Bioscoop even duur ondanks lagere BTW

AMSTERDAM, 27 OKT. In Nederland zal de verlaging van het BTW-tarief voor bioscoopkaartjes van 17,5 procent naar zes procent niet resulteren in goedkopere kaartjes voor de consument, zo blijkt uit een vanochtend in Scheveningen ondertekende overeenkomst tussen de Rijksoverheid en de Nederlandse filmbranche.

De binnenkort in navolging van andere Europese landen ingevoerde verlaging van de BTW zal worden afgedragen aan de overkoepelende organisatie van het film- en bioscoopbedrijf, de Nederlandse Federatie voor de Cinematografie (NFC). Gemeten naar de huidige recettes in de bioscopen gaat het daarbij om een bedrag van ongeveer achttien miljoen gulden per jaar.

De NFC mag de helft van het bedrag zelf houden en eventueel verdelen onder haar leden: zowel bioscoopexploitanten als filmdistributeurs en -producenten. De andere helft wordt overgedragen aan de stichting Nederlands Fonds voor de Film. Het Filmfonds geeft die negen miljoen weer terug aan de Rijksoverheid, die hetzelfde bedrag in mindering brengt op de jaarlijkse subsidiëring van het Fonds (komend jaar 15,3 miljoen gulden).

Zo draagt de koper van een bioscoopkaartje in feite 5,75 procent (de helft van de BTW-verlaging van 11,5 procent) van de prijs van zijn kaartje bij aan bestrijding van tekorten in de totale kunstbegroting.

De nu tot stand gekomen regeling is volgens directeur van het Filmfonds R. Rienstra een compromis tussen de door de vorige kunstminister, d'Ancona, bepleite heffing op bioscoopbezoek ten gunste van de Nederlandse film en de wens van de huidige kunststaatssecretaris, Nuis, om een in Europees verband doorgevoerde harmonisatie van de BTW-tarieven te gebruiken om bezuinigingen op de kunstbegroting op te vangen.

Nagenoeg alle bioscopen en filmtheaters zijn (geassocieerd) lid van de NFC. Het is vooralsnog niet duidelijk of bioscopen, bijvoorbeeld niet-leden van de NFC, het recht hebben om niet mee te doen aan de regeling.

    • Hans Beerekamp