Ongebruikt het mooist; Ossobuco uit de pronkkamer

In de meeste keukens worden glas- en aardewerk, bestek en pannen in een permanente cyclus gebruikt, schoongemaakt en hergebruikt. Die keukens zijn de machinekamers van het huis, daar weet men de ijskast permanent gevuld met spijs en drank. Maar er zijn ook mensen die de keuken in de eerste plaats als statusobject beschouwen; een geraffineerd ingerichte ruimte met apparatuur om te bekijken en te laten bekijken en desnoods om er een boterham te smeren of aan het 'werkeiland' iets van de traiteur op te warmen. Maar niet om echt te gebruiken. Hier heeft de keuken de functie overgenomen van de 'pronkkamer', zoals die in mediterrane landen nog wel is te zien: de mooiste kamer van het huis waar uitsluitend op hoogtijdagen iemand zit. Ingericht met de fraaiste meubelen, vaak nog in het verpakkingsmateriaal om ze tegen het stof te beschermen.

Een vrijwel leeg huis met hier en daar een meubelstuk, zo zag een aantal jaren geleden het verbouwde appartement eruit waar mijn vriend zijn intrek had genomen. Trots leidde hij mij zijn keuken binnen. De ruimte was uitgerust met werkelijk alles waar de toenmalige stand van de huishoudtechniek in voorzag. De kookplaat was een groot zwart vlak, waarin bij verhitting een dieprode kring tevoorschijn kwam. Op het zwart-rode granito aanrechtblad een veelzijdige foodprocessor, daaronder een afwasmachine. Links stond de hetelucht-grill-bakoven en daaronder de magnetron met draaiplateau. Aan de rechterzijde van het aanrecht stond een enorm verchroomd koelmeubel: twee zwarte, verticale deuren boden toegang tot compartimenten met uiteenlopende temperaturen. Mijn vriend pakte een glas, hield het onder een uitsparing in het frontpaneel, liet het vollopen en dronk het in één teug leeg. “IJswater”, lichtte hij toe. Vervolgens duwde hij het glas in een belendende nis, vulde het daar in een mum van tijd met ijsblokjes en vroeg uitnodigend: “Whisky?” Dit ritueel moest zich hier al vaker hebben afgespeeld.

Mijn vriend kookte nooit, daar kwam hij rond voor uit. Thee maken, brood roosteren of een ei bakken, dat ging nog net, maar het idee om elke dag uit een tevoren bepaalde combinatie van levensmiddelen een maaltijd te moeten samenstellen, vervulde hem met weerzin. Zou mijn vriend de mogelijkheden van zijn keuken voor het overgrote deel onbenut laten, vroeg ik mij af, of zijn eetgewoonten drastisch wijzigen? Een half jaar later bleek dat hij nog steeds at in een bedrijfskantine of restaurant, bij de Chinees haalde - of desnoods de maaltijd oversloeg. Maar dat zou gaan veranderen, voorspelde hij op een dag. Mijn vriend was verliefd geworden op een collega aan wie hij ongekende gastronomische kwaliteiten toedichtte.

In de maanden die volgden bezocht hij met zijn nieuwe vriendin meer restaurants dan ooit; het kostte ze langzamerhand moeite om in de omgeving nog een behoorlijk etablissement te vinden waar ze niet allerhartelijkst door de eigenaar werden begroet. Collega's verwachtten dat ze van dit uitgavepatroon wel zouden genezen, zodra zij haar intrek in het appartement had genomen. Toen dat ten slotte was gebeurd, en de inhoud van haar verhuisdozen systematisch was weggeborgen, beloofde ze mijn vriend om nu eens thuis een maaltijd te bereiden: Ossobuco. Ze verliet de volgende dag bijtijds het werk, sloeg bij de slager een flink stuk kalfsschenkel in en kocht bij de groenteboer tomaten, sla, paprika, verse tuinkruiden, uien en citroen. Bij thuiskomst trof mijn vriend haar achter de zwarte kookplaat aan. Het stemde hem tevreden: hij had zich niet in haar vergist.

De bereiding was voorspoedig verlopen, de Ossobuco had uitstekend gesmaakt - daarover waren ze het hardgrondig eens. Maar de rommel die koken bleek te veroorzaken, maakte op de twee een verlammende, haast deprimerende indruk. Het serene appartement was hun appartement niet meer: vuile pannen, borden en schalen en groenteschillen op het aanrecht; een lucht die de afzuigkap niet geheel had kunnen zuiveren; ingedroogde vochtkringen op de kookplaat; spatten op de metrotegels; etensresten op en rondom de keukentafel; sliertjes spaghetti in het afvoerputje. Pas de volgende dag hebben ze zich als bezetenen aan het borstelen en dweilen gezet. Mijn vriend was alleen al een uur met de foodprocessor in de weer geweest. Nooit zouden ze de keuken meer zo overhoop gooien, namen ze zich voor. Zij was extra blij met dat besluit. Nu hoefde ze een groot geheim niet aan hem prijs te geven: Ossobuco was het enige gerecht dat ze bereiden kon.

    • Tom Rooduijn