Chinees project wordt onderzocht

WASHINGTON, 26 OKT. De Wereldbank stelt een onderzoek in naar de beschuldiging dat een door haar gefinancierd irrigatieproject in het uiterste westen van China vooral ten goede komt aan strafkampen. Een onderzoeksteam van de bank gaat poolshoogte nemen om zich ervan te vergewissen dat er niets mis is met het project, zo zei gisteren een woordvoerder. Tarim Basin, in de provincie Xinjiang, werd in 1991 opgezet voor de lokale bevolking van zo'n half miljoen mensen. Het gaat vooral om leden van de Uighur-minderheid van moslims, die tot de armsten onder de Chinese bevolking behoren. Volgens de mensenrechtenactivist Harry Wu komt het project ook ten goede aan de produktie van katoen en graan in minstens 21 strafkampen met 25.000 à 60.000 gevangenen en dertig boerderijen die worden geleid door het Chinese leger. Volgens Wu heeft de bank de kampen kennelijk over het hoofd gezien. De Wereldbank heeft meteen actie ondernomen, maar tot nu toe geen bewijzen gevonden dat er dwangarbeiders hebben meegewerkt aan het project zelf, aldus de zegsman. (Reuter)