Akkoord met Turkse vakbonden

ANKARA, 27 OKT. Na tien maanden van onderhandelen en een regeringscrisis sloot de Turkse premier Tansu Çiller gisteren uiteindelijk een overeenkomst met de grootste vakbondsfederatie TürkIs over de salarisverhogingen voor de 680.000 arbeiders in dienst van de noodlijdende staatsbedrijven. Voor dit jaar wordt hun inkomen zowel over de eerste als over de tweede zes maanden met 16 procent opgetrokken. Voor volgend jaar zijn die percentages respectievelijk 18 en 20 procent. De overeenkomst kost de Turkse staat dit jaar 1,3 miljard dollar. De Turkse premier weigerde - daartoe gedwongen door het Internationale Monetaire Fonds dat Turkije momenteel een bijstandkrediet verstrekt - aanvankelijk hoger te gaan dan 5,4 procent op jaarbasis, terwijl de inflatie over dit jaar op rond de 70 procent wordt geschat. Uit protest hiertegen gingen 350.000 arbeiders op 20 september in staking. Hun acties worden mede verantwoordelijk gehouden voor de val op dezelfde dag van de regeringscoalitie tussen de conservatieve Partij van het Juiste Pad van Mevrouw Çiller en de sociaal-democratische Repubikeinse Volkspartij. Het uitblijven van een oplossing van het arbeidsconflict was er teven de oorzaak van dat de minderheidsregering die Çilller vervolgens vormde, eerder deze maand de vertrouwensstem niet kreeg van het parlement. Inmiddels wordt de breuk in de coalitieregering weer gelijmd, maar een van de voorwaarden van de sociaal-democraten is dat dan wel eerst overeensstemming moet worden bereikt met de arbeiders van de staatsbedrijven. Çiller maakte - met het oog op de parlementsverkiezingen van 24 december - ook bekend dat de pensioenen vanaf 15 november met 53 procent worden opgetrokken.