Konijnevirus ontsnapt uit proefgebied door vliegenplaag

Australië probeerde veertig jaar geleden voorgoed van zijn konijnenplaag af te komen door het virus te introduceren dat de slijmvliesziekte myxomatose veroorzaakt. Het virus komt van nature voor in een Zuidamerikaanse konijnensoort en is daar niet dodelijk. Maar de Europese konijnen, die in Australië talrijk werden door het ontbreken van natuurlijke vijanden, waren er niet tegen bestand. Ook in Australië zijn inmiddels voldoende resistente konijnen die niet veel last meer hebben van myxomatose. De konijnen veroorzaken in de woestijnachtige gebieden gronderosie doordat ze holen graven en de beplanting millimeteren.

Tijd voor een ander dodelijk virus, dachten de Australiërs en lieten hun oog vallen op het calicivirus. Dat werd in 1984 voor het eerst in China gevonden. Het veroorzaakt interne bloedingen en de dood, zoals het ebola-virus bij mensen.

In het laboratorium werd onderzocht of andere Australische wilde of huishouddiersoorten gevoelig waren voor het virus. Dat bleek niet het geval. In maart begon een veldproef op Wardang Island, vijf kilometer uit de kust en niet ver van de stad Adelaide. In een gebied van een vierkante kilometer, omheind met een dubbele afrastering werden besmette konijnen uitgezet.

De eerste maanden bleek helemaal niet zo besmettelijk. Dat veranderde in september, toen hoge winden zwermen vliegen uit Queensland aanvoerden. De vliegen bleken onverwacht een goede overbrenger van het virus, dat ze oppikken als ze zich voeden met het traanvocht van de zieke konijnen.

Maar de vliegen trokken zich niets aan van het dubbele hekwerk. Eerst werden zieke konijnen buiten de omheining op het eiland gevonden. Begin oktober had het virus ook het vasteland bereikt.

De onderzoekers die het virus als natuurlijk afweermiddel tegen konijnen wilden gebruiken zijn enthousiast, want het virus doodt in het wild konijnen en dat wilden ze aantonen. Maar andere biologen betreuren het catastrofaal verlopen experiment. Het zal moeilijk zijn om nog eens toestemming te krijgen voor veldproeven met niet-Australisch virussen, of met een genetisch veranderd myxomatose-virus, waarvoor al plannen bestonden.

Dierenbeschermingsorganisaties zijn woedend. Ze waren steeds al tegen de veldproeven. Ze zijn bang dat het virus toch overspringt op andere soorten. Zij wijzen er op dat het virus behoort tot een snel muterende soort. De voorstanders van gebruik van calicivirus zeggen dat het virus in tien jaar tijd over 15 landen is verspreid en nog nooit bij een andere diersoort is gevonden. De Australische veterinaire diensten hebben inmiddels wel 20.000 doses vaccins tegen het virus uit Europa geïmporteerd, voor het geval het virus toeslaat in de konijnenfokkerijen (New Scientist, 21 okt).