Je eigen huis verniel je niet

De vier kleuters trekken een vies gezicht als de mevrouw van de bakkerij gist onder hun neus houdt. Haar kleine college over het nut van gist gaat echter goeddeels aan de allochtone oortjes voorbij. Grote, vragende ogen kijken haar aan als ze toch nog even vraagt hoe het spul in haar hand heet. Alleen het jongetje met het blonde, omhooggewerkte kuifje weet het: smeerkaas.

Het is aan het eind van de ochtend en de vierjarigen hebben al een heel programma afgewerkt in het winkelcentrum van de Nijmeegse wijk Hatert. Bij de vissenwinkel keken ze naar de verschillende kleuren, in de verf- en behangwinkel voelden ze aan zachte kwasten en ruw behangpapier, de groenteboer liet ze het verschil tussen een zoete en een zure appel proeven, in de schoenenwinkel roken ze aan schoensmeer en bij de drogist kregen ze een dropje.

De Hatertse winkeliers hebben een week lang dagelijks groepjes kleuters over de vloer, van de twee nabijgelegen basisscholen De Vossenburcht en De Klumpert. Ze leveren een bijdrage aan het project 'De Buurt, Ons Huis' dat door beide scholen wordt uitgevoerd. De ruikende en proevende kleutertjes zijn wellicht wat moeilijk in verband te brengen met vandalisme en verloedering, toch zijn hun activiteiten bij de plaatselijke middenstand er op gericht dat ze een band met hun eigen buurt ontwikkelen, zodat ze zich op latere leeftijd zullen onthouden van vandalisme.

Onder het motto 'je eigen huis verniel je niet' heeft de SOM, een Nijmeegse instelling die zich ondermeer met 'omgevingseducatie' bezighoudt, een lesprogramma voor basisscholen ontwikkeld dat de kinderen betrekt bij hun directe leefomgeving. De SOM deed dit op verzoek van de gemeente Nijmegen die de strijd wilde aanbinden met vandalisme en vervuiling. Inmiddels is 'De Buurt, Ons Huis' op vrijwel alle Nijmeegse basisscholen uitgevoerd. Daarvoor hoefde het onderwijs niets te betalen, want de gemeente Nijmegen en het ministerie van Binnenlandse Zaken subsidiëren het project. De belangstelling uit andere delen van het land voor deze bijzondere vorm van vandalismepreventie is groot, zo bleek uit de drukbezochte studiedag die vorige week werd gehouden.

'Het woord vandalisme komt nergens in het programma ter sprake', legt Ilse Beers, projectleider van 'De Buurt, Ons Huis' uit. 'Dan breng je de leerlingen alleen maar op ideeën.' Ze gelooft in een positieve benadering die kinderen oog leert krijgen voor het gewone en het ongewone in hun eigen leefomgeving. Dat elektriciteitskastje, waar ze nog nooit op hebben gelet. Alles wat onder de grond zit aan draden en buizen. De verkeersborden, het uiterlijk van hun eigen school, het stratenplan en de geschiedenis van hun wijk. 'Ze moeten het gevoel krijgen dat het hún buurt is, en als die binding er is zullen ze er ook met zorg mee omgaan.'

Omdat het lesprogramma is toegesneden op de buurt levert de SOM voor iedere school een lespakket op maat. De puzzelende kleuters leggen een foto van hun eigen schoolgebouw in elkaar. De speurtocht die de kinderen uit groep vijf en zes ondernemen om een vreemde zaak op te lossen is geheel toegespitst op de buurt rond de school. Ze leggen contact met buurtgenoten en leren het onderscheid tussen privé en openbaar. Ook ontdekken ze dat sommige dingen voor kinderen zijn, en andere voor volwassenen.

Voor de leerlingen van groep zeven en acht heeft de SOM een geschiedenisboekje geschreven over de eigen wijk. Deze boekjes - inmiddels zijn er over alle zestien wijken van Nijmegen exemplaren verschenen - zetten de kinderen aan tot eigen onderzoek. Ze gaan zelf op zoek naar de ontstaansgeschiedenis van hun buurt. Bovendien worden ze gevraagd na te denken over de toekomst van hun eigen omgeving. 'Er zit van alles in', zegt Ilse Beers, 'wereldoriëntatie, natuuronderwijs, aardrijkskunde, geschiedenis. Wij vinden dat deze lokale lesstof niet bovenop al die vakken moet komen, maar voor een deel kan dienen als vervanging ervan.'

Ignas Ceulemans, directeur van De Klumpert, en Henny Klaassen, adjunct van De Vossenburcht, zijn enthousiast over het project 'De Buurt, Ons Huis', dat ze nu al voor de tweede keer gezamenlijk uitvoeren. 'Hatert is heel lang een vergeten wijk geweest', zegt Ceulemans. 'Omdat men in de toekomst problemen verwacht, is er nu wat meer aandacht maar echt florissant is het nog niet.' Speelvoorzieningen waren kapot of helemaal niet aanwezig, het jeugdcentrum werd zonder enige aankondiging van gemeentewege afgebroken. En nu dreigen ook nog de sportclubs te moeten wijken voor woningbouw.

Is het dan vreemd dat er op schoolpleinen wordt rondgehangen en er wel eens een ruit sneuvelt, zo vragen Ceulemans en Klaassen zich af. Ze proberen er alles aan te doen om de wijk leefbaar te houden en de kinderen daarbij te betrekken. Het project 'De Buurt, Ons Huis' sluit daarop aan en daarom wordt ook een actie tegen zwerfvuil ingepast. Samen met twee in uniform gestoken agenten van de reinigingspolitie wordt een plan opgesteld om de oudste leerlingen van beide scholen gewapend met zakken en handschoenen de wijk in te sturen. Ze moeten een thrillerachtige opdracht uitvoeren die eindigt in het plaatselijke café, waar limonade voor ze klaar staat. Aan het eind van de ochtend wordt al het verzamelde vuil gewogen en in een grote vuilniswagen gedeponeerd. Jan de wijkagent krijgt een rol toebedeeld, evenals flink wat ouders die de 23 groepjes moeten gaan begeleiden. Bovendien moeten de kinderen uitgelegd krijgen wat precies onder zwerfvuil wordt verstaan. Naalden, glas en stenen moeten ze in elk geval laten liggen.

Naast het project 'De Buurt, Ons Huis' stelt de afdeling onderwijs van de gemeente Nijmegen met scholen en buurten vandalismepreventieplannen op. Er wordt gekeken naar speelvoorzieningen voor de kinderen en scholen kunnen dagelijks hun schade melden bij de gemeente. Als ze zich 'structureel preventief' opstellen, kunnen ze jaarlijks een premie van duizend gulden tegemoet zien. Het helpt, laat de gemeente weten. Afgelopen jaren bedroeg de schade aan basisscholen in Nijmegen 600.000 gulden. De eerste negen maanden van 1995 laten een bedrag zien dat aanzienlijk lager uitkomt.

    • Michaja Langelaan