Zomer 96: Platte lappen om het ronde lichaam in de showrooms van Parijs

De stoffen glanzen, en is het niet gitzwart of verblindend wit, dan spatten de felste kleuren er van af, in zomer 1996. Ontwerpers leven zich uit op structuur, en verdiepen zich in oude en nieuwe technieken. Vooral de Nederlandse ontwerpers Alexander van Slobbe en Jack Mauritsz gaan daarin ver. De heldere lijn en sobere vormen van le Style Nordique slaan aan in Parijs.

Model Nadja Auermann zou een T-shirt gedragen hebben met het opschrift 'Stop Chirac's Nuclear testing' maar verder is er geen mens weggebleven van de presentatie van de prêt-à-porter voor zomer 1996, vorige week in Parijs. Een enkele journalist meende zich nog te moeten rechtvaardigen met het argument dat dit jaar minder dan de helft van de bijna negentig ontwerpers van Franse origine was. En wat Frans lijkt, is het niet altijd. Dat de kleding van Chanel wordt ontworpen door een Duitser weet iedereen. De nieuwe ontwerper van het huis Givenchy (Hubert de Givenchy gaf vorige week zijn laatste prêt-à-porter-show) wordt niemand minder dan de succesvolle Brit John Galliano. De ontwerper van het huis Balenciaga is Joseph Melchior Thimister, geboren in Maastricht maar opgegroeid in België, en bij Jacques Fath is het de Nederlander Tom van Lingen.

Tijdens de Parijse modeweek heb ik geen enkel defilé gezien. Niet uren hoeven wachten, niet hoeven soebatten om toegang, nergens met geweld hoeven binnendringen. Ik ben - een paar dagen later - naar de showrooms van de ontwerpers gegaan. Waar je met een glimlach wordt ontvangen. “Koffie of thee? Gaat u zitten, de video van de show begint zo.” Daarna kan ik de kleren van dichtbij zien, voelen, en soms, “ik durf het bijna niet te vragen, maar mag ik even...?” Bien sur. Zo welwillend zijn ze niet overal, maar ik heb toch kleren aangehad van SO, Dries van Noten, Vivienne Westwood.

De pouffe van Vivienne Westwood is verdwenen, was het grote nieuws in Le Figaro, daags na haar show. Geen bilkussens en metalen rekjes onder rokken meer, en evenmin borst-opvulsels. “Omdat de boodschap nu wel duidelijk was, andere ontwerpers erkennen het ook, dat een vrouw een wezen is met boezem en billen”, verklaart Westwoods PR-assistente. Het leverde minder spektakel, en 'draagbaarder' kleren op. Vivienne leefde zich zowel bij jasjes als jurken uit op de Watteau-plooi, genoemd naar de zijden jurken die Jean Antoine Watteau in de achttiende eeuw met zo veel oog voor stofval schilderde. Van voren strak getailleerd en van achteren een wijde capevorm, met in het midden een valse split. Wat Westwood wil zeggen met haar vrouwelijke modellen blijkt misschien 't beste uit wat ze zelf draagt als ze na de show het plankier op komt: een jurk in het voor haar typische dikke structuurbreisel, die van de vollere contouren geen geheim maakt.

Thierry Muglers mannequins dienen daarentegen over zeer smalle middeltjes te beschikken. Het is architectonische vormgeving, très couture, alleen geschikt voor gebeeldhouwde figuren. Die zijn ook nodig voor het vele strakke nylon en de luchtige kanten jurkjes van Helmut Lang en Martine Sitbon. Parijs is bursting at the seams. Structuur en constructie is waar het om draait. Oude structuren die zichzelf hebben bewezen in op het lijf gesneden mantelpakken, gebaleineerde lijfjes en jurken, of in verbredingen met behulp van kussentjes en stijf gaas, om heupen te accentueren of rokken op te laten bollen. Maar ontwerpers zoeken ook naar nieuwe methodes om vorm te geven aan platte lappen die om ronde lichamen gevormd moeten worden.

