Voor gastouders bestaat geen pedagogiek; Ouders benader je op kousevoeten, om jaloezie te voorkomen

In vijf jaar tijd is de kinderopvang bij gastouders thuis vertienvoudigd. 's Lands grootste bemiddelaar, Humanitas, vindt het nu tijd om de kwaliteit in de gaten te houden. In Utrecht begon een huiskamerproject. “Terug- bijten helpt niet.”

UTRECHT, 26 OKT. Zodra de ouders waren vertrokken, kroop het kind van anderhalf met een noodgang de kamer door. Recht op de bank af, de blote voetjes van de andere oppaskinderen in het vizier. Het ventje trok zich op, hapte in een teen en de toon van de ochtend was weer gezet. “De moeder zei me: 'bijt terug, dan voelt-ie wat-ie doet' ”, vertelt gastmoeder Rietje. “Ik heb het nooit gedaan. Hij beet altijd omdat hij zich buitengesloten voelde.”

Een oppaskind terugbijten, voor straf? Strikt voorschriften opvolgen van ouders die opvoeden volgens Een Leven Lang Fit? Of je voegen naar de anti-autoritaire opvattingen van ouders thuis? De praktijk van het gastouderschap is weerbarstig, zo blijkt deze woensdagochtend in de Utrechtse Tuinwijk, in de beslotenheid van de Lundiahouten-huiskamer van gastmoeder Ingrid. Op initiatief en in aanwezigheid van W. Doeleman van de Stichting Kinderopvang Humanitas wisselen Ingrid en twee andere oppasmoeders hun ervaringen uit.

Geen van hen weet waar 'opvoeden' begint en waar 'oppassen' eindigt. Een blauwdruk voor gastouder-pedagogiek bestaat niet. Elk kind is immers weer anders. Het komt vooral aan op een goede verhouding tussen ouders en gastouders. Zelf zag Ingrid een moeder onlangs voordoen hoe ze de luchtwegen van dochterlief moest klaren. “Ze zette om half negen 's ochtends haar lippen aan de neus en zoog het snot op. Maar ook voor mijn eigen kind gebruik ik nog steeds een zakdoek.”

's Lands grootste gastoudercentrale Humanitas begon het huiskamerproject in mei om de 'professionele beroepshouding van de gastouders' te versterken. “We willen geen ouders meer die alleen maar toezicht houden”, legt Doeleman de drie dertigers uit. Wat begon als een vriendendienst, is uitgegroeid tot een bedrijfstak. In vijf jaar tijd is de georganiseerde kinderopvang bij gastouders thuis vertienvoudigd, becijferde het CBS deze maand. Een op de tien kinderen in de kinderopvang verblijft bij een gastouder thuis. Vorig jaar werden 12.191 baby's, dreumesen, peuters en schoolkinderen tot twaalf jaar door 175 bemiddelingsorganisaties neergezet bij 10.800 gastouders. In 1989 werden naar schatting 1.200 kinderen onthaald door 1.100 ouders. De veelal werkende ouders van het oppaskind betaalden vorig jaar een al dan niet inkomensafhankelijke bijdrage variërend van ƒ 1,05 tot ƒ 5,35 per uur, gastouders verdienden netto gemiddeld ƒ 4,45 per kind per uur zolang ze de belastingvrije voet niet overschreden.

Vaak kiezen ouders deze vorm van kinderopvang omdat het kinderdagverblijf een wachtlijst heeft of omdat de gastouder om de hoek woont. Soms spelen meer ideële overwegingen mee. De meeste gastouders vangen niet meer dan vier kinderen tegelijk op en dat is voor een eenjarige altijd nog persoonlijker dan de meer 'anonieme' zorg in crèches. Daar telt bijvoorbeeld een babygroep 12 kinderen.

“Bijten jullie dan wel terug?” vraagt Rietje. Ze werd zes jaar geleden gastmoeder toen haar vriend en zijzelf werkloos met hun peuter thuiszaten. “Ik denk er niet aan”, zegt Benita, die opgroeide als “verwend enigst kind” en opvangmoeder werd om haar dochtertje Esmée dat lot te besparen. Inmiddels heeft ze er drie 'schatten' bij, van wie de ouders twee dagen in de week “even geen moeder-en-vader” willen zijn. “Terugbijten helpt niet”, vindt ze. “Als hij zich buitengesloten voelt, pak je hem op en zet je hem tussen de anderen. En als je per se wilt laten voelen, laat een kind dan zichzelf bijten.”

Dan neemt Rietje het woord. “Ik vind het hier leuk hoor, een kop koffie en cake. Maar waarom zouden we ons door Humanitas de les laten lezen”, vraagt ze Doeleman. “Wij zijn geen onervaren crècheleidstertjes, maar hebben zelf kinderen, weten hoe het werkt.” “Als bemiddelaar willen we op de hoogte blijven hoe het bij de gastouders toegaat”, zegt Doeleman.

De scepsis bij gastouders begrijpt directeur T. Offermans van de Stichting Kinderopvang Humanitas wel. Zijn stichting heeft in de zeven jaar van haar bestaan vooral gepoogd de wachtlijsten voor kinderopvang weg te werken. En hoewel de CBS-cijfers tonen dat vorig jaar nog steeds 1.588 kinderen op een plaatsje bij een gastouder wachtten, is de rek er in het gastouderaanbod uit. “We zijn op een verzadigingspunt gekomen”, ervaart hij. “Ik krijg nu ook ex-patiënten van de Jellinek als gastouder aangemeld, die zijn doorgestuurd met de mededeling dat ze iets zinnigs met het leven moeten doen. Maar die wijs ik natuurlijk af.”

Offermans heeft besloten zich meer te richten op de kwaliteit. Na het selecterend gesprek wil hij contact met de gastouders blijven onderhouden door ook als vraagbaak te dienen. Er is grote behoefte aan uitleg over de nieuwe kinderopvangregels die vanaf 1 januari gelden en waar gemeenten op moeten toezien. Gastouders mogen niet meer dan vier kinderen tegelijk opvangen en de ruimte moet 'kindvriendelijk' zijn. Bij de bemiddelingsorganisatie moet een 'pedagogisch beleidsplan' in de kast staan. “Nog steeds een doekje voor het bloeden”, schampert directeur Offermans, “Je kunt geen frituur openen zonder vergunning, maar voor de kinderopvang is dat geen probleem.”

Met de wens zijn gastouderschare te professionaliseren plaatst Offermans zich voor een dilemma. De relatie van zijn bemiddelingsbureau tot de gastouders is van vrijblijvende aard. Op het moment dat de directeur hen vraagt examen te doen, of aanspreekt op hun pedagogische kwaliteiten, loopt hij al gauw het risico dat ze een plaats op de loonlijst claimen. En daar heeft Humanitas, dat draait op subsidies van gemeenten, geen geld voor. Anders dan in Denemarken, waar een opvangouder formeel als ambtenaar in dienst is van de gemeente en ook anders dan in België waar de zogenoemde onthaalmoeders sowieso belastingvrij geld verdienen en in maatschappelijk aanzien staan.

De directeur: “Daar zijn kwaliteitseisen veel makkelijker te stellen. Hier is de rechtspositie onduidelijk. Dat maakt ook dat ouders zeggen: ik pas op en verder aan mijn lijf geen polonaise. Maar de driedeling dat er thuis wordt opgevoed, op de crèche wordt opgepast en op school wordt aangeleerd is achterhaald. Een kind wordt opgevoed door ouders en gastouders. Ook als bemiddelaar in de kinderopvang moeten we ons daarvan rekenschap geven.”

In de Utrechtse huiskamer spelen twee peuters met een poppenhuis, en ramt een ander op een Playskoolpiano. Ook de gastmoeders zitten minder onwennig tegenover elkaar. Alledrie benaderen ze de ouders op kousevoeten om jaloezie te voorkomen als een oppaskind bij de oppasmevrouw heeft leren lopen. Alledrie nemen ze vaak met een knoop in de buik afscheid, als de ouders verhuizen of een crèche hebben gevonden. En alledrie vinden ze boodschappen doen nog het leukst. In falanx zigzagt Ingrid de schappen langs. Daan in de zak, Selma in de buggy, Sander aan de hand en haar eigen twee kinderen aan de andere kant met Pluk aan de lijn. “Dan pakt Selma een pak suiker, komt Sander aan met snoep, begint Daan te huilen en zie je de hele supermarkt kijken van 'dat mens is gek, zeker nog nooit van anti-conceptie gehoord' .”

    • Wubby Luyendijk