Christian de Duve: 'We moeten de definitie van materie verruimen'

Vital Dust: Life as a Cosmic Imperative. 1995, BasicBooks, New York (geïmporteerd door Nilsson & Lamm, Weesp).

'Sinds kort ben ik lid van de International Society for the Study of the Origin of Life. Ik heb een aantal nieuwe vrienden, ik ga naar nieuwe vergaderingen, ik geef nieuwe lezingen. Het is een nieuw leven voor me.'

De Belgische biochemicus Christian de Duve is verbonden aan het Internationaal Instituut voor Cellulaire en Moleculaire Pathologie (ICP), dat in 1974 door hem werd opgericht aan de franstalige afdeling van de Katholieke Universiteit Leuven in Sint-Lambrechts-Woluwe.

De Duve is bekend geworden als ontdekker van het lysosoom, een organel in de cel met verterende enzymen. In 1974 ontving De Duve, samen met A. Claude en G.E. Palade, de Nobelprijs voor geneeskunde. Bij een groter publiek is De Duve bekend door zijn tweedelig werk De levende cel: Rondreis in een microscopische wereld.

De oprichting van het ICP, een instituut waar nu ongeveer 270 onderzoekers werken, was het gevolg van De Duve's overtuiging dat fundamentele wetenschap niet los kan staan van de toepassingen. De Duve: 'De eerste vijf en twintig jaar van mijn loopbaan geloofde ik dat alleen fundamenteel onderzoek de moeite waard was. Toegepaste wetenschap, dat was iets voor anderen.'

Maar in de jaren zestig realiseerde De Duve zich dat de vooruitgang in de biologie ook vooruitgang in de geneeskunde teweeg moet brengen. 'Ik zag dat wetenschappers niets deden om de verworven kennis in toepassingen om te zetten. Je kon ook niet verwachten dat een hoogleraar in de geneeskunde, die elke dag zijn patiënten moet behandelen, zich bezig houdt met elektronenmicroscopen, centrifuges, en wat nog meer.'

Spannend relaas

Zijn nieuwe onderzoek is gericht op de oorsprong van het leven. Dit is ook het onderwerp van zijn zojuist in New York verschenen boek Vital Dust: Life as a Cosmic Imperative. Het is een spannend relaas van de ontwikkeling van het leven gezien door de ogen van een biochemicus. De Duve vindt het onjuist om de levende en de dode materie van elkaar te scheiden. Hij stelt dat het ontstaan van het leven een noodzakelijk gevolg is van de chemische processen op aarde en in het heelal, het is geen toevalszaak. Hierin is De Duve duidelijk een determinist: het bestaan van de materie leidt uiteindelijk tot het ontstaan van leven, hier op aarde en elders in het heelal. Maar er is een duidelijk verschil in zijn visie en dat van vele andere, zogenaamde materialistische, biologen. Volgens hen kan alles uiteindelijk worden gereduceerd tot toevallige wisselwerkingen tussen materie en natuurlijke krachten, en daarom bezit de natuur volstrekt geen betekenis. Voor De Duve is het heelal juist 'doorweven met betekenis.'

'Materie, of hoe je het ook noemt, bevat alle uitingsvormen die wij kennen, plus alle uitingsvormen die wij nog niet kennen,' zegt De Duve. 'En dit gebeurt overal, en zal miljarden jaren later ook plaats vinden. Ik weiger aan te nemen dat wij ons in een hoogtepunt van ontwikkeling bevinden, en dat er na ons niets meer zal gebeuren.'

'Een van de onbeantwoorde vragen is hoe het functioneren van hersencellen zich vertaalt in dromen, creativiteit, beslissingen, hoop, schuld, geloof, gevoel voor schoonheid.' zegt De Duve. Descartes geloofde dat hij hierop een eenvoudig antwoord had: je hebt de materie, je hebt de geest, en tussen die twee heb je als brug de pijnappelklier.'

De Duve vindt dat het idee dat geest en materie van elkaar gescheiden zijn, een tegenspraak inhoudt. 'Dualisme betekent het aanvaarden van twee verschillende, niet compatibele entiteiten. Hoe kan de materie communiceren met de geest, en de geest met de materie, wanneer je gelooft dat die twee gescheiden zijn? Zo kwam ik tot de conclusie, net als de Amerikaanse filosoof John Searle, dat je logisch moet blijven en dat je monist moet zijn. Met andere woorden: je moet je definitie van materie verruimen.'

Volgens De Duve maken vooral natuurkundigen zich schuldig aan een te nauwe definitie van de materie. 'Er blijft een achtergrond van dualisme, van vitalisme in hun opvattingen. Volgens hen bestaat de wereld uit sterrenstelsels en sterren, elementaire deeltjes, atomen - het leven is iets dat er aan toegevoegd is, het is niet een deel ervan. Wij moeten het leven terug in de materie plaatsen. Materie is ook leven.'

Op het eerste gezicht lijkt de evolutie geheel door toevalsprocessen te worden geleid. De Duve geeft toe dat dit wel waar is, maar hij vindt dat een te grote waarde aan het toeval wordt gehecht. 'De rol van het toeval wordt beperkt door factoren die het verloop van de evolutie zelf beperken. De meeste mutaties zijn geen 'mirakels', het zijn vrij banale gebeurtenissen die, als de omstandigheden goed zijn, voor het organisme goed uitkomen.'

Het bestaan van microben die resistent zijn tegen antibiotica, muggen die tegen DDT en planten die tegen onkruidverdelgers kunnen, zijn niet het gevolg van toevallige en zeldzame mutaties. Ze waren er al lang, maar werden selectief voordelig toen men antibiotica en andere stoffen begon te gebruiken.'

Ook de toename van de complexiteit van de hersenen ziet De Duve als een gevolg van noodzakelijkheden - iets dat door vele biologen onderschat wordt. Daarom is hij sterk gekant tegen de biologen die de evolutietheorie gebruiken om de menselijk specie onder te waarderen. Als voorbeeld noemt hij Stephen Jay Gould: 'Hij valt elke idee aan die de mens een beetje superioriteit zou verlenen over een vis of een spons. Hij spreekt over de 'beruchte' ladder van het leven. Voor hem bestaat zo'n ladder niet, er is geen toename in complexiteit, het is allemaal toeval.'

Deze interpretatie van wetenschappelijke feiten werd door een aantal biologen en ook sociale wetenschappers en filosofen overgenomen. Volgens De Duve voelen zij zich aangetrokken tot deze ideeën om redenen die meer met ideologie te maken hebben dan met wetenschap. 'Ze vinden dat de menselijke specie niets speciaals is, er is geen betekenis in de aanwezigheid van het leven in het heelal.'

Andere visie

In Vital Dust verdedigt De Duve een andere visie. In tijdschriften als Nature en Chemical and Engineering News werd het boek goed onthaald, maar De Duve vindt dat de kranten en weekbladen er maar weinig aandacht aan hebben besteed. 'Misschien is mijn boodschap niet politiek correct?', zo vraagt hij zich af. De Duve denkt dat, met uitzondering van fundamentalistische richtingen, de godsdienst niet meer in strijd is met de wetenschap, maar dat het conflict nu vervangen is door een nieuwe strijd, waarbij politieke activisten de wetenschap aanvallen: 'De wetenschap wordt nu aangevallen op mogelijke schadelijke toepassingen, en zelfs om nieuwe feiten die op sommige onderzoeksgebieden aan het licht zouden kunnen komen. Sociobiologie is nu het nieuwe slagveld tussen de 'harde' en 'zachte' wetenschap. De hoofdvraag is nog steeds in hoeverre ons gedrag door onze genen of onze omgeving is bepaald? Sommige ideologen willen zelfs het antwoord hierop niet weten.'

De Duve geeft toe dat nieuwe toepassingen van biologisch onderzoek ons voor ethische problemen stellen. Maar hij is gekant tegen de wens bepaald onderzoek te verbieden. 'Ik vind het verbieden van onderzoek dubbel pervers: het is beledigend omdat mensen worden beschouwd als onvolwassenen die voor de waarheid moeten worden beschermd, en het is volledig nutteloos want de waarheid komt uiteindelijk toch boven water.'

    • Alex Hellemans