Jack Mauritsz bijvoorbeeld. Zijn eerste show, afgelopen voorjaar, was een illegale. Hij vertelt het met zichtbare voldoening. De mannequins stonden klaar voor de ingang van het Carrousel du Louvre, toen na het defilé van Chanel de voltallige internationale pers zich naar buiten wurmde. Mauritsz zelf werd onmiddellijk door de veiligheidspolitie aangehouden, maar toen hadden Britse, Japanse en Spaanse televisiecamera's al opnames gemaakt van de 'show', en Mauritsz had wat hij wilde: publiciteit.

Mauritsz gebruikt per collectie een kleurengamma - voor de zomer is dat ecru tot kaki - in stoffen die koel ogen: een metalig glanzende visgraattweed, rubber op een nylonbasis. “Ik maak kleren die gedragen moeten worden, waarmee je de straat op kunt. Ik wil ook niet iedere keer een compleet nieuwe collectie neerzetten, maar mensen vertrouwd laten worden met mijn stijl.” Een stijl die gekenmerkt wordt door een nogal harde en 'grafische' uitstraling, met grote aandacht voor coupe. Mauritsz streeft naar rechte lijnen, duidelijk zichtbaar bijvoorbeeld bij de driehoekige buste-coupe, en hoeken in kleren waar het lichaam ook hoeken maakt, zoals bij knieën en ellebogen. , Uiteindelijk moet je mijn kledingstukken plat neer kunnen leggen, zonder kreukels kunnen opvouwen. Op een dag wil ik vierkante broekspijpen maken, vierkante mouwen, dat moet kunnen.” Mondriaan, die eens heeft gezegd dat hoekige kleren de ronde vormen van een lichaam veel beter tot hun recht doen komen, zou glimlachen in zijn graf.

Braafheid wordt vermeden door transparante inzetten (“Mijn vriendinnen geven veel geld uit aan lingerie, daar mag je dan toch wel wat van zien?”), splitten en grove aluminium ritsen. Mauritsz ontwerpt voor “zelfverzekerde vrouwen, die nadenken over wat ze doen, en niet achteloos geld neerklakken voor een label, een naam”. Want het is niet goedkoop, geeft hij toe.

In Nederland is dit merk overigens (nog) niet te koop. Wel bij 'Victoire' op de Place des Victoires, aan de kop van de rue Etienne Marcel. In de niet al te grote zaak geven zeker vier moederlijke verkoopsters professionele service. Natuurlijk mag ik een mantelpak van Mauritsz passen, ook al geef ik onmiddellijk toe dat de prijs (ruim 3000 franc voor het jasje en 1800 franc voor de rok) mij ver boven het budget gaat. Uitgebreid snuffelen tussen de Jil Sanders, Prada's en Lagerfelds mag ook. Uit een groot aantal ontwerperslabels heeft Victoire vooral de draagbaarder items geselecteerd. Wat dat betreft is deze winkel te preferen boven de prêt-à-porter-galerie van Lafayette, waar alle kledingstukken aan telefoonkabel zijn bevestigd, zodat je ze niet eens fastoenlijk uit hun rekken kunt halen.

In deze buurt kan men zich verlustigen aan etalages van Kenzo, Montana en de Franse koningin van de lingerie, Chantal Thomass, die worden afgewisseld met traiteurs, patisserieën en cafés. Aux bons Crux is een aanrader voor de lunch. Steek dan even door langs de winkel van Jean Charles de Castelbajac naar de Jardin du Palais Royal. Deze nogal verborgen tuin, lunch-pleisterplaats voor kantoorpersoneel en schoolklassen, wordt omsloten door winkelgalerijen onderin het Palais Royal. Hier zitten onder meer twee winkels van Didier Ludot, met vintage Haute Couture en tassen en bijoux uit de periode 1930-1970. De Chanel-jurken en -mantelpakken kosten er op zijn minst 7000 franc, maar dan heeft men ook een exemplaar dat nog gemaakt is door Coco zelf. Monsieur Ludot koopt zijn oude Givenchy's, Courrèges en Philippe Venets van chique oude dames, of hun erfgenamen. Wat in zijn winkel hangt, verschilt weinig van de vele getailleerde mantelpakken en Jacky Kennedy-jurken waar de Parijse etalages mee vol hangen.

