Nederlaag González bedreigt EMU-lidmaatschap Spanje

MADRID, 26 OKT. “Mijn laatste uur heeft nog absoluut niet geslagen”. De Spaanse premier Felipe González kon er kort over zijn. Het parlement, boos over Gonzalez' vermeende betrokkenheid bij verscheidene schandalen, bracht hem gisteren een historische nederlaag toe door - voor het eerst in zijn dertienjarige premierschap - een begroting af te wijzen. Maar de premier zag daarin nog geen reden om af te treden, het parlement te ontbinden en vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Zolang er geen expliciete motie van wantrouwen wordt aangenomen “heeft de regering de verplichting te regeren”, aldus González. En, met de lakoniekheid die zijn politieke vijanden de afgelopen maanden tot razernij drijft: “Ach, de eerste keer doet het altijd een beetje pijn.”

González had in zijn drukke reisschema gisteren een paar uur vrij weten te maken om bij het berotingsdebat te kunnen zijn. Terug uit New York, waar hij namens de Europese Unie de festiviteiten rond de vijftigste verjaardag van de Verenigde Naties bijwoonde, en met één been in het vliegtuig naar Tunis voor bilaterale besprekingen.

Zelf trad hij niet op als spreker. Pas na afloop van de stemming, die zijn kabinet in een precaire positie heeft gebracht, werd haastig de parlementaire pers opgetrommeld. González verklaarde kortweg aan te willen blijven tot eind dit jaar, wanneer het Spaanse voorzitterschap van de EU ten einde loopt. Hij beantwoordde summier een paar vragen weg was hij.

José Maria Aznar, leider van de conservatieve oppositiepartij Partido Popular (PP), gedoodverfd winnaar van de volgende verkiezingen, sprak na afloop zijn verbijstering uit. “Wat in Spanje onder González gebeurt komt nergens anders in Europa voor. De premier heeft geen respect voor de democratische spelregels.”

González houdt vast aan de datum van maart volgend jaar voor het houden van vervroegde verkiezingen, zo bleek gisteren opnieuw. Deze datum was eerder bepaald, nadat de kleine Catalaanse nationalistische partij CiU zijn gedoogsteun aan het door de aanhoudende schandalen geteisterde minderheidskabinet opzegde. Met hun eigen, regionale verkiezingen van volgende maand in het vooruitzicht kozen de Catalanen eieren voor hun geld.

Diezelfde Catalanen, geleid door regiopresident Jordi Pujol, waren gisteren verantwoordelijk voor de opmerkelijke politieke situatie die nu is ontstaan. De CiU stemde tegen de begrotingsplannen van het kabinet en verklaarde dat González nu niet veel anders kan doen dan aftreden. Maar de partij weigert mee te doen aan de plannen van de oppositie om een motie van wantrouwen in te dienen. Officieel luidt de verklaring dat er “geen duidelijk regeringsalternatief” bestaat. Officieus willen de Catalaanse nationalisten González niet te veel afvallen. Bovendien heeft de partij op dit moment de handen vol aan de verkiezingscampagne in de eigen regio.

En dus kreeg het kabinet van González dan ook enkele maanden respijt voor wat een lange zwanezang dreigt te worden. Terwijl het parlement de begroting verwierp, draaiden de schandalenmachines onverminderd voort. Nadat het Hooggerechtshof eerder de parlementaire onschendbaarheid van oud-minister van de binnenlandse zaken José Barrionuevo wilde opheffen wegens diens mogelijke betrokkenheid bij het opereren van doodseskeders binnen het politie-apparaat, was gisteren de beurt aan zijn opvolger, ex-minister José Luis Corcuera. Corcuera wordt er, samen met ex-staatssecretaris van staatsveiligheid en diens voormalige directeur-generaal Sancristóbal, van beschuldigd gelden uit geheime staatsfondsen te hebben verduisterd.

Afgezien van de berg rechtszaken-in-voorbereiding zijn tegen voormalige bewindslieden uit de kabinetten-González beperkt ook het afwijzen van de begroting zelf de slagkracht van de regering-González ingrijpend. Zonder begroting voor het komende jaar kan Spanje mogelijk niet voldoen aan de eisen om in 1999 lid te worden van een Europese Monetaire Unie. De plannen bevatten immers bezuinigingsvoorstellen en andere maatregelen voor het terugdringen van de inflatie. En nu de begroting is verworpen, worden de overheidsuitgaven van dit jaar automatisch voortgezet. Met een uitzondering: de regering zal naar verwachting per decreet de inkomens van het overheidspersoneel en de pensioenuitkeringen compenseren voor de inflatie.

Eerder deze week waarschuwde de president van de Centrale Bank Luis Angel Rojo al dat het verwerpen van de begroting de Europese zogeheten convergentie-eisen in gevaar brengt. De schatbewaarder ging zelfs een stap verder: ook indien de regeringsbegroting wel was aangenomen, bevat deze onvoldoende garanties dat Spanje tijdig aan de vereisten kan voldoen. Volgens Rojo zal veel harder ingegrepen moeten worden in een aantal automatismen in het begrotingssysteem, willen de staatsuitgaven werkelijk voldoende in de hand worden gehouden.

De kans dat de huidige regering de komende maanden een nieuwe begroting door het parlement kan loodsen, is uitgesloten. Daarmee rest het kabinet-González weinig meer dan zijn tijd uit te zitten, meent de oppositie. “Een regering zonder begroting is een regering zonder beleid”, aldus de linkse oppositieleider Julio Anguita. “Het is als een gebouw dat je elke dag moet bijspijkeren om te voorkomen dat het niet in elkaar stort.”