Strijards brengt 'Wrok' in al te subtiele regie

Voorstelling: Wrok, naar Look Back in Anger van John Osborne door Art & Pro. Decor en kostuums: Stans Lutz; spelers: Carla Hardy, Paul Hoes, Saskia Rinsma en Laus Steenbeeke; regie: Frans Strijards. Gezien 25/10 Rozentheater, Amsterdam. Te zien t/m 28/10 aldaar. Tournee t/m 2/12.

Vastgelopen zijn ze in een maatschappij die hun alle idealen onthoudt, in een bestaan waarin geen toekomst schuilt, in liefdesverhoudingen zonder passie. “Ze gaan,” zoals een van hen opmerkt, “allemaal op de vlucht voor de pijn om te leven, en vooral voor de liefde.” Jimmy Porter, de held uit Look Back in Anger (1956) van John Osborne, sprak zo'n veertig jaar terug voor een hele generatie die weigerde zich te conformeren aan de heersende, tam-burgerlijke normen. De beuk moest erin.

Maar zelf is hij niet bij machte ook maar een millimeter te verwrikken aan die maatschappij, die bij hem zoveel wrok en haat oproept. Dus specialiseert hij zich in het zinneloze treiteren van zijn vrouw. Vriend Cliff probeert tevergeefs te redden wat er te redden valt. Aan het slot gaat vriendin Helena ook door de hel: ze krijgt een miskraam. En helemaal aan het eind is er een tedere, hoopgevende liefdesscène waarin eekhoorntjes en beertjes de metaforen zijn voor beantwoorde hunkering.

Wat heeft Wrok ons nog te zeggen? Een maand geleden gaf het Noord Nederlands Toneel een puur redeloze versie ervan. De teugels van de woede werden zonder schroom gevierd. Regisseur Frans Strijards van Art & Pro heeft een kalmer, Brits te noemen aanpak van deze zolderkamertragedie. Hij wil met zijn acteurs niet zozeer de irrationele, blinde wrok laten overheersen als wel hen een psychologisch schaakspel laten spelen. Dat werkte in de eerste twee bedrijven nauwelijks. Het spel bleef steken in een exposé van emoties, er werd gesproken op een toon alsof die gevoelens, om het lelijk te zeggen, 'bespreekbaar' moesten zijn.

Dat is de angel uit Osborne halen. Paul Hoes als Jimmy gaf zich met volle inzet om de bedeesdheid uit de voorstelling te halen, het lukte hem niet ondanks meesterlijk gefrons met zijn wenkbrauwen. Carla Hardy als Alison gaf bangelijk tegenspel, waardoor Jimmy's getreiter eerder deerniswekkend werd dan gevaarlijk. Ook Laus Steenbeeke als Cliff trapte in de val van het begrijpende, goedwillende medeleven. Hierdoor verloor zijn personage alle contour.

Het door Stans Lutz ontworpen decor uit de jaren vijftig was op een treurigstemmende, naargeestige manier mooi. De personages tronen op een vloer van nutteloze rommel. Achter hen staat de gevel van hun huis, opgetrokken als uit brokken speculaas. Helemaal daarboven een rechthoekig stuk hemelsblauw, zuiver, puur en verlokkend, als het blauw van de blauwe bloem van Novalis. Daar zetelt de verlossing, ergens in de hemel. Dat klopt met het troostgevende slot van de voorstelling, waarin het liedje Somewhere over the rainbow opklinkt.

Zo'n subtiele regie is, denk ik, tè subtiel voor Wrok. Ik ken van Frans Strijards voorstellingen waarin meer woede, verongelijktheid en brutaliteit school dan in deze. Strijards geeft een lezing van het stuk waarin boosheid geen boosheid meer is, maar uiting van diepgewortelde eenzaamheid en verlangen naar begrip. Daardoor gaan zijn personages over de grens, die ze niet hadden mogen overschrijden: ze zoeken hun toevlucht tot sentiment, terwijl ze bij die brute mengeling van verdriet en wrok moesten blijven. Woede is altijd irrationeel; een vuistslag uit het niets, een dolkstoot in de nacht. Speel je woede met eerbied dan glij je als acteur af naar het schimmige, onartistieke gebied van de psychologisering. Pas in het derde bedrijf krijgt Wrok een temperament, de titel waardig. Maar echt gloeien of branden doet de voorstelling niet; ze is niet de hartekreet die Osborne gevoeld moet hebben toen hij Look Back in Anger schreef. Aan Paul Hoes als Jimmy ligt het niet; zijn spel had de noodzakelijke onstuitbaarheid. Hoe hij ook tekeer ging, het bleef roepen in de woestijn. Hierdoor werd Wrok meer een voorstelling over de treurnis die eenzaamheid heet, dan over ongerichte, energieke woede.

    • Kester Freriks