Dan weer terug en via de onlangs gerestaureerde winkelpassages Colbert en Vivienne naar de winkel van Jean Paul Gaultier. Daar staan nogal verlegen, vriendelijke meisjes die zonder mankeren een jurk ruilen waarvan de rits het onmiddellijk begaf. Gaultier verraste dit seizoen met voor zijn doen weinig agressieve, simpele kledingstukken: djellaba's, wikkelrokken van zeer dunne en soepele stoffen die het vooral moeten hebben van de prints - wilde vlakken en strepen, waar zebradessins, arabische motieven of stukken van schilderijen in zijn te herkennen. In de glanzende mix die voorbij komt zie ik huidstrakke broeken met lage tailles, strompelrokken, topjes met puntige nagelspijkers, polkadotjurkjes en rubberige jassen, broeken en rokken (het blijkt te gaan om een mengsel van nylon, polyethureen en tessuto) waar gaatjes in een soort kantpatroon zijn uitgebrand. De randen zijn hier en daar bruin verschroeid. Het heeft weinig of niets te maken met citaten uit eerdere decennia. Wie het draagt is vanaf grote afstand herkenbaar als Gaultier-adept.

Wie ook altijd volledig haar eigen gang gaat, is Rei Kawakubo van Comme des Garçons. Ongewoon fleurig is haar zomercollectie, die dan ook 'Kaleidoscope' heet. In de riante showroom aan de Place de Vendôme is het een aan- en aflopen van inkopers. In de show op video dragen de mannequins onder groteske oranje clownspruiken simpele tubejurken van transparant geweven 100 procent wol met een print van oranje, roze, grasgroene, gele, paarse vlakken. Heel fel op het schreeuwerige af. Niets is er meer over van de sombere, half uit elkaar vallende (deconstructivistische) en soms letterlijk beknellende kledingstukken van enkele collecties geleden. Bij een intellectualistische ontwerpster als Rei Kawakubo ga je zoeken naar bijbedoelingen. Kermis in de hel, is een associatie. Het is een indruk die ontstaat door het geheel. Afzonderlijk bekeken zijn de patchwork-jasjes van stug polyester vilt, de wijde capejurken van polyester crêpe de Chine in warme bloemenprints en de gedrapeerde capes van matwitte, halfdoorzichtige vinyl, handgeborduurd met zwarte zijde, gewoon vrolijk en mooi, en, vooral door het stofgebruik, zeer vooruitstrevend.

Ook bij de Belg Dries van Noten - gevestigd op een steenworp afstand van het Centre Pompidou - een allerhartelijkste ontvangst en welwillende toelichting bij de video van de show, die plaatsvond in een leeggepompt zwembad. Er was voor die locatie gekozen om de vele blauwen, de vloeiende en transparante stoffen, en het marine-karakter van de collectie te benadrukken. Maar wat vooral treft is dat Van Noten geen professionele mannequins inhuurde, maar vriendinnen, grote klanten en medewerksters liet showen. Dus vrouwen van alle leeftijden, en ook maatjes 44. Bij Van Noten, die zich vorig jaar te buiten ging aan de zogenaamde nieuwe roklengte (rondom de knie), hangen de rokken en vele pareo's (gedragen over gladde broeken) weer bijna tot de enkels.

De ster van landgenoot Ann Demeulemeester rijst snel. Haar Parijse vestiging blijkt te liggen in een nogal aftandse buurt. Op de deur naar het binnenhofje geen naambordje. Verdorie, vast 't nummer verkeerd verstaan. Non, non, c'est ici, helpt een meisje. Trap op, eerste deur rechts. Rommelig kantoor, in de hoek een doorgezakte bank en de video. Aan de kledingrekken hangt Helmut Lang, Rifat Ozbek, nog wat namen die me niets zeggen, maar geen Demeulemeester. Haar zomercollectie is overwegend zwart, zodat ik op de slechte opname nauwelijks iets kan zien van materiaalgebruik of snit. Het silhouet is sluik, snel en 'urbaan-agressief', meer valt er zo niet aan af te zien.

Wat een verschil met de showroom van Alexander van Slobbe. Het licht valt door het matglazen dak op enkele rekken met boxy jasjes, nylon shirts en broeken, alles in verblindend wit, zwart of diepblauw, en een enkel oranje-geel kledingstuk. De ontwerper, die onlangs de Theo van Limperg-prijs kreeg, heeft het Orson- en Bodil-label opgedoekt. De vrouwencollectie heet voortaan net als de mannencollectie SO. Het is meer dan een naamsverandering. SO voor vrouwen is toegankelijker geworden, minder conceptueel. SO voor mannen draagt meer dan voorheen - toen het nog als een commerciële lijn werd uitgebracht door de firma Veldhoven - het typische handschrift van Van Slobbe. Wars van overbodige opsmuk. Ongebruikelijke materialen (katoen gemengd met polyamide, textiel van sportkleding) geven klassieke kledingstukken een twist. Van Slobbe houdt van 'geheimpjes' in zijn kleren, details die alleen een geoefend oog opvallen: verborgen knopen, zakken in zijnaden of een grafisch dessin dat maar net onder een transparante bovenlaag doorschemert. Sexy, niet té serieus, en modern.

Ook bij Yohji Yamamoto is het spitsuur met inkopers - en ook hier zijn er opvallend veel Japanse delegaties: vooral voor de Japanse jongeren, die lang thuis blijven wonen en niet autorijden, is designersmode het statussymbool bij uitstek. Het enorme videoscherm toont een vrouwelijke collectie, in overwegend zwart en wit, met getailleerde jasjes op lange nauwe rokken en robes manteaux. Avondjurken met wiegende crinolines, soms aan de achterkant opgenomen tot aan de billen. Kuise vrouwen dragen er een satijnen broek onder, uitdagende types laten die weg. Volop kleur in de 100 procent zijden 'pyamapakken', zachtgroen gebloemd of in roodgloeiende marmerprint, die 12.000 franc kosten. Waarom zoveel geld? Exclusieve stoffen, madame. En zie eens hoe minutieus het allemaal is gemaakt. Zie de coupenaden van het rugpand, hoe die werkelijk, maar ook optisch versmallen. En zie hoe in de binnenkant de stof aan de randen is afgewerkt met satijnen biesjes, en hoe in de oksels een elastisch stukje gaas is verwerkt; voor de beluchting en de nodige bewegingsvrijheid.

Tsja. Een Rolls kost ook meer dan een Daihatsu. Wie langs de glimmende modepaleisjes van de avenue Montaigne slentert, zich vergapend aan tailleurs en robes van Dior of Ninna Ricci, en verzucht dat deze kostbaarheden niet voor gewone stervelingen zijn weggelegd, zij spoedde zich naar Anna Lowe, een paar honderd meter verder op de avenue Matignon. Prêt-à-porter en couture van Gaultier, Mugler en Chanel voor een derde tot de helft van de prijs. “We verkopen hier kledingstukken uit de shows, kleine maatjes dus, wat is blijven liggen uit de collecties van het vorige seizoen, maar ook stukken uit de nieuwe collecties, rechtstreeks van de fabrieken. Dat zijn partijen die hun klanten niet konden betalen en die wij voor een lief prijsje hebben gekocht”, zegt bedrijfsleidster Suzy. Ze is Nederlandse, maar woont al twintig jaar in Parijs. Het is hier dus goed toeven voor landgenoten, al was het maar vanwege de kortingen. Want een Nederlander, zo weet iedereen in Parijs, gaat zich zelden te buiten aan kostbare kleding.

    • Edith Schoots