Kernfusie

In W&O van 5 oktober bespreekt Herbert Blankesteijn het rapport Nuclear Fusion Research. Op verzoek van de Stichting Natuur en Milieu onderzocht de Wetenschapswinkel van de Erasmusuniversiteit de achtergronden van de financiële support die sinds de jaren vijftig aan kernfusieonderzoek wordt gegeven. Natuur en Milieu gebruikt de resultaten van het onderzoek bij haar pleidooi richting Europese Commissie om de financiële hulp aan kernfusie te verminderen ten gunste van duurzame bronnen.

De toepasbaarheid van de duurzame bronnen is veelal bewezen. Kernfusie is verder weg dan ooit, maar slokt nog wel een behoorlijk bedrag weg uit de EU-kas. Zelfs al zou de optimistische voorspelling uitkomen dat de eerste commerciële reactor over 50 jaar beschikbaar is, dan is dat veel te laat om de problemen van de 21ste eeuw op te lossen. Tijd voor prioriteitstelling, vindt Natuur en Milieu.

Blankesteijn sympathiseert met een dergelijk pleidooi, maar vindt het 'jammer' dat 'de manier waarop Natuur en Milieu dit aanpakt veel weg heeft van propaganda. Nuclear Fusion Research leest tegen het einde meer als een manifest tegen kernfusie dan als een verslag van afstandelijk wetenschappelijk onderzoek'. Hier worden twee zaken door elkaar gehaald. Een non-profit organisatie als Natuur en Milieu kan een onderzoeksvraag indienen bij een wetenschapswinkel, maar voor het onderzoek zelf en de rapportage zijn de onderzoekers verantwoordelijk. Overigens ben ik het niet met de kritiek op het rapport eens. Het geeft een analytisch verslag van de argumenten die in de loop der jaren zijn gebruikt om de grote investeringen in het onderzoek te verantwoorden. Argumenten van voorstanders worden beschreven, maar ook de kritische kanttekeningen uit de literatuur en uit interviews met deskundigen worden aangehaald.

Ook signaleert Blankesteijn slordigheden en komt met één voorbeeld: het rapport noemt de Europese plannen voor de Next Step, maar deze zijn opgegaan in het internationale ITER programma. Wie het boekje goed leest, ziet dat hiervan steeds melding wordt gemaakt. Net als in recente EU stukken wordt gesproken over 'the Next Step activities' binnen het ITER program.

De Europese Commissie heeft voor het vier-jarig ITER programma een bedrag van 794 miljoen ecu gereserveerd, zijnde circa 400 miljoen gulden per jaar. Blankesteijn kan het misleidend noemen dat wordt gesproken van een grote Europese geldstroom naar kernfusie, terwijl er maar 7% naar duurzame bronnen gaat. Dat is een kwestie van interpretatie. Zowel in het rapport als in de brieven van Stichting Natuur en Milieu naar de Europese Commissie en EU-parlementariërs wordt aangegeven dat in de OECD-landen alle duurzame bronnen tezamen (zon, wind, waterkracht, biomassa, aardwarmte, koudeopslag enz.) jaarlijks een bedrag van circa 593 miljoen dollar moeten delen (7% van het totale onderzoeksbudget), daar waar kernfusieonderzoek 'in zijn eentje' 896 miljoen dollar (11%) vangt.

Natuur en Milieu vindt die verhouding scheef.