Hallo Bandoeng!

Eckart Wintzen, de per 1 januari terugtredende oprichter van het systeemhuis BSO is een onconventioneel man met onconventionele ideeën. Is bijvoorbeeld de vermaledijde Airmiles-chipkaart net ingeburgerd, dan roept Wintzen enthousiast dat automatisering juist hartstikke goed is voor het milieu, omdat informatietechnologie ervoor gaat zorgen dat er nauwelijks airmiles meer gemaakt zullen worden.Het is een ver toekomstperspectief dat hij schetst, een échte digitale snelweg.

Daaronder verstaat hij een breedbandige verbinding van huis tot huis, waarover bewegend beeld en geluid in real time moeiteloos hun weg vinden. Wanneer dat er eenmaal is, dan ben je toch gek als je voor een vergadering, seminar of congresje de halve wereld over vliegt om vervolgens nog met de jetlag-kringen van de heenreis onder de ogen in zo'n ongemakkelijke vliegtuigstoel de terugreis te aanvaarden? Zakelijk vliegverkeer verdwijnt, meent Wintzen. Een virtuele samenkomst, waarbij de deelnemers gewoon op hun eigen bureaustoel blijven zitten en alleen hun gedigitaliseerde beeld en uitspraken rond de wereld vliegen is veel gemakkelijker. Je spaart tijd, geld en energie. Iedereen is beter af, alleen de KLM moet zich tevreden stellen met het invliegen van peultjes uit Zimbabwe. Maar toekomstvoorspellingen zijn gevaarlijk. De ervaring leert immers dat de toekomst er altijd juist anders uitziet dan voorspellingen ons willen doen geloven. Daar staat tegenover dat confereren op afstand, oftewel video-conferencing, al geen toekomstmuziek meer is. Op de bonte uitdragerij van koperdraden, glasvezelkabels en electromagnetische golven die de aarde omspant, hebben zich netwerken als het Internet verheven, trage en kuilige karrepaden die nog maar weinig lijken op de supersnelweg die Wintzen ziet gloren, maar desalniettemin een bruikbaar begin. En ook de benodigde randapparatuur is al beschikbaar. Hoog tijd dus, dat we serieus gaan kijken naar de implicaties van zulke nieuwe vormen van communiceren, want wie heeft gezegd dat we zomaar behoorlijk met die nieuwe technologie kunnen omgaan? Dat realiseerde men zich ook bij het McLuhan Institute in Toronto, een instituut dat zich bezighoudt met de relaties tussen mens en automatisering. Zou het niet een mooi idee zijn om een ervarings-experiment op te zetten? Een serie video-conferenties rond allerhande thema's om de mogelijkheden van dit nieuwe 'medium' af te tasten, zonder de druk van zakelijke beslommeringen? Die serie is er nu, onder de weidse titel World series on Culture and Technology, georganiseerd door ACS-i in Amsterdam. U kunt er zelf in Amsterdam, Groningen of Delft bij zijn. Zo'n bezoekje is de moeite waard. Niet zo zeer vanwege de thema's die op zo'n avond worden aangesneden, die dienen alleen maar als excuus. Interessanter is het om te letten op hoe het publiek (inclusief uzelf!) en de sprekers reageren op de soms verwarrende situatie die ontstaat als op vier plaatsen tegelijk groepen mensen proberen met elkaar te praten. De mensen in de eigen zaal zijn ouderwets lijfelijk aanwezig, maar de anderen bestaan alleen via de monitor. Hun 'aanwezigheid' hangt onder meer af van hun activiteit. De regie is gedeeltelijk in handen van een stemgestuurd schakelsysteem, zodat in zekere zin geldt, dat wie het hardst roept ook het beeld voor zich opeist. Dat maakt onmiddellijk het belang van etiquette en rituelen duidelijk voor soepel verlopende contacten tussen mensen. In video-conferencing zitten weliswaar elementen van radio, telefoon en televisie, maar uiteindelijk lijkt het maar nauwelijks op deze vertrouwde vormen van telecommunicatie. Waar zelfs de eenvoudigste Nederlander precies weet hoe hij zich voor de televisiecamera's moet gedragen (ooit nog iemand naar de huisgenoten zien zwaaien, de laatste jaren?), bestaan er voor deze nieuwe manier van gedachtenuitwisseling nog geen riten en vormen, en dat maakt iedereen een tikje kopschuw. Hoe neem je een beurt, onder dit soort condities? Hoe laat je aan mensen die je niet kunnen zien tactisch weten dat je wilt reageren? En andersom, hoe weet je als spreker wat het publiek vindt van wat je zegt? Er is immers geen gewone zaal, er zijn er vier, waarvan je er maar een kunt zien. Er wordt, althans tot nu toe, niet door elkaar geschreeuwd, hoezeer je dat ook zou verwachten. In tegendeel, veel tijd gaat heen met koddige vormelijkheden en verontschuldigingen aan andere deelnemers, die men vreest ruw in de rede te vallen. Het doet nog het meest denken aan de rituele dansen van sommige vogelsoorten, die elkaar ofwel het hof maken, ofwel tegen betreding van andermans territorium willen waarschuwen. Het moet allemaal over telefoonlijnen die voor real time beeld niet echt geschikt zijn, zodat de beeldkwaliteit nog in de verste verte niet is wat we van de televisie gewend zijn. De vier, hooguit vijf beeldjes per seconde, krijgen door een slim doezel-algoritme nog een schijn van vloeiendheid. Gekker nog zijn de vertragingen die bij het verzenden optreden, waardoor slapstick-achtige effecten ontstaan. De neiging om in een soort 'Hallo Bandoeng' idioom te vervallen is voor velen daarom nauwelijks te onderdrukken. Anderen proberen net te doen of er niets aan de hand is. Ze houden een ouderwetse lezing, zoals ze dat al jaren doen. En ze vallen daarmee genadeloos door de mand. De World Series draait nog tot 14 december door, op elke donderdagavond, met uitzondering van 9 november. De thema's die aan de orde komen zijn achtereenvolgens, te beginnen bij vanavond, mondiale cultuur, verantwoordelijkheid, identiteiten, mens-machine-communicatie, metaforen, lichaam en architectuur.

    • Rik Smits