Misbaar en onmisbaar in de keuken; Het alles- hol

Wie wel eens gaat varen of kamperen weet dat twee blikken pannen het werk van een dozijn kunnen doen, en dat de mens kan overleven zonder oven en ijskast. Je mist wel eens wat, en dat zal individueel verschillen: zelf heb ik deze zomer nog het meest verlangd naar een dunschiller en een afwasmachine. Het één kon in de eerste haven worden aangeschaft, het ander bleef lastig. Geloof niet die zonnige verhalen dat samen afwassen zo goed is voor het familiegeluk. Samen pokeren is veel leuker.

Maar van een echte keuken wordt meer gevraagd dan van de kombuis op een zeilboot. Wel blijven er altijd dingen die volstrekt overbodig zijn, terwijl het ontbreken van andere ieder keukenplezier zou vergallen. Bij die laatste groep hoort bijvoorbeeld een eettafel in de keuken. Dat ligt voor de hand, zou je zeggen, maar toch zijn jarenlang huizen gebouwd met keukens waar je niet met z'n allen aan tafel kon zitten. Volkswoningbouwende architecten hadden namelijk een beschavende missie, en meenden dat de mens zijn behoeften zoveel mogelijk in verschillende ruimten hoort te bevredigen: hier koken, daar eten, daar slapen. Met z'n allen in de keuken zitten (de natuurlijke neiging van de mens) was primitief. Daarom waren na-oorlogse keukentjes letterlijk onleefbaar klein. Langs de onsympathieke weg van de 'open keuken' heeft het inzicht weer terrein gewonnen dat een keuken een alleshol moet zijn, een plek waar naast koken en eten bijvoorbeeld ook gedronken en vergaderd en gezoend en gepokerd moet worden.

Een flinke tafel is dus onmisbaar, net als een afwasmachine, water, vuur, en een dunschiller. Pannen zijn ook onmisbaar - maar wat weer volkomen overbodig is, is de pannenset. Pannen moeten elk hun eigen karakter, hun eigen geschiedenis, hun eigen betekenis voor de gebruiker hebben. In de gemiddelde pannenset zijn alle pannen te klein en te zwaar. Koop een of twee echt grote en voel hoe heerlijk dat is. Kookpannen mogen licht, braadpannen moeten loodzwaar zijn, liefst van ijzer. Wat geldt voor de pannenset geldt ook voor de messenset, de schalenset en de set openers waarvan er altijd wel een niet deugt. Wat is toch dat verlangen van de mens naar sets, naar dingen die bij elkaar passen? Als het aan de fabrikanten ligt worden alle keukens volgestouwd met al dan niet overbodige dingen. Keukenspullen gaan lang mee, vervangen is niet genoeg: méér moet het worden. Naast het elektrische tosti-apparaat moet een dito wafelijzer komen, naast de blender een mixer, naast de oven een magnetron. Is de markt voor die artikelen verzadigd, komt de volgende stap: het combineren. Doe toch al die lastige apparaten weg, roepen de advertenties hypocriet, neem een combi! Vooral bij de grotere toestellen, zoals oven en magnetron, klinkt dat verleidelijk. Maar wie een combi-magnetron heeft, kan nooit meer de groenteschotel opwarmen terwijl het vlees nog in de oven staat. En de hogere wiskunde die nodig is om een appeltaart met een combinatie van magnetronstralen en ovenwarmte in 25 procent minder tijd gaar te laten worden - zijn daar veel mensen blij mee? Wat ingewikkeld is, is meestal overbodig. Een schoolvoorbeeld daarvan is de 'programmeerfunctie' van apparaten, opnieuw met de ovens voorop. Zij zijn gemaakt voor mensen die 's avonds na het eten een heerlijke ovenschotel voorbereiden, deze 's morgens uit de ijskast in de oven zetten (op een bederfbevorderend kamertemperatuurtje) en graag willen dat die oven aan het eind van de dag aanspringt, drie kwartier voor zij zelf met de tong op de schoenen uit kantoor komen. Geloof mij, zulke mensen zijn er niet veel en leven niet lang. Natuurlijk kun je jezelf altijd wijsmaken dat zo'n programmeerfunctie ooit nog eens van pas kan komen, en in de tussentijd zit hij niet in de weg. Anders is dat bijvoorbeeld met een elektrische frituurpan, een zeer onhandig apparaat dat lijkt te veronderstellen dat je nooit de olie ververst. De mijne is naar de tombola van de lagere school gegaan. Mijn pastamachientje zou hetzelfde lot beschoren zijn, als ik niet zeker wist dat iedereen in het dorp al een overtollig pastamachientje bezat. Maar ja, wat is overbodig? Rommel ik wat in mijn keuken, vind ik honderd dingen die ik maar héél zelden gebruik. Toch wil ik ze eigenlijk niet kwijt. Niet die vriendelijke appelboor, noch het oude pocheerpannetje, noch het memobord in de vorm van een koe waar nooit op geschreven wordt - maar die een cadeau is van iemand liefs. Zelfs niet, als ik eerlijk ben, mijn pastamachientje. Als ik die dingen echt kon missen had ik ze toch al lang weggedaan? Tussen overbodig en misbaar ligt een wereld van verschil. Een keuken is niet voor niets een alleshol.