'Turkije heeft stok achter de deur nodig'

Een van de belangrijkste van de 154 'gevangenen van het geweten' die momenteel in Turkse gevangenissen verblijven, de politicoloog Haluk Gerger, komt naar naar verwachting vandaag vrij. Na een verblijf van 14 maanden in de cel weigerde hij aanvankelijk de geldboete van 208 miljoen Turkse lira's (6.700 gulden) te voldoen die hem naast zijn gevangenisstraf was opgelegd. Gisteren gaf Gerger zijn protest op en betaalde alsnog.

ANKARA, 26 OKT. De gesloten gevangenis van Haymana, zo'n 70 kilometer buiten de Turkse hoofdstad Ankara, maakt geen al te onvriendelijke indruk. Het is een klein complex waar slechts 35 gevangenen vastzitten. Aan het hek staan militairen; voor de toegangsdeur worden de bezoekers gecontroleerd door een bewaker die zijn bureau buiten in de zon heeft gezet. De manier waarop de Turkse politicoloog Haluk Gerger in de afgelopen maanden in de gevangenis van Haymana is behandeld, is een wrang voorbeeld van de verwarrende contradicties in de Turkse samenleving.

Gerger wordt als staatsgevaarlijk beschouwd en is gevangen gezet omdat hij de nationale eenheid van het land heeft ondermijnd, maar de gevangenisbewakers spreken hem respectvol met Hoca, professor, aan; Gerger kan 's middag na vijf uur in de gevangenis worden gebeld en zijn bezoek hoeft niet vanachter een ijzeren traliehek met hem te communiceren, maar mag op de binnenplaats voor zijn cel plaatsnemen. De enige restrictie is dat de openblare aanklager in Hayman toestemming moet geven voor het bezoek.

Hij verleent het mij slechts na enig aandringen. “Journalisten schrijven niet altijd positief over Turkije.” Enkele bestuursleden van de Turkse Vereniging voor de Rechten van de Mens voegen zich later in de middag met grote dozen baklava, mierzoete Turkse gebakjes, bij ons gezelschap. Hun belangstelling gaat tevens uit naar Sedat Aslantas, advocaat en voormalig hoofd van hun organisatie in Diyarbakir, de grootste stad in het Koerdische zuidoosten van Turkije.

De kijk van Gerger op de Turkse politiek is er na een verblijf van ruim anderhalf jaar in de gevangenis niet vrolijker op geworden. “Europa moet Turkije sancties opleggen als het niet bereid is de democratische hervormingen door te voeren waarover nu al zo lang wordt gepraat. De autoriteiten in dit land hebben die stok achter de deur nodig, omdat ze anders gezien de geo-strategische positie van Turkije en de angst in het Westen voor het oprukkende moslim-fundamentalisme, het gevoel blijven houden dat ze Europa naar believen kunnen ringeloren met loze beloften en kosmetische maatregelen.”

De politocoloog gelooft er niet meer in dat de politieke autoriteiten oprecht proberen om van Turkije een pluriforme democratie naar Westers voorbeeld te maken. “Het idee van een 'nationale-veiligheidsstaat' - een verbond tussen de politiek en het leger - zit als het ware in onze genen”, meent hij. Zijn grote angst is dat als het Europarlement Turkije later dit jaar het groene licht geeft voor de douane-unie met Brussel zonder dat er voldoende garanties zijn voor een verdere democratisering, de haviken in Turkije dat zullen opvatten als “morele ondersteuning”. “Europa maakt zich daardoor medeverantwoordelijk voor de militaire strijd in het Koerdische zuidoosten en de voortdurende schendingen van de mensenrechten in Turkije”, aldus Gerger.

Net als de andere 'gevangenen van het geweten' stelde ook hij de officiële Turkse politiek met betrekking tot de Koerden ter discussie. Berechting geschiedde tot voor kort doorgaans op grond van het beruchte artikel 8 in de anti-terreurwet en door een militair staatsveiligheidshof. Om de kritiek hierover vanuit het Westen te temperen, hanteert de militaire rechter tegenwoordig artikel 312 van het wetboek van strafrecht waarin wordt gesproken van het initiëren van verdeeldheid en haat onder de bevolking op grond van ras, religie, taal en regionale verschillen. Op grond van dit artikel werd de schrijver en columnist Ahmet Tan vorige week veroordeeld voor een satirisch artikel met betrekking tot de Koerden in de liberale krant Sabah (morgen) en loopt momenteel een rechtszaak tegen de Amerikaanse journaliste Aliza Markus, in dienst van het Britse persbureau Reuter in Turkije. Marcus schreef over de gedwongen evacuatie van dorpen in het Koerdische zuidoosten, maar ze kwam in de problemen toen haar artikel in de inmiddels verboden pro-Koerdische krant Özgür Ülke (vrij land) verscheen. Zij is de eerste buitenlandse correspondent in Turkije die wordt aangeklaagd.

Gerger: “Gedachten, meningen of ideeën die niet overeenkomen met de staatsideologie worden niet alleen als staatsgevaarlijk beschouwd, maar ze worden bovendien op één lijn gesteld met het daadwerkelijk bedrijven van terreur.” Hij heeft er weinig vertrouwen in dat door het schrappen van artikel 8 uit de anti-terreurwet, een voorwaarde van het Europarlement voor ratificatie van de douane-unie, het tij in Turkije wat betreft de vrijheid van meningsuiting ten goede zal keren. “Men zal het dan onderbrengen in het wetboek van strafrecht, wat als enig voordeel biedt dat niet langer militaire maar civiele rechters zich over dit vraagstuk buigen.”

Vlak voordat de politicoloog in de zomer van het vorig jaar in de gevangenis verdween, had hij nog hoop dat door de eis van de Koerden om hun identiteit te kunnen uitdragen, Turkije uiteindelijk zou worden gedwongen om zich te democratiseren. “De Koerden leggen ons momenteel op de operatietafel. Door hen worden we gedwongen om aan onszelf te sleutelen, om toleranter, om opener, om menselijker te worden”, zei hij toen. Nu is hij een uiterst somber: “Ik vrees voor Bosnische toestanden in Turkije als er geen eind komt aan de etnische strijd in Zuidoost-Turkije.” Volgens Gerger, “staat Europa wat betreft zijn relatie met Turkije dan ook voor de historische keus om de economische belangen ondergeschikt te maken aan de democratische aspiraties en sentimenten van het Turkse volk”.