Roemenie: Afscheid van anti-semieten

De belangrijkste Roemeense regeringspartij, de sociaal-democratische PDSR, heeft, althans pro forma, gebroken met een van de drie extremistische partijen op wier medewerking ze in het parlement was aangewezen. De breuk met de extreem-nationalistische en antisemitische PRM (Partij van Groot-Roemenië) is voor een deel het resultaat van de grove uitvallen van PRM-leider Corneliu Vadim Tudor naar president Iliescu, maar is tevens het resultaat van buitenlandse druk: Roemenië moet zijn imago verbeteren en kan zich de extremisten van de PRM, de al even extreem-nationalistische PUNR (Partij van Nationale Eenheid van de Roemenen) en de communistische PSM (Socialistische Partij van de Arbeid) - de drie partijen waarmee in januari een regeerpact werd gesloten - eigenlijk niet langer veroorloven.

De breuk tussen de PDSR van president Iliescu en premier Vacariou en de PSM werd deze zomer ingeleid toen România Mare (Groot-Roemenië), de krant waarin Corneliu Vadim Tudor dagelijks fulmineert tegen de joden, de Hongaarse minderheid en het Westen, de aanval op Iliescu inzette. Hij verweet hem bewust het leger te verzwakken en elke modernisering te boycotten. Iliescu, aldus Tudor, is aldus schuldig aan hoogverraad en zou moeten worden geëxecuteerd.

Dergelijke drastische woorden zouden overal elders tot een radicale breuk hebben geleid, want zo schrijft en praat men niet over een coalitiepartner. Maar in Roemenië viert de polarisatie nog steeds hoogtij en op dat gebied is men van Tudor - ooit hofdichter en nog steeds bewonderaar van Ceausescu - wel wat gewend. Toen Tudor echter tegelijkertijd een grotere inbreng in de regering eiste, begon men zich bij de PDSR zachtjes te weren. PDSR-leider Adrian Nastase dreigde dat Vacaroiu het ook met een minderheidsregering zou kunnen proberen als de PRM zich niet zou matigen.

Maar matiging is niet het handelsmerk van Corneliu Vadim Tudor. Begin deze maand hervatte hij zijn aanvallen op Iliescu, nadat deze hem had bestempeld als een “Roemeense Zjirinovski”. “Kameraad Iliescu, u hebt dit land aan de joden onderworpen”, zo reageerde Tudor. “De joden hebben u aan de macht gebracht en u blijft bij de joden.” Hij maakte de president uit voor een “dictator” en “een beschermheer van impertinente zionisten” en waarschuwde de president dat hij als hoofdverantwoordelijke voor de economische malaise “hetzelfde lot kan ondergaan als Ceausescu”.

Die aanval was niet de eerste van deze aard, want twee jaar geleden, in april 1993, bestempelde Tudor Iliescu's aanwezigheid bij de inwijding van het Holocaust-museum in Washington al als het resultaat van “een joodse obsessie”. “Joden geven u bevelen. Joden hebben u in het zadel geholpen en houden u aan de leiding, ten koste van Roemenië”, schreef hij toen.

Twee jaar geleden reageerde niemand op die aanvallen. Deze maand echter besloot de PDSR wèl actie te ondernemen. Tudors partij kreeg tien dagen om zich van diens antisemitische aanvallen te distantiëren. Toen ze dat niet deed, verbrak het bestuur van de sociaal-democraten de banden met de coalitiepartner. Tussen de sociaal-democraten en de Partij van Groot-Roemenië, aldus Nastase, zijn “de verschillen in politieke benadering te groot en de politieke signalen en boodschappen te verschillend”.

Door de breuk verliest de regering haar meerderheid in het parlement. Daar komt nog bij dat een van de twee andere extremistische partijen waarop Vacaroiu steunt, de PSM van Ilie Verdet (Ceausescu's zwager en premier), deze maand heeft aangekondigd zelf uit de regering te stappen, omdat de sociaal-democraten “alleen maar hun eigen belangen behartigen”.

Het is echter de vraag of de oppositie, zelf verdeeld en grotendeels gemarginaliseerd, daarvan daadwerkelijk zal kunnen profiteren. De derde extremistische partij in de regeringscoalitie, de PUNR van Hongarenvreter Gheorghe Funar, heeft laten weten de regering te zullen blijven steunen en de partijen van Tudor en Verdet zullen dat in vertrouwensstemmingen eveneens blijven doen. De breuk is daarom voorlopig slechts pro forma.

De plotselinge moed van de sociaal-democraten om te breken met Tudor is voor een belangrijk deel het resultaat van Roemeniës pogingen, het imago in het buitenland op te vijzelen. De deelname van antisemieten en racisten aan de regering is het buitenland al heel lang een doorn in het oog en keer op keer zijn de Roemenen gewaarschuwd dat die deelname de integratie in Europa belemmert. Onlangs zei Karsten Voigt, de voorzitter van de Noordatlantische Raad, in Boekarest dat de kansen op een Roemeense toetreding tot de NAVO mede afhangen van de verbetering van het imago van het land. “Als we in het Duitse parlement een groep zouden hebben die zich de Partij van Groot-Duitsland zou noemen, zou dat in heel wat landen onrust en ongenoegen veroorzaken. Als ik hoor dat een groep die zich Partij van Groot-Roemenië noemt niet alleen in het parlement zit, maar ook nog in de regering zit, moet men heel lang op mij inpraten om me ervan te overtuigen dat dat niet betekent dat men de grenzen wil wijzigen”, aldus Voigt.

    • Peter Michielsen