Wijers kiest met adviseur Maljers zeldzame oplossing

ROTTERDAM, 26 OKT. Prestigieuze adviescommissies met buitenstaanders zijn onder alle kabinetten een voor de hand liggende oplossing om complexe dossiers politiek te neutraliseren, maar een ex-topondernemer als trouble shooter inhuren is een zeldzame oplossing.

Minister Wijers van economische zaken, zelf voormalig management consultant, doet tijdelijk een beroep op ex-Unilever bestuursvoorzitter F. Maljers om hem bij te staan om de positie van de Nederlandse overheid bij vliegtuigbouwer Fokker te markeren en de besprekingen te voeren met de Duitse moeder DASA.

De laatste keer dat de Nederlandse overheid haar heil zocht bij een particuliere onderhandelaar om het koninkrijk uit een lastig parket te helpen was begin 1987. Toen toog ex-OESO-topman mr. E. van Lennep in opdracht van de regering naar Saoedi-Arabië om te pogen een duikboten-order voor RDM binnen te slepen. Van Lennep had inmiddels ervaring met internationale onderhandelingen. Eind 1984 zat hij in Argentinië om zoveel mogelijk van de achterstallige schuld te innen op de aanleg van een gaspijpleiding door aannemer BosKalis. De Nederlandse overheid droeg op de aanneemsom van 2 miljard het politieke risico dat Argentinië niet zou betalen. Om een afbetalingsregeling te treffen ging van Lennep op verzoek van toenmalige minister van financiën Ruding op zijn missie. Ruding kwam, net als Wijers, niet uit de politiek, maar was voorheen bestuurslid van de Amro Bank.

De keuze van Maljers lijkt op het eerste gezicht vreemd. Weliswaar wordt voeding en persoonlijke verzorging, het kernbedrijf van Unilever, zelf steeds meer een technologische activiteit, maar het staat nog steeds ver af van de industriële wereld van Fokker. De vliegtuigfabrikant moet jaren vooruit plannen en massieve bedragen investeren in ontwerp en logistiek. Dat vergt stevige financiële reserves, want nieuwe vliegtuigen dragen pas na jaren bij aan de winst. En terwijl een paar klanten Fokker naar believen kunnen maken of breken, ziet Unilever iedere dag miljoenen klanten voorbijtrekken.

Niet bekend

Al brengt Maljers dan weinig specifieke industriële kennis in, hij geldt wel als een specialist waar het gaat om de prijzen die binnen multinationals gerekend moeten worden voor de diensten en produkten die de dochter in het ene land levert aan de eindverwerker in een ander land. Precies het soort problemen waar Fokker mee worstelt: de rompen van DASA. Ook weet Maljers uit zijn lange periode bij Unilever hoe onderhandelingen met andere bedrijven gevoerd moeten worden, al heeft hij als bestuursvoorzitter deze overnamebesprekingen alleen nog maar op afstand gevolgd.

De keuze voor een onafhankelijke adviseur uit het bedrijfsleven zegt ook iets over de stijl die Wijers wil laten prevaleren. Hij schuift Maljers naar voren om namens hem bij de inleidende besprekingen de gesprekspartners Fokker en DASA af te tasten. Mocht het daarna tot concrete onderhandelingen komen, dan blijft Maljers ook daarbij aanwezig.

Zijn kennis van de Duitse taal is daarbij niet van belang: de voertaal van de besprekingen is Engels, zo weet men op het ministerie. Een buitenstaander kan ook een bijdrage leveren aan een meer ontspannen sfeer van onderhandelingen, zo zeggen waarnemers. Maljers heeft geen politieke positie, die per se moet worden gehandhaafd. Tijdens de vorige onderhandelingsronde, drie jaar geleden, haalde minister van economische zaken zelf ook de hele nacht door om de deal te doen. Nu kan Wijers op afstand blijven, terwijl Maljers - die charmant maar ook bijtend ironisch kan reageren - de heetste kastanjes uit het vuur haalt.

Maar er is nog een andere reden voor de recrutering van een buitenstaander, zo bevestigt een kenner van Economische Zaken. De afgelopen jaren is het marktdenken in de top van het departement weliswaar steeds sterker geworden, maar nam de industriële expertise af. De directeur voor de industrie Van der Harst zit er nog, maar plaatsvervangend secretaris generaal drs. A. Verberk, die twee jaar geleden nauw bij de onderhandelingen rond Fokker betrokken was, is vorig jaar vertrokken naar het bedrijfsleven.