Amsterdamse scholen accepteren toetsing

AMSTERDAM, 26 OKT. Amsterdamse scholen hebben zich verplicht tot het inlopen van de achterstanden in het onderwijs van de hoofdstad, op straffe van intrekking van geld voor het onderwijsvoorrangsbeleid. De basisscholen zijn overeengekomen dat ze aan het eind van de opleiding een centrale toets (liefst de CITO-toets) zullen afnemen. Middelbare scholen hebben zich verplicht geen leerlingen aan te nemen die volgens de toetsresultaten niet op die school passen. Zo moet tussentijdse uitval worden voorkomen.

Vertegenwoordigers van alle schoolbesturen in Amsterdam, openbaar en bijzonder, hebben daartoe gisteren een overeenkomst ondertekend, die was opgesteld door wethouder J. van der Aa (onderwijs). De scholen zullen de resultaten van hun leerlingen bijhouden en daarover regelmatig verantwoording afleggen. Er komt een onafhankelijk commissie die zal beoordelen of een school zijn doel heeft bereikt. Scholen “die verwijtbaar in gebreke blijven” wordt een korting opgelegd op de gemeentelijke middelen voor achterstandsbeleid.

Van der Aa wil dat de prestaties van Amsterdamse leerlingen in overeenstemming worden gebracht met het landelijk niveau. De leerlingen in de hoofdstad scoren nu ver onder het landelijk gemiddelde bij de CITO-toets. De Amsterdamse cijfers voor spijbelen, schooluitval, zittenblijven en schoolverlaten zonder diploma liggen ver boven het landelijk gemiddelde.