Balladur in zijn memoires: spijt zonder bitterheid

PARIJS, 26 OKT. Toen zijn ster binnen een week onherstelbaar was gedaald, in februari van dit jaar, stond het voor Edouard Balladur vast dat hij maar één ding kon doen. De toenmalige Franse premier was presidentskandidaat, zonder hoop: “Ik besloot mijn plicht te vervullen, te strijden, om de nieuwe loop der dingen te keren.”

Een tikje deftig, verwond, zorgvuldig onjuistheden en oneerlijkheden uit de berichten van het afgelopen jaar wiedend, loopt Edouard Balladur zijn herinneringen door. In het boek Twee jaar op Matignon, dat morgen verschijnt, gaat de man die van 1993 tot mei '95 minister-president was na wat er misging.

Want dat hij president van de republiek wilde en zou worden stond rond de jaarwisseling voor hem vast. Het is onzin, zoals Chirac en zijn vazallen steeds hebben beweerd, dat de twee erfgenamen van president Georges Pompidou, al vroegtijdig hadden afgesproken dat Chirac het Elysée zou krijgen en de trouwe raadgever Balladur een treetje lager zou blijven.

“Integendeel” schrijft hij, “Chirac hield niet op te herhalen dat we te zijner tijd wel zouden zien wie de beste kansen voor het presidentschap had.” Hij, Balladur, die van '86 tot '88 als minister van financiën onder Chirac (en president Mitterrand) had gediend zag zich aan het begin van zijn premierschap in '93 nog niet naar het hoogste streven. Maar zeker na de goede afloop van de Algerijnse Air France-gijzeling van kerstmis '94 twijfelde niemand meer aan zijn kandidatuur. “Ik zelf ook niet”.

Toen hij bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, eind april, 2,3 procent minder stemmen had gekregen dan Jacques Chirac, verweten velen Balladur dat hij zich te vroeg kandidaat had gesteld. “Destijds was de enige kritiek dat ik er te lang mee had gewacht.”

Het is een van vele harde lessen uit het politieke vak die de begaafde amateur Balladur trekt in het boek dat hij het afgelopen halfjaar schreef terwijl Chirac en Juppé zich haastten hun enorme kapitaal aan goodwill te verspelen.

Balladur maakt er nauwelijks zure of wijsneuzige opmerkingen over. Hij kan alleen niet nalaten erop te wijzen dat zijn voormalige tegenvoeter, die met succes campagne had gevoerd op basis van “een andere economische politiek” zodra hij aan de macht was exact dezelfde criteria ging toepassen.

Zelfs zijn 'baas', de socialist Mitterrand, behandelt Balladur hoffelijk, al schetst hij het beeld van een overzelfbewuste doordrukker van het eigen gelijk.

De verslagen bijna-president noemt geen namen van degenen die hem uiteindelijk de weg hebben versperd, al bestaat er in zijn hoofd geen twijfel dat hem de politieke rug is gebroken door vuil spel. In de morsige affaire-Schuller-Maréchal (psychiater, schoonvader-van-rechter-die-politiek-omkoopschandaaltje-onderzoekt, nauwe relatie met minister Pasqua, steunpilaar van Balladur) kreeg hij het verwijt dat hij onbetrouwbaar was en dat hij de vrije gang van het recht belemmerde - het tegendeel van wat hij meende te representeren. “Opeens word je als politicus veranderd in een onvrij wezen, die alle soorten agressie moet pareren, die weigert de waarheid te erkennen. Alles wat je zegt heeft de schijn tegen zich.” De vrijheid is hem liever dan de macht die hem steeds meer beviel: “Het doel heiligt de middelen niet”, schrijft hij, onvrijwillig, vanaf het zijbalcon.

    • Marc Chavannes