Tien jaar basisschool

Jacqueline Papavoine (45) werkt sinds acht jaar aan basisschool Het Spectrum in Lelystad (225 leer- lingen), waar ze nu voor groep twee staat. Ze werd opgeleid als kleuter- leidster maar heeft inmiddels aan alle groepen lesgegeven.

'Sinds het ontstaan van de basisschool hebben we allerlei nieuwe vakken op ons bordje gekregen. Kunstzinnige vakken als drama en beeldende vorming, maar ook techniek, computers en geestelijke stromingen. Dan komt er weer een ideetje van het ministerie dat we eens met het natuuronderwijs aan de gang moeten. Of er gaan stemmen op dat de basisschool zich weer moet concentreren op taal en rekenen. Met al die verschillende vakken wordt je gedwongen een soort duizendpoot te zijn.

'Toen de basisschool tien jaar geleden werd ingevoerd moesten alle kleuterleidsters een applicatiecursus volgen om ook les te kunnen geven in de bovenbouw. In mijn onschuld dacht ik toen: nu ga ik leren hoe ik les moet geven in geschiedenis, biologie en breuken. Ik dacht dat de cursus praktisch gericht zou zijn, dat je zou leren welke onderwerpen je moest behandelen, en op welke manier. Niets van dat alles. We kregen onderdelen als 'het kinderboek', of didaktiek in het algemeen, maar het was allemaal erg vaag. Voor mijn gevoel was die hele applicatiecursus een farce. Vervolgens ben ik naar de school van mijn kinderen gestapt - ik werkte op dat moment niet - en heb gevraagd of ik daar in de bovenbouw mocht hospiteren. Ik leerde pas hoe je moest lesgeven in die groepen door veel te vragen aan collega's.

'Ik kan me wel herinneren dat ik in groep acht iets moest vertellen over procenten en breuken waar ik zelf geen barst meer van snapte. Dan vroeg ik aan een collega of hij mij dat eerst wilde uitleggen. De applicatiecursus was zo algemeen geweest dat ik nooit goed had geleerd hoe ik dit aan groep acht moest duidelijk maken.

'Als leraar op de basisschool moet je toch al van alle markten thuis zijn, zeker wanneer je 'breed inzetbaar' bent zoals ik. Maar niet voor elk vak heb je aanleg. Als invaller heb ik een jaar lang voor een combinatiegroep zeven-acht gestaan. Ik vond het moeilijk om aan die kinderen gymnastiekles te geven. Zo had ik geen bevoegdheid om met de trampoline te werken. Het kwam erop neer dat ik de trampoline gewoon aan de kant schoof, of aan een andere leerkracht vroeg of hij mijn les wilde geven.

'Bij andere leraren zie je hetzelfde. Een collega van mij - eveneens van oorsprong kleuterleidster - had vorig jaar groep acht en vond het echt verschrikkelijk om gymnastiekles te geven. Ze was bang dat er wat zou gebeuren, dat kinderen zich zouden bezeren. Zoiets loste zij op door een collega die van gymnastiek hield te vragen of hij haar les overnam terwijl zij in zijn klas geschiedenis ging geven.

'Muziek is vaak nog een groter probleem dan gymnastiek. Veel leraren weten niet hoe ze een goede muziekles moeten geven. Als ze zelf zo vals als een kraai zingen hebben ze er ook nauwelijks plezier in. Zo'n les blijft vaak beperkt tot een beetje zingen, terwijl het vak natuurlijk meer inhoudt. Muziekles betekent ook met instrumenten werken, improviseren, ritme en toonhoogtes aanleren, bewegen op muziek. Nou hebben wij toevallig een schoolhoofd dat heel graag zingt en muzikaal is. Dus roepen zo'n vier van de twaalf leerkrachten hem erbij wanneer ze muziekles moeten geven. Het zou goed zijn om muziek en gymnastiek geheel door vakleerkrachten te laten geven. Maar daar is natuurlijk weer geen geld voor.

'Naast de verschillende vakken heb je als leraar te maken met alle bepalingen en verordeningen die op het ministerie worden bedacht, en waardoor vooral het schoolhoofd een soort miljoenpoot wordt. Ons schoolhoofd heeft zoveel andere dingen aan zijn hoofd dat hij er niet bij kan zijn als wij bijvoorbeeld besprekingen over individuele kinderen houden. Omdat hij naar het schoolhoofdenoverleg moet, naar het buurtscholenoverleg of weet ik veel wat voor overleg.

'Negen van de tien leerkrachten in het basisonderwijs hebben het gevoel dat het ministerie ontzettend veel van ons eist. In het kader van het Comenius-project moet je je verdiepen in de computerles, in het kader van Weer Samen Naar School moet je de kinderen eruit leren pikken die extra hulp nodig hebben. Je werkt je over de kop. Daardoor houd je verdorie maar weinig tijd over om gewoon in je klas bezig te zijn. Je hebt nog wel je gewone vijf lesuren, maar daarna moet je de ene na de andere vergadering bijwonen. Zodat je nauwelijks tijd overhoudt voor de besprekingen met je collega's over de lessen van de komende week. Niet voor niets zie je steeds vaker in advertenties voor groepsleerkrachten staan dat 'hij of zij ook buitenschoolse activiteiten moet willen doen'.'