'Verzamelen munitie is vragen om ellende'

ROTTERDAM, 26 OKT. Het Explosieven Opruimingscommando (EOC) in Culemborg noemt het “onbegrijpelijk” dat “vrij veel mensen” zich bezighouden met het verzamelen en demonteren van munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Voorlichter majoor J. den Breejen van het EOC omschrijft het als “een levensgevaarlijke hobby”. “Stel dat er brand uitbreekt en je hebt dat soort wapens in huis. Je brengt dan niet alleen jezelf in gevaar, maar ook je buren. Ga je sjouwen, schroeven en zagen, dan vraag je helemaal om ellende.”

Afgelopen dinsdagavond leidde gesleutel aan oorlogsmunitie in het Brabantse Boekel tot de dood van twee mannen van 18 en 48 jaar. Het tweetal was in een schuurtje bezig een brisantgranaat te demonteren. De mannen hadden de munitie gevonden bij de naburige luchtmachtbasis Volkel, die in de Tweede Wereldoorlog zwaar is gebombardeerd. Volgens Den Breejen gaat er geen jaar voorbij of een soortgelijk ongeluk doet zich voor. “Soms gebeurt het één keer, soms wel tien maal per jaar.”

Gisteren kreeg het EOC een telefoontje van een 17-jarige inwoner van Boekel die, nadat hij van het ongeluk in zijn dorp had gehoord, meldde dat er in zijn woning zeven brisantgranaten liggen. Hij had ze bij Volkel gevonden en mee naar huis genomen. Het EOC heeft de projectielen inmiddels onschadelijk gemaakt.

Voor zover Den Breejen weet, is het EOC nooit gevraagd om eens poolshoogte te nemen in de buurt van het vliegveld. Volgens hem moet de burgemeester van de betrokken gemeente (Uden) daartoe eventueel een verzoek doen. “Het kan best zijn dat B en W niet eens weten dat zich bij Volkel zo veel verzamelaars van munitie ophouden. Die mensen houden hun hobby graag geheim.” Hij voegt er aan toe dat er in Nederland “enkele andere gemeenten” zijn, die weten dat er munitie op hun grondgebied ligt, maar dat bewust niet bij het EOC melden.

Ambtenaar G. Bos te Uden zegt dat het bij zijn gemeente wel degelijk bekend is dat bij Volkel “bommen, granaten en scherven” liggen. “Er is van alles aan gedaan. Een paar jaar geleden door de explosieven-opruimingsdienst, later door personeel van de luchtmachtbasis. Maar we kunnen niet voorkomen dat verzamelaars hun gang gaan. Sommigen gaan met detecors op pad.”