Kunst van geesteszieken uit de wonderlijke collectie van de arts Prinzhorn; Egodocumenten uit een andere wereld

La Beauté Insensée, Palais des Beaux-Arts, Place du Manège, Charleroi. T/m 28/1/96, di-zo 10-18u. Van 18/12 t/m 8/1 gesloten. Voor rondleidingen, tel.: 0032 71 301597. Toegang: 170 frank (negen gulden).

CHARLEROI, 26 OKT. Woedend zijn bruine strepen in een schoolschrift gekrast. Op de linkerpagina nog wat onleesbare tekst, abrupt afgebroken. Daaronder loert een boos, bruin monster met boven zijn kop een minuscuul hamertje. De auteur van deze raadselachtige tekening was een welgestelde Duitse dame, Else Blankenhorn. Ze leefde rond de eeuwwisseling en een groot deel van haar leven moest ze doorbrengen in een psychiatrische inrichting.

Die monstertekening zou waarschijnlijk verloren zijn gegaan, als ze niet was opgenomen in de collectie van Doktor Hans Prinzhorn, kunsthistoricus, psycholoog en arts. Prinzhorn, die van 1919 tot 1921 verbonden was aan de universiteit van Heidelberg, verzamelde uit medische interesse kunst van psychiatrische patiënten. Hij bracht zo'n zesduizend werken bijeen, uit verschillende Europese instellingen. Vooral schizofrene patiënten bleken creatief te zijn.

De wonderlijke collectie van Prinzhorn bestaat uit tekeningen, beeldhouwwerken, collages, schilderijen en teksten. Het materiaal varieert van stukken suiker en droog brood tot houtskool en olieverf. De kunstwerken werden gemaakt zonder aansporing van buitenaf. Hoewel slechts twee procent van de patiënt-kunstenaars een artistieke opleiding had, maken veel werken een professionele indruk. Zo schilderde Else Blankenhorn prachtige paarden en vrouwen, in een stijl die een mengeling lijkt van Chagall en Matisse.

Aan de hand van zijn unieke collectie publiceerde Prinzhorn in 1922 Bildnerei der Geisteskranken. Het boek was bedoeld voor psychiaters, maar werd vooral enthousiast onthaald door avant-garde kunstenaars als Paul Klee, Max Ernst en Alfred Kubin. Door een wonderlijke speling van het lot werd de collectie-Prinzhorn later bewaard door de nazi's. Terwijl zij psychiatrische patiënten vermoordden, gebruikten de nazi's hun werk om aan te tonen wat zogenaamd ontaarde kunst was.

Voor het eerst zijn nu driehonderd werken uit de collectie van Prinzhorn tentoongesteld. Het Palais des Beaux-Arts in Charleroi toont een intrigerende verzameling egodocumenten van soldaten, onderwijzers, zangeressen en boeren, die gemeen hebben dat ze tussen 1890 en 1920 langere tijd opgesloten zaten in een psychiatrische instelling. Het gebruikte materiaal verraadt iets van hun achtergrond: sjieke schetsboeken, een zakdoek of toiletpapier. Een schizofrene handelaar ontwierp een agenda voor een roofmoordenaar. Een paranoïde slotenmaker maakte een boek vol drukke tekeningen en teksten - vast afkomstig uit een hoofd vol rondtollende feiten en gebeurtenissen.

De tekeningen zijn zeer expressief en vaak verontrustend. Zoals het boze bruine monster of een warrige compositie van fel gekleurde garens, gemaakt door een onbekende naaister. Om het vaak woedende effect minder heftig te maken, zijn de kunstwerken opgehangen tegen een zachtgroene achtergrond en worden ze beschenen door gedempt licht. “Er zit al voldoende energie in de schilderijen”, verklaart de samensteller Laurent Busine.

Anders dan 'gewone' kunst, werden deze 'waanzinnige werken' niet gemaakt om anderen te behagen, zelfs niet om getoond te worden. Ze waren uitsluitend bedoeld voor de maker, die zijn gevoelens wilde uiten in een vaak zeer persoonlijke logica. Het heeft iets voyeuristisch om deze vaak ontroerende ontboezemingen te bekijken. Zo is er een minutieus, handgemaakt jasje met bibberige teksten erop geborduurd. Was dit de enige manier waarop de dementerende maakster nog iets kon zeggen?

De kunstwerken zijn niet naïef, onderstreept Busine. “Anders dan in tekeningen van kinderen, wordt hier geen ontdekking van de wereld uitgedrukt. Het gaat om een andere wereld.” De afgebeelde onderwerpen hebben opvallend vaak met autoriteit te maken: doktoren, leraren, of koningen. Ook seks en religie zijn favoriet. Een anonieme, schizofrene ober schilderde serene, ikoon-achtige madonna's. Een ander tekende een stripverhaal vol vrouwen met enorme borsten, die de andere personages van het papier duwen. Uit een aantal Da Vinci-achtige tekeningen, zoals het ontwerp voor een luchtschip, spreekt een fascinatie voor machines.

Met de expositie in Charleroi wil Busine een taboe doorbreken. “Nog altijd zeggen we met meer gemak dat Picasso werd geïnspireerd door primitieve kunst, dan dat Paul Klee werd beïnvloed door kunst van geesteszieken. Ook in het dagelijks leven stoppen we een psychiatrische inrichting liefst ver weg, naast een kerkhof bijvoorbeeld.”

Busine wil bezoekers aan het denken zetten, en dat lukt. Ongewild dringen zich vragen op. Vragen over de maakster van het garenknoopwerk: had ze er genoeg van, altijd secuur te moeten uitvoeren wat anderen haar opdroegen? Of zag ze de garens misschien als haar vijand, behept met een eigen wil? Abstracte vragen ook: Wat is kunst, bruine strepen in een schrift? Of het feit dat het schrift onderdeel is van een collectie, die tentoongesteld wordt in een museum? Verontrustende vragen ten slotte: Is iedereen een beetje kunstenaar, of een beetje gek?