Dure valuta spelen concern parten; Philips wil vooral in Azië investeren

EINDHOVEN, 26 OKT. Het elektronicaconcern Philips dreigt door een combinatie van valutawisselingen, afzetperspectieven en geringe economische groei Nederland en Europa bij nieuwe investeringen in versneld tempo te verruilen voor het Verre Oosten.

In een toelichting op de cijfers over het derde kwartaal waarschuwde financieel bestuurder Dudley Eustace van Philips vanmorgen voor de gevolgen die een aanhoudend sterke gulden en D-mark zullen hebben op het investeringsgedrag van zijn onderneming.

“Philips zal Nederland niet in de steken laten”, aldus een voorzichtig formulerende Eustace. “Onmiddellijke maatregelen zijn niet te verwachten. Maar Philips is gedwongen in een matig groeiende regio als West-Europa versneld te rationaliseren.”

In het derde kwartaal van dit jaar behaalde het elektronicaconcern een netto omzet van 15,3 miljard gulden, 8 procent groei tegenover dezelfde periode vorig jaar. Daarmee kwam de omzet over 1995 tot dusverre uit op 44,6 miljard gulden, een stijging van 6 procent ten opzichte van de eerste negen maanden van 1994. Zonder de negatieve invloed van lagere wisselkoersen (min 8 procent) en overgenomen bedrijven (plus 2 procent) was de omzetgroei 12 procent geweest. De netto winst over de eerste negen maanden bedroeg 1,87 miljard gulden.

Het concern heeft ruim 60 procent van zijn produktiecapaciteit in Europa en boekt er iets meer dan de helft van zijn omzet. Doelstelling van de onderneming is nog deze eeuw 25 procent van zijn omzet in Azië te behalen. Het concern is al geruime tijd bezig produktie te verplaatsen naar regio's als Oost-Europa en het Verre Oosten, die goedkoper zijn en een hogere economische groei realiseren.

Eerder deze maand maakte Philips bekend een nieuw hoofdkantoor voor de Aziatische regio in Singapore te openen. Het hoofdkantoor van de audio-groep is inmiddels al van Eindhoven naar Singapore verplaatst, evenals onderzoeksactiviteiten.

De beslissing over investeringen in Nederland zal in de toekomst in sterkere mate worden bepaald door de beschikbaarheid van goed geschoold technisch personeel (nu schaars), economische groei (in Europa relatief gering met 3 procent) en afzetperspectieven. “Bepaalde produkten kun je in Nederland eenvoudig niet meer winstgevend produceren”, aldus Eustace.

De Philips-bestuurder onderstreepte dat Philips op wereldmarkten actief is, waarop het met de dure gulden en mark moeilijk kan concurreren. Hij trok een parallel met de problemen bij vliegtuigbouwer Fokker en de Duitse moedermaatschappij DASA, die zwaar gebukt gaan onder het feit dat hun kosten gemaakt worden in dure valuta, terwijl ze op een dollarmarkt moeten verkopen.