ik heb meer het gevoel dat er sprake is van een misverstand, dan iets anders. Ik koester ook dankbaarheid voor onze ontmoetingen, voor de dingen die zij mij heeft verteld, en die altijd sterk affectief geladen waren”.

Maar toch: de censuur op zijn boek stemt de schrijver somber. “Voor een vergelijkbare gang van zaken moet men eerder naar het Midden-Oosten”, zegt Mertens in een slechts half-ironische verwijzing naar Rushdie's De Duivelsverzen. Ook het recente kabaal om het laatste boek van de Duitse schrijver Günther Grass stemt hem somber. “Ik hoop niet dat dit soort dingen gewoonte worden. Je zou denken dat mijn portret van Leopold III geapprecieerd zou worden door degenen die aan zijn zijde hebben gestaan. Maar nee. Men neemt het boek niet voor wat het is. Men heeft mij niet aandachtig gelezen